Voeding en Ethiek 4.1
Thema 3
Alle mogelijke tentamenvragen van thema 3 zijn in dit document beantwoord.
THEMA 3
De landbouw- en voedingssector kent grote problemen en daarom is een ethische
beoordeling van de twee belangrijkste productiemethoden van belang. (pag. 277) Naar
welke twee productiemethoden refereert Korthals? Waarin onderscheiden beide
productiemethoden zich? Voor een ethische beoordeling van beide methoden heeft
Korthals zes criteria geformuleerd. Welke zes criteria hanteert Korthals en geef een korte
toelichting per criterium.
Intensieve bio-industrie produceert met veel toevoegingen, zoals kunstmest, chemische
middelen en water, maar met weinig arbeid. Ingrediënten komen van over de hele
wereld waardoor controle en sturing moeilijk is.
Agro-ecologische landbouw: Voeding produceren vanuit het ecosysteem. Sommige
planten, bomen en bodemprocessen kunnen de groei en kwaliteit van gewassen
bevorderen. Lokale productie en met veel aandacht voor arbeid en leefomgeving.
De 6 criteria:
1. Ethisch verantwoorde landbouwbenadering: recht op adequate en veilig voeding
centraal. Is de benadering geschikt om armoede, honger en ondervoeding te reduceren?
2. Landbouwbenadering moet duurzaam zijn: dit staat voor respect voor toekomstige
generaties en een kleine ecologische voetafdruk.
3. Dierenwelzijn: Reusachtige stallen met meerdere verdiepingen zorgt niet voor
dierenwelzijn en inzetten op de vleesindustrie is sowieso niet duurzaam.
4. Rechtvaardige behandeling boeren en anderen: Belangrijk om de kloof tussen arm en
rijk te verkleinen. Veel voorstellen om landbouw te verbeteren zijn op grote schaal,
lokale boeren worden verdreven.
5. De landbouwbenadering draagt bij aan een sociaal en ecologisch vitaal landelijk
gebied: Boeren worden niet uit gebieden verdreven en landschappen worden niet
verpest door megastallen.
6. Wat doet de benadering met de kloof tussen consument en producent: de kloof maakt
het onmogelijk voor consument om een (in hun ogen) ethische keuze te maken.
, Volgens ethici staat duurzaamheid voor respect voor toekomstige generaties en een
kleine ecologische voetafdruk bij de gehele voedselproductie, inclusief reductie van
klimaatgassen en aanpassing aan klimaatverandering. Afstemming van in-en output
via Cradle to cradle kortere, duurzame ketens en circulaire economie zijn voorstellen om
een kleine voetafdruk tot stand te brengen. Wat wordt bedoeld met cradle to cradle?
Wat wordt bedoeld met circulaire economie? Kun je voorbeelden geven van
bovengenoemde principes in de praktijk van landbouw en voedsel? Cradle to cradle
utopie of werkelijkheid? Wat is je mening.
Cradle to cradle staat voor: afval is voedsel. Ze vinden dat elke grondstof en materialen
die voor een product gebruikt worden hergebruikt kunnen worden. Voorbeeld:
verpakkingen maken van vezels van de tomatenplant. Hierdoor wordt de tomatenplant
niet weggegooid.
Circulaire economie: Een economie waarin niets wordt weggegooid en van alle
reststoffen weer nieuwe dingen gemaakt kunnen worden. Voorbeeld: tapijten maken
van visnetten die niet meer worden gebruikt of in zee terecht zijn gekomen.
Cradle to cradle: Utopie of werkelijkheid? Hoewel dit tijd nodig zal hebben denk ik dat dit
werkelijkheid zal worden. Het wordt steeds belangrijker om te recyclen en niet te
verspillen en ook bij fabrikanten speelt dit. Er komen steeds meer handige verpakkingen
op de markt die volledig her te gebruiken is, of producten waar geen verpakking omheen
zit. Ik weet niet of alles hergebruikt kan worden, maar ik denk wel dat er uiteindelijk een
economie komt waarin alles zover mogelijk hergebruikt wordt.
