3
,Inhoudsopgave
WEEK 1..............................................................................................................................................3
AANHOUDING.......................................................................................................................................3
STAANDEHOUDING...............................................................................................................................3
CAUTIE..............................................................................................................................................3
WEEK 2..............................................................................................................................................4
VOORARREST........................................................................................................................................4
RECHTMATIGHEIDSTOETS INVERZEKERINGSTELLING........................................................................................4
VOORWAARDEN VOORLOPIGE HECHTENIS....................................................................................................4
WEEK 4..............................................................................................................................................5
BEWIJSMIDDELEN...................................................................................................................................5
ACHTERWEGE LATEN ONDERVRAGEN GETUIGE..............................................................................................5
WEEK 5..............................................................................................................................................5
ART. 359A SV.......................................................................................................................................5
WEEK 6..............................................................................................................................................7
STAPPENPLAN BESLISSINGS- EN MOTIVERINGSPLICHT RECHTER.........................................................................7
358 LID 3 VERWEER...............................................................................................................................7
ART. 359 LID 2 2E ZIN: UITDRUKKELIJK ONDERBOUWD STANDPUNT..................................................................7
, Week 1
Aanhouding
Stap 1: Gaat het om een situatie buiten heterdaad of is het heterdaad?
- Bij heterdaad kijken naar art. 53 Sv.
o Art. 128 Sv geeft aan wanneer iets heterdaad is. Indien geen onderbreking is
geweest tussen de handeling van opsporing, blijft het heterdaad.
- Buiten heterdaad kijken naar art. 54 Sv.
Stap 2: Is sprake van een verdachte?
- Art. 27 Sv Is er een redelijk vermoeden van schuld?
Dit moet voortvloeien uit de feiten en omstandigheden van het geval.
Stap 3
- Bij heterdaad Gaat het om een strafbaar feit?
- Buiten heterdaad Gaat het om een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is
toegelaten?
o Kijken naar art. 67 Sv. Zijn feiten waar vier jaar of meer gevangenisstraf op
staat en een aantal specifiek genoemde feiten.
Stap 4: Is sprake van spoedige voorgeleiding?
- Dit is enkel een voorwaarde voor de rechtmatigheid, maar niet om iemand aan te
houden.
Bij een situatie van art. 53 Sv (heterdaad) is dan sprake van een rechtmatige aanhouding.
Voor art. 54 Sv volgt nog een extra stap.
Stap 5: Is er een bevel van de officier van justitie?
- Indien dit niet het geval is kijken naar art. 54 lid 3 Sv bevel van hulpofficier
- Uitzondering in art. 54 lid 4 Sv bij een spoedeisende situatie kan bevel achterwege
blijven.
o Gebeurt er iets als diegene niet direct wordt aangehouden? Zo ja, dan
spoedeisende situatie.
Staandehouding
Art. 52 Sv geeft bevoegdheid tot staandehouding. Hierbij is de enige voorwaarde dat sprake
is van een redelijk vermoeden van schuld (art. 27 Sv: eis verdachte).
Cautie
Vastgelegd in art. 29 lid 2 Sv.
Stap 1: Is sprake van een verhoor?
- Hebben de vragen te maken met het gepleegde strafbaar feit? Zo ja, dan is sprake
van een verhoor en had de cautie moeten worden gegeven.