19.1 DNA compact verpakt in chromosomen
DNA
DNA-moleculen zijn dubbelstrengs (H4)
In een spiraalvorm om elkaar heen gedraaid helix (B71E/C)
Deoxyribonucleotiden zijn de bouwstenen van DNA-moleculen
- Fosfaatgroep, suikermolecuul (deoxyribose), nucleïnebase (stikstofbase) (B71A/B)
Deoxyribose(B61F1) heeft 5 C-atomen die volgens een vaste afspraak genummerd zijn
- Het eerste (1’), het tweede (2’) en het vijfde (5’) C-atoom hebben een OH-groep
- Aan 1’ zit nucleïnebase
- Aan 5’ zit fosfaatgroep
In DNA-molecuul steeds fosfaatgroep op 5’ verbonden met 3’ van volgend de
deoxyribosenucleotide
Uiteinde streng waar de hydroxylgroep vrij blijft = het 3’-einde (B71C)
,Uiteinde met vrije fosfaatgroep = het 5’-einde
Richting van beide strengen tegengesteld; 5’eind ene streng tegenover 3’eind andere streng
Fosfaten vormen samen met de suikermoleculen de zijkanten van de dubbele ‘DNA-
wenteltrap’
Ertussen ‘traptreden’ door twee gekoppelde nucleïnebasen (B71B/C)
4 verschillende nucleïnebasen: (B71B/C)
Adenine (A)
- Cytosine (C)
- Guanine (G)
Thymine (T)
Verbonden d.m.v. waterstofbruggen; tussen A/T twee en tussen C/G drie
Door deze vaste basenparen zijn deze strengen complementair
(Uit nucleïnebase volgorde ene streng kan je andere afleiden)
De volgorde van nucleïnebasen in een gen levert de genetische code voor een erfelijke
eigenschap (H4)
Mutaties gen leiden tot verandering genetische info en dus tot varianten van een gen;
allelen (H7)
Chromosomen
Verpakkingseiwitten van het DNA; histonen (B70A)
- Streng van DNA met 146 basenparen 2x om een bol (bestaat uit 8 histonen)
gewikkeld
- Extra los H1-histon houdt het geheel bij elkaar als veiligheidsspeld
o Goed door; zure fosfaat groepen hechten aan de basische histonen
- Structuren die ontstaan zijn nucleosomen
, o Een nucleosoom is een complex van DNA en histonen dat de genexpressie
regelt
Door bindingen tussen de histonen van de verschillende nucleosomen ontstaan een dikke
draad (B70) chromatinedraad
- Deze draad spiraliseert verder tot een compacte spiraal die samen met de spiralen
van andere chromosomen het chromatine in de kern vormt
In de profase van de mitose wikkelen (de in de S-fase verdubbelde chromatinedraden) zich
m.b.v. andere eiwitten tot compactere structuren chromosomen
Dit samenpakken voorkomt het verstrikt raken en breken van chromatinedraden
Lichte en donkere gebieden in de celkern
Donker; door compact gerspiraliseerde chromatinedraden
- Geen genexpressie
Licht; minder compact, open structuur