Op pagina 280 stelt Korthals dat grote internationale voedingsbedrijven veel doen aan
'outsourcing' -het zoeken van internationale bronnen van voedingsingrediënten. Wat zijn
de voor-en nadelen van 'outsourcing'
Voordelen: Voedselveiligheid wordt nauw in de gaten gehouden door zelf onderzoeken
uit te voeren. Standaardisering is een voordeel doordat er een constante kwaliteit is in
de voedingsmiddelen. De prijs kan laag worden gehouden door producten over de hele
wereld te gebruiken. Producten zijn altijd beschikbaar, niet seizoensgebonden.
Nadelen: Gebruik van nieuwe technologieën waardoor er meer bewerkte
voedingsmiddelen op de markt komen waar weinig informatie over is. Kleine
ondernemingen worden uitgeknepen om er veel geld aan te verdienen. Lange ketens zijn
kwetsbaarder voor verschillende soorten besmetting.
Al jaren worden grote voedselbedrijven als Nestlé, Oreos, Kellogs, Proctor & Gamble,
Coca-Cola en Mars aangesproken op het ongezonde voedsel dat ze op de markt brengen.
Winst maken en dividend uitkeren aan de aandeelhouders is het doel van de betrokken
ondernemingen, niet de kwaliteit van het eten. Zij weerleggen de kritiek met het
argument dat de consument de keuze maakt en zij enkel de markt bedienen. (Moss,
2013) Geef je mening over bovenstaande uitspraken. Carlo Petrini (Slow Food) en
Michael Moss (onderzoeksjournalist en auteur van de bestseller zout, suiker en vet, hoe
de voedselindustrie ons in de greep houdt) stellen dat wij verslaafd geraakt zijn aan
goedkoop eten. Wat bedoelen zij hiermee? Ben je het eens met deze uitspraak? Geldt
dat ook voor jou?
De consument is inderdaad degene die de keuzes maakt in wat er wordt gekocht. Echter
zorgt de huidige markt ervoor dat we vooral ongezonde dingen kopen. Dit komt doordat
supermarkten ervoor zorgen dat de ongezondste producten op ooghoogte staan en
Thema 3
Alle mogelijke tentamenvragen van thema 3 zijn in dit document beantwoord.
THEMA 3
De landbouw- en voedingssector kent grote problemen en daarom is een ethische
beoordeling van de twee belangrijkste productiemethoden van belang. (pag. 277) Naar
welke twee productiemethoden refereert Korthals? Waarin onderscheiden beide
productiemethoden zich? Voor een ethische beoordeling van beide methoden heeft
Korthals zes criteria geformuleerd. Welke zes criteria hanteert Korthals en geef een korte
toelichting per criterium.
Intensieve bio-industrie produceert met veel toevoegingen, zoals kunstmest, chemische
middelen en water, maar met weinig arbeid. Ingrediënten komen van over de hele
wereld waardoor controle en sturing moeilijk is.
Agro-ecologische landbouw: Voeding produceren vanuit het ecosysteem. Sommige
planten, bomen en bodemprocessen kunnen de groei en kwaliteit van gewassen
bevorderen. Lokale productie en met veel aandacht voor arbeid en leefomgeving.
De 6 criteria:
1. Ethisch verantwoorde landbouwbenadering: recht op adequate en veilig voeding
centraal. Is de benadering geschikt om armoede, honger en ondervoeding te reduceren?
2. Landbouwbenadering moet duurzaam zijn: dit staat voor respect voor toekomstige
generaties en een kleine ecologische voetafdruk.
3. Dierenwelzijn: Reusachtige stallen met meerdere verdiepingen zorgt niet voor
dierenwelzijn en inzetten op de vleesindustrie is sowieso niet duurzaam.
4. Rechtvaardige behandeling boeren en anderen: Belangrijk om de kloof tussen arm en
rijk te verkleinen. Veel voorstellen om landbouw te verbeteren zijn op grote schaal,
lokale boeren worden verdreven.
5. De landbouwbenadering draagt bij aan een sociaal en ecologisch vitaal landelijk
gebied: Boeren worden niet uit gebieden verdreven en landschappen worden niet
verpest door megastallen.
