Open Boek Toets – Eigen vaardigheid
2.2 Temperatuurfactoren
De temperatuurfactoren zijn:
de breedteligging
de hoogteligging
de gesteldheid van het aardoppervlak
de land-zeeverdeling
de zeestromen
de ligging van gebergten.
2.3 Neerslag
De neerslag op aarde varieert sterk. Gemiddeld valt er in Nederland in De Bilt zo’n 800 mm neerslag
per jaar.
Grote en kleine waterkringloop
In de waterkringloop verandert het water continu van vorm (vast, vloeibaar of gas). Neerslag
ontstaat als waterdamp afkoelt en condenseert tot waterdruppels die een wolk vormen. De lucht kan
om verschillende redenen afkoelen:
• door stijging als gevolg van warmte (stijgingsregens) > bij de Evenaar
• door stuwing bij bergen (stuwingregens) > bij Himalaya/Alpen
• door botsing van warme en koele lucht (frontale regens) > bij Europa / de VS
In Nederland zijn vier typen wolken vaak zichtbaar. Bij een koufront zijn ze stapelvormig (cumulus).
Bij een warmtefront zijn stratuswolken (golfwolken), schaapjeswolken en cirrus (veegwolken)
zichtbaar.
, Moessons zijn (passaat-)winden die bij de evenaar voorkomen. Ze veranderen elk halfjaar van
richting en voeren veel neerslag aan.
2.4 Luchtbewegingen
Wind is de verplaatsing van lucht over het aardoppervlak. Dit wordt veroorzaakt door verschillen in
luchtdruk. De Schaal van Beaufort geeft de windkracht weer door de windsnelheid (in km per uur) te
meten.
Het grote windsysteem toont hoe de lucht van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied
stroomt. Het corioliseffect zorgt dat de wind een afbuiging krijgt, afhankelijk van de plaats op aarde
en van de windsnelheid: op het noordelijk halfrond een afbuiging naar rechts en op het zuidelijk
halfrond naar links. De Nederlandse wis- en natuurkundige en oprichter van het KNMI Buys Ballot
ontdekte het verband tussen windrichting en luchtdruk: de Wet van Buys Ballot.
Een orkaan is een zware storm met windkracht 12 op de Schaal van Beaufort gedurende minimaal 10
minuten. Tropische orkanen (cyclonen, hurricanes, tyfonen) komen veel vaker voor. Al deze stormen
ontstaan in de gebieden rond de evenaar waar de zeewatertemperatuur 27ºC of hoger is. Een
tornado is de benaming voor een zware wervelstorm.
2.5 Plantengroei en klimaten
Op de aarde zijn een aantal natuurlijke zones: gebieden met dezelfde natuurlijke vegetatie. De
oorspronkelijke vegetatie is sterk aan het klimaat (neerslag en temperatuur) gebonden.
We onderscheiden:
• tropisch regenwoudklimaat
• savanneklimaat
• steppeklimaat
• woestijnklimaat
• gematigde zone: Middellandse Zeeklimaat
• gematigde zone: zeeklimaat
• landklimaat
• polair klimaat.
2.6 Klimaatverandering
De klimaatgeschiedenis wordt vaak op twee schaalniveaus bekeken: de geologische en de historische
schaal.
• De geologische schaal kijkt naar veranderingen die over vele miljoenen jaren op de aarde
hebben plaatsgevonden. In het Krijt is het zeer warm geweest en in het Quartair zeer koud.
• De veranderingen op historische schaal nemen de mens als schaalniveau en gaat over enkele
honderden tot hooguit duizenden jaren.
Zo’n 18.000 jaar geleden begon een periode waarin het steeds warmer werd (en wordt), hoewel er
wel variaties in de temperatuur waren. In de middeleeuwen was het naar alle waarschijnlijkheid net
zo warm als nu. Oorzaken van de klimaatverandering
Oorzaken van de klimaatverandering
Natuurlijke veranderingen Menselijke veranderingen
Afname van het weerkaatsingvermogen: albedo Versterkt broeikaseffect > CO2
De curve van Milankovitch Gat in de ozonlaag
Zonneactiviteit
Vulkaanuitbarstingen
El Niño
Veranderingen in de golfstroom