ANSWER #1
Cel Kleinste organisatie-eenheid (bouwsteen) van een
organisme.
ANSWER #2
Celwand Stevige structuur rondom een cel; bestaat uit
cellulose. Komt voor bij bacteriën, schimmels en
planten.
, ANSWER #3
Vacuole Ruimte in een cel gevuld met vocht. Een plantencel
heeft een grote centrale vacuole, dierlijke cellen
hooguit enkele kleine.
ANSWER #4
Plastiden Verzamelnaam voor verschillende soorten
korrels; chloroplasten, chromoplasten en
leukoplasten. Komen voor in het cytoplasma van
plantencellen.
, ANSWER #5
Protoplasma
De inhoud van een cel, bestaande uit het cytoplasma
en de kern.
ANSWER #6
Cytoplasma
Vloeistof waarin alle celonderdelen liggen.
Cel Kleinste organisatie-eenheid (bouwsteen) van een
organisme.
ANSWER #2
Celwand Stevige structuur rondom een cel; bestaat uit
cellulose. Komt voor bij bacteriën, schimmels en
planten.
, ANSWER #3
Vacuole Ruimte in een cel gevuld met vocht. Een plantencel
heeft een grote centrale vacuole, dierlijke cellen
hooguit enkele kleine.
ANSWER #4
Plastiden Verzamelnaam voor verschillende soorten
korrels; chloroplasten, chromoplasten en
leukoplasten. Komen voor in het cytoplasma van
plantencellen.
, ANSWER #5
Protoplasma
De inhoud van een cel, bestaande uit het cytoplasma
en de kern.
ANSWER #6
Cytoplasma
Vloeistof waarin alle celonderdelen liggen.