Voorbereiding
- Ppt voorbereiding PR1
- Tekstboek + zelfstudievragen erbij
- Bekijk de kennisclip over de larynx en tongbeenskelet op Blackboard. Let op, de larynx en het
tongbeenskelet zijn geen onderdeel van dit practicum maar wél leerstof!
Ppt voorbereiding PR1
Zie de ppt. Hieronder wat bel dingen, ook voor het PR.
Halvemaanvormige kleppen zitten voor de aorta en longslagader
Vragen die we kunnen stellen:
• Gezien de bloedsomloop, wat zal er gebeuren wat betreft bloeddruk en doorbloeding (stuwing,
ischemie) in het lichaam, hartspierveranderingen (verdikken, verdunnen) bij klepproblemen en
bij hartspierproblemen waarbij de spierkracht het laat afweten.
• Beredeneer welke veranderingen u dan kunt aantreffen in diverse organen zoals de longen, de
nieren, lever, milt en het maagdarmkanaal.
• Welke gevolgen kunt u aantreffen als het gaat om ontsteking en neoplasie?
• Welke veranderingen kunt u aantreffen in de pericardiale holte en het pericard?
• Wat zijn de gevolgen voor de organen (zie boven) hiervan?
• Probeer, met de basiskennis die u heeft, te beredeneren als een dierenarts.
• Bespreek deze vragen tijdens de practica met de pathologiedocent.
Necrose macroscopisch:
Macroscopisch is necrose altijd wit!
Tenzij er bij het leven stuwing is opgetreden, zoals bij het afknellen van lichaamsuiteinden of lichaams- /
orgaandelen en bij torsio’s. Dan is necrose zwart gekleurd door bloedafbraak.
,Hart bestaat uit lumen omringd door een spierwand en daarom heen een vlies (epicard), een ruimte
(pericardiale holte) en weer een vlies (pericard). Pericardiale holte en het pericard zijn samen het
hartenzakje
let op waar ze die papillairspier aangeven!
, je krijgt dat
juist bloedophoping!
Tekstboek + zelfstudievragen erbij
Adhv dit de zelfstudievragen maken.
Neus
1. In welk opzichten is de anatomische bouw van de uitwendige neus van een paard, hond, rund
en varken karakteristiek? Benoem de verschillen.
, 2. Welke structuren zorgen ervoor dat het neusgat open staat?
Het kraakbeenskelet
3. Wat is het philtrum?
De nasale plaat/ planum nasale en bovenlip wordt hierdoor gesplitst.
Antw: sluitingsnaad prominentia maxillaris
4. Welke structuren begrenzen de neusholte dorsaal, ventraal, mediaal, lateraal en caudaal?
Dorsaal: os incisiva
Ventraal: os palatinum
Mediaal: neusseptum
Lateraal: os maxillare