6. Wat doet de benadering met de kloof tussen consument en producent: de kloof maakt
het onmogelijk voor consument om een (in hun ogen) ethische keuze te maken.
, Volgens ethici staat duurzaamheid voor respect voor toekomstige generaties en een
kleine ecologische voetafdruk bij de gehele voedselproductie, inclusief reductie van
klimaatgassen en aanpassing aan klimaatverandering. Afstemming van in-en output
via Cradle to cradle kortere, duurzame ketens en circulaire economie zijn voorstellen om
een kleine voetafdruk tot stand te brengen. Wat wordt bedoeld met cradle to cradle?
Wat wordt bedoeld met circulaire economie? Kun je voorbeelden geven van
bovengenoemde principes in de praktijk van landbouw en voedsel? Cradle to cradle
utopie of werkelijkheid? Wat is je mening.
Cradle to cradle staat voor: afval is voedsel. Ze vinden dat elke grondstof en materialen
die voor een product gebruikt worden hergebruikt kunnen worden. Voorbeeld:
verpakkingen maken van vezels van de tomatenplant. Hierdoor wordt de tomatenplant
niet weggegooid.
Circulaire economie: Een economie waarin niets wordt weggegooid en van alle
reststoffen weer nieuwe dingen gemaakt kunnen worden. Voorbeeld: tapijten maken
van visnetten die niet meer worden gebruikt of in zee terecht zijn gekomen.
Cradle to cradle: Utopie of werkelijkheid? Hoewel dit tijd nodig zal hebben denk ik dat dit
werkelijkheid zal worden. Het wordt steeds belangrijker om te recyclen en niet te
verspillen en ook bij fabrikanten speelt dit. Er komen steeds meer handige verpakkingen
op de markt die volledig her te gebruiken is, of producten waar geen verpakking omheen
zit. Ik weet niet of alles hergebruikt kan worden, maar ik denk wel dat er uiteindelijk een
economie komt waarin alles zover mogelijk hergebruikt wordt.
Op pagina 280 stelt Korthals dat grote internationale voedingsbedrijven veel doen aan
'outsourcing' -het zoeken van internationale bronnen van voedingsingrediënten. Wat zijn
de voor-en nadelen van 'outsourcing'
Voordelen: Voedselveiligheid wordt nauw in de gaten gehouden door zelf onderzoeken
uit te voeren. Standaardisering is een voordeel doordat er een constante kwaliteit is in
de voedingsmiddelen. De prijs kan laag worden gehouden door producten over de hele
wereld te gebruiken. Producten zijn altijd beschikbaar, niet seizoensgebonden.
Nadelen: Gebruik van nieuwe technologieën waardoor er meer bewerkte
voedingsmiddelen op de markt komen waar weinig informatie over is. Kleine
ondernemingen worden uitgeknepen om er veel geld aan te verdienen. Lange ketens zijn
kwetsbaarder voor verschillende soorten besmetting.
Al jaren worden grote voedselbedrijven als Nestlé, Oreos, Kellogs, Proctor & Gamble,
Coca-Cola en Mars aangesproken op het ongezonde voedsel dat ze op de markt brengen.
Winst maken en dividend uitkeren aan de aandeelhouders is het doel van de betrokken
ondernemingen, niet de kwaliteit van het eten. Zij weerleggen de kritiek met het
argument dat de consument de keuze maakt en zij enkel de markt bedienen. (Moss,
2013) Geef je mening over bovenstaande uitspraken. Carlo Petrini (Slow Food) en
Michael Moss (onderzoeksjournalist en auteur van de bestseller zout, suiker en vet, hoe
de voedselindustrie ons in de greep houdt) stellen dat wij verslaafd geraakt zijn aan
goedkoop eten. Wat bedoelen zij hiermee? Ben je het eens met deze uitspraak? Geldt
dat ook voor jou?
De consument is inderdaad degene die de keuzes maakt in wat er wordt gekocht. Echter
zorgt de huidige markt ervoor dat we vooral ongezonde dingen kopen. Dit komt doordat
supermarkten ervoor zorgen dat de ongezondste producten op ooghoogte staan en