IBR WC 1
1) Ogv art 3 lid 1 onderdeel a is Ltd aan de belasting onderworpen, mits sprake is van Nederlands
inkomen.
Stap II: bronbeginsel. Activiteiten van G BV. Geen vi, maar vv. Mag G overeenkomsten sluiten? Nee,
obv activiteiten van G, dus geen vaste vertegenwoordiger. Daarnaast moeten Ltd en G BV enigszins
gebonden zijn aan (zekere mate van afhankelijkheid van de onderneming die hij vertegenwoordigt).
Cargador arrest hoort hier bij (activiteiten van de vertegenwoordiger liggen op het normale
arbeidsterrein van de vertegenwoordigde buitenlandse onderneming. Afweging alle eisen.
G BV is een rechtspersoon dat ogv art 2 lid 1 sub a Wet VPB binnenlands belastingplichtige is. Er
wordt een onderneming gedreven door G BV, maar Ltd en G zijn niet gelieerd. Dit houdt in dat er geen
sprake is van deelnemen in: leiding, toezicht op, in het kapitaal van G BV en heeft Ltd geen vi in
Nederland (G BV).
2) Ja op basis van art 17a sub a 1 wordt tot een Nederlandse onderneming gerekend rechten die
betrekking hebben op in Nederland gelegen onroerende zaken. Aangezien Ltd een pand huurt van G
BV is hier sprake van. Het verkoopkantoor is een vaste inrichting en dus wordt Ltd al buitenlands
belastingplichtige in de heffing betrokken.
1 een fysieke constructie; circustent arrest
2 die voor het daarin uitgeoefende bedrijf is ingericht;
3 die juridisch of feitelijk ter beschikking staat van de belastingplichtige; en
4 dit ter beschikking staan is duurzaam Kunstogenarrest (art 15f)
Nederland zal willen heffen. Toerekening van de winst aan Nederland.
3a) Ja ogv:
art 2.1 sub b IB is mw O buitenlands belastingplichtige. Zij woont niet in Nederland, maar
geniet wel inkomsten uit werk en woning.
Art 7.2 lid 2 sub c is van toepassing. Sub b is niet van toepassing, omdat er geen sprake is van
een dienstbetrekking. Ze ontvangt in dit geval geen loon.
3b) Ja ogv
art 2.1 sub b IB is mevrouw buitenlands belastingplichtige.
art 7.2 lid 2b wordt dit in de heffingen betrokken. Hier ontvangt ze loon, dus is sub b van
toepassing.
3c) Waar ziet de winst op die zij zou krijgen? Ze werkt namelijk in Parijs. Zij oefent geen
ondernemingsactiviteiten uit in Nederland. Ook hier toerekenbaarheid toetsen. Als ze winst behaalt,
dan behaalt ze die uit de VI in Frankrijk en niet in Nederland. Goed lezen BNB 202/2009 en art 7.2 lid
2a: winst uit een onderneming in Nederland.
Dus nee: er is geen sprake van Nederlands inkomen en daarom wordt de winst uit onderneming niet
in de winst betrokken.
4a)
1: jaarlijkse huuropbrengst:
art 2.1b IB wordt S betrokken in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting.
art 7.2 lid 6 Meneer is een vastgoedhandelaar, dus pand is toerekenbaar aan zijn
onderneming ogv art 7.2 lid 6 (optie 1). Mbt box III: er moet sprake zijn van
meer dan normaal vermogensbeheer. Meneer is een vastgoedhandelaar, dus
meer dan normaal vermogensbeheer.
art 7.2 lid 2c lid 3 jo. 3.91. tbs dan meer dan normaal vermogensbeheer.
Bij deze opgave alle 7.2 lid 2 opties langslopen. Afvragen of hij een onderneming drijft. Dat is ook het
antwoord. Ook ogv art 6 verdrag NL-ZWE is Nederland bevoegd om te heffen over de huur.
2: winst bij verkoop: Dit wordt op dezelfde wijze als onderdeel 1 in de heffing betrokken.
