Leerdoelen
De student kan:
➢ Een balans opstellen;
➢ Een resultatenrekening opstellen;
➢ Een liquiditeitsoverzicht opstellen;
➢ De relatie leggen tussen de resultatenrekening, het liquiditeitsoverzicht en de balans;
➢ De verschillende juridische ondernemingsvormen onderscheiden en aangeven welke
gevolgen de keuze voor een ondernemingsvorm heeft voor de financiële verslaggeving;
➢ Het verschil noemen tussen kosten, uitgaven, opbrengsten en ontvangsten;
➢ Btw berekenen;
➢ Een ratioanalyse (solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit) uitvoeren op basis van de balans en
de resultatenrekening van een organisatie;
➢ De uitkomsten van de ratioanalyse toelichten;
➢ Afschrijvingskosten berekenen.
Literatuur:
Verplicht
Dijk, A van: Financieel management voor de creatieve industrie; 1e druk
Weekopdrachten op Blackboard en oefeningen in het boek Financieel management voor de creatieve
industrie.
Aanbevolen
Bongaerts, R. E.A. : Toegepast financieel management voor de vrijetijdssector; Druk: 6
Syllabus FM 1.1 (BB blok 1)
Inhoud
Hst 1 Het investeringsplan ...................................................................................................................... 2
Hst 2 De balans ....................................................................................................................................... 3
Hst 3 De functie van een balans.............................................................................................................. 4
Hst 4 Resultaten- of exploitatierekening ................................................................................................ 6
Hst 9 Financieel management onder de loep ......................................................................................... 7
Hst 10 Het jaarverslag ............................................................................................................................. 8
615190 – Nienke Serdijn
, Hst 1 Het investeringsplan
Voor je je visie op papier zet:
- markt in kaart brengen
- concurrentie uitzoeken
- uur prijs bedenken
- hoe ga je het financieren?
Bedrijfseconomisch wordt er van jou verwacht dat je met zo min mogelijk middelen zo’n hoog
mogelijke omzet weet te bereiken. Efficiënt berekend aankopen is belangrijk.
Investeringsplan bestaat uit wat je nodig hebt om je bedrijf te starten, denk aan bureaus, auto, etc.
In het financieringsplan leg je vast hoe je aan het geld gaat komen om je investeringsplan te
financieren.
Investeringsplan + financieringsplan = beginbalans
Het pand huur je dus komt niet op de balans!
In officiële termen ziet jouw beginbalans er als volgt uit:
Inventaris 5.500 Eigenvermogen 15.000
Computerapparatuur 15.000 6% familielening 15.000
Bedrijfsauto 16.000 Middellange banklening 7.000
Liquide middelen 500
Totaal 37.000 Totaal 37.000
Links is het investeringsplan te zien en rechts het financieringsplan.
615190 – Nienke Serdijn