Strafrecht 3
Werkgroep week 6
Arresten
Onderbouwd standpunt en responsieplicht
1. Het standpunt moet duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een
ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren worden
gebracht. (r.o. 3.7.1) r.o. 3.8.4 alleen motiveren als de rechter wezenlijk afwijkt
van het uos.
2. Indien de rechter afwijkt van ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten,
dient de rechter deze beslissing nu te motiveren (r.o. 3.6).
3. Nee. Er gelden overeenkomstige eisen als worden gesteld aan een beroep op
schending van een vormvoorschrift in de zin van art. 359a Sv (r.o. 3.7.1). Betekent
niet dat het dezelfde eisen zijn.
4. Nee. Indien een uitdrukkelijke beslissing van de rechter wordt verlangd, dient het
verweer op schrift gesteld te zijn. Dit is overeenkomstig art. 358 lid 3 Sv. (r.o. 3.7.2)
Hij moet in principe wel reageren op een mondeling verweer, maar moet ook op
geschrift gesteld worden voor bewijs in hoger beroep.
Jagen
Dit is een voorbeeld van een Dakdekkersverweer. Gaat over dat een juridische term in zijn
betekenis bestreden wordt.
1. Dat geen sprake was van een strafbaar feit. Er is in de tenlastelegging en
bewezenverklaring namelijk niet vermeld op welk soort eend het handelen van
verdachte betrekking heeft (r.o. 3.1). Dit is een art. 358 lid 3 Sv verweer. Dit ziet op
de eerste materiële vraag. R.o. 4.1.
2. Het verweer is niet enkel van feitelijke aard. Hierin wordt de rechtsvraag aan de orde
gesteld of het handelen van verdachte als jagen in de zin van de Jachtwet kan
worden aangemerkt. Art. 359 lid 2 tweede zin Sv is geschonden. Deze
motiveringsplicht is thans nog van toepassing bij dergelijke verweren.
3. Dit is een juridische verwerping. R.o. 4.3. Dit valt onder het opsporen en
bemachtigen van wild oftewel dit is jagen in de zin van de juridische betekenis van
het woord.
4. De rechtbank had het verweer slechts kunnen verwerpen en daarom kan het niet tot
cassatie leiden (r.o. 4.3). de rechter had het verweer kunnen verwerpen en de HR
doet dat nu voor hem.
5. Een Dakdekkerverweer betekent dat indien een verweer een rechtsvraag aan de orde
stelt, deze altijd gemotiveerd moet worden alsof het een kwalificatieverweer is. Een
Meer en Vaart-verweer is een verweer waarin een beroep wordt gedaan op feiten en
omstandigheden die onverenigbaar zijn met de bewezenverklaring. Hier gaat het om
een Dakdekkerverweer aangezien het hier om een rechtsvraag gaat, namelijk of de
Werkgroep week 6
Arresten
Onderbouwd standpunt en responsieplicht
1. Het standpunt moet duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een
ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren worden
gebracht. (r.o. 3.7.1) r.o. 3.8.4 alleen motiveren als de rechter wezenlijk afwijkt
van het uos.
2. Indien de rechter afwijkt van ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten,
dient de rechter deze beslissing nu te motiveren (r.o. 3.6).
3. Nee. Er gelden overeenkomstige eisen als worden gesteld aan een beroep op
schending van een vormvoorschrift in de zin van art. 359a Sv (r.o. 3.7.1). Betekent
niet dat het dezelfde eisen zijn.
4. Nee. Indien een uitdrukkelijke beslissing van de rechter wordt verlangd, dient het
verweer op schrift gesteld te zijn. Dit is overeenkomstig art. 358 lid 3 Sv. (r.o. 3.7.2)
Hij moet in principe wel reageren op een mondeling verweer, maar moet ook op
geschrift gesteld worden voor bewijs in hoger beroep.
Jagen
Dit is een voorbeeld van een Dakdekkersverweer. Gaat over dat een juridische term in zijn
betekenis bestreden wordt.
1. Dat geen sprake was van een strafbaar feit. Er is in de tenlastelegging en
bewezenverklaring namelijk niet vermeld op welk soort eend het handelen van
verdachte betrekking heeft (r.o. 3.1). Dit is een art. 358 lid 3 Sv verweer. Dit ziet op
de eerste materiële vraag. R.o. 4.1.
2. Het verweer is niet enkel van feitelijke aard. Hierin wordt de rechtsvraag aan de orde
gesteld of het handelen van verdachte als jagen in de zin van de Jachtwet kan
worden aangemerkt. Art. 359 lid 2 tweede zin Sv is geschonden. Deze
motiveringsplicht is thans nog van toepassing bij dergelijke verweren.
3. Dit is een juridische verwerping. R.o. 4.3. Dit valt onder het opsporen en
bemachtigen van wild oftewel dit is jagen in de zin van de juridische betekenis van
het woord.
4. De rechtbank had het verweer slechts kunnen verwerpen en daarom kan het niet tot
cassatie leiden (r.o. 4.3). de rechter had het verweer kunnen verwerpen en de HR
doet dat nu voor hem.
5. Een Dakdekkerverweer betekent dat indien een verweer een rechtsvraag aan de orde
stelt, deze altijd gemotiveerd moet worden alsof het een kwalificatieverweer is. Een
Meer en Vaart-verweer is een verweer waarin een beroep wordt gedaan op feiten en
omstandigheden die onverenigbaar zijn met de bewezenverklaring. Hier gaat het om
een Dakdekkerverweer aangezien het hier om een rechtsvraag gaat, namelijk of de