1) Ogv art 3 lid 1 onderdeel a is Ltd aan de belasting onderworpen, mits sprake is van Nederlands
inkomen.
Stap II: bronbeginsel. Activiteiten van G BV. Geen vi, maar vv. Mag G overeenkomsten sluiten? Nee,
obv activiteiten van G, dus geen vaste vertegenwoordiger. Daarnaast moeten Ltd en G BV enigszins
gebonden zijn aan (zekere mate van afhankelijkheid van de onderneming die hij vertegenwoordigt).
Cargador arrest hoort hier bij (activiteiten van de vertegenwoordiger liggen op het normale
arbeidsterrein van de vertegenwoordigde buitenlandse onderneming. Afweging alle eisen.
G BV is een rechtspersoon dat ogv art 2 lid 1 sub a Wet VPB binnenlands belastingplichtige is. Er
wordt een onderneming gedreven door G BV, maar Ltd en G zijn niet gelieerd. Dit houdt in dat er geen
sprake is van deelnemen in: leiding, toezicht op, in het kapitaal van G BV en heeft Ltd geen vi in
Nederland (G BV).
2) Ja op basis van art 17a sub a 1 wordt tot een Nederlandse onderneming gerekend rechten die
betrekking hebben op in Nederland gelegen onroerende zaken. Aangezien Ltd een pand huurt van G
BV is hier sprake van. Het verkoopkantoor is een vaste inrichting en dus wordt Ltd al buitenlands
belastingplichtige in de heffing betrokken.
1 een fysieke constructie; circustent arrest
2 die voor het daarin uitgeoefende bedrijf is ingericht;
3 die juridisch of feitelijk ter beschikking staat van de belastingplichtige; en
4 dit ter beschikking staan is duurzaam Kunstogenarrest (art 15f)
Nederland zal willen heffen. Toerekening van de winst aan Nederland.
3a) Ja ogv:
art 2.1 sub b IB is mw O buitenlands belastingplichtige. Zij woont niet in Nederland, maar
geniet wel inkomsten uit werk en woning.
Art 7.2 lid 2 sub c is van toepassing. Sub b is niet van toepassing, omdat er geen sprake is van
een dienstbetrekking. Ze ontvangt in dit geval geen loon.
3b) Ja ogv
art 2.1 sub b IB is mevrouw buitenlands belastingplichtige.
art 7.2 lid 2b wordt dit in de heffingen betrokken. Hier ontvangt ze loon, dus is sub b van
toepassing.
3c) Waar ziet de winst op die zij zou krijgen? Ze werkt namelijk in Parijs. Zij oefent geen
ondernemingsactiviteiten uit in Nederland. Ook hier toerekenbaarheid toetsen. Als ze winst behaalt,
dan behaalt ze die uit de VI in Frankrijk en niet in Nederland. Goed lezen BNB 202/2009 en art 7.2 lid
2a: winst uit een onderneming in Nederland.
Dus nee: er is geen sprake van Nederlands inkomen en daarom wordt de winst uit onderneming niet
in de winst betrokken.
4a)
1: jaarlijkse huuropbrengst:
art 2.1b IB wordt S betrokken in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting.
art 7.2 lid 6 Meneer is een vastgoedhandelaar, dus pand is toerekenbaar aan zijn
onderneming ogv art 7.2 lid 6 (optie 1). Mbt box III: er moet sprake zijn van
meer dan normaal vermogensbeheer. Meneer is een vastgoedhandelaar, dus
meer dan normaal vermogensbeheer.
art 7.2 lid 2c lid 3 jo. 3.91. tbs dan meer dan normaal vermogensbeheer.
Bij deze opgave alle 7.2 lid 2 opties langslopen. Afvragen of hij een onderneming drijft. Dat is ook het
antwoord. Ook ogv art 6 verdrag NL-ZWE is Nederland bevoegd om te heffen over de huur.
2: winst bij verkoop: Dit wordt op dezelfde wijze als onderdeel 1 in de heffing betrokken.