Etiket en meetlint
- BNP ( Bruto Nationaal Product ) = Meetlint voor armoede.
- Pas op!
- Een land kan meer inwoners hebben = dus hoger BNP.
- Om welvaart te kunnen vergelijken maak je de absolute waarde een relatieve
waarde. ( BNP per inwoner ) Hiermee haal je het probleem van de hoeveelheid
bevolking weg.
Lastig vergelijken
- Als je statistische gegevens verzamelt vallen twee dingen op.
- De indicatoren worden vaak verschillend omschreven.
- Veel cijfers zijn verouderd.
- Indicatoren geven meestal de situatie op nationale schaal weer.
- Ontwikkelingslanden moet je cijfermatige gegevens echt heel globaal nemen. Het is
niet te vertrouwen.
Economische kenmerken en criteria
- Onder het BNP verstaat men de totale productie van goederen en dus ook diensten,
in de loop van een jaar, uitgedrukt in geld. ( Alles wat in een land in een jaar verdiend
wordt )
- BNP per hoofd wordt veel gebruikt als indicator voor ontwikkeling. Maar kijk uit, want:
- In een ontwikkelingsland is het vaststellen van het BNP voor een deel
nattevingerwerk.
- Onderlinge vergelijking is lastig ( omrekenen valuta )
- Het is een gemiddelde, het zegt niks over het nationaal inkomen.
- Verschillen in koopkracht. ( Je kan in Egypte een maaltijd kopen voor 80 cent
terwijl je hier in Nederland er nog niet eens een hamburger van kan kopen )
- Nationaal inkomen = Totaaltelling van alle inkomens die in een jaar in een land
worden verdiend.
Koopkrachtverschillen
- Koopkracht = De hoeveelheid goederen en diensten die een bevolking kan verkrijgen
voor een gegeven hoeveelheid geld.
- Door de hamburger index kan je landen vergelijken. McDonald's heeft praktisch
vestigingen over de hele wereld. Dus hoeveel je moet neerleggen voor een
hamburger kan je dan vergelijken met de andere landen.
- VN heeft een Human Development Index, in het Nederlands: Index Menselijke
Ontwikkeling ( IMO ) ontwikkeld.
- Wordt berekend door gemiddelde van drie criteria:
- Hoeveel verdient de bevolking gemiddeld.
- Hoe oud worden mensen gemiddeld.
- Hoeveel mensen hebben leren lezen en schrijven.
, De bestaansmiddelen
- Primaire sector Landbouw
- Secundaire sector Industrie
- Tertiaire sector Diensten
- Beroepsbevolking = Personen van 15 t/m 64 jaar die ten minste twaalf uur per week
werken; de potentiële beroepsbevolking is de bevolking in de leeftijd van 15 t/m 64
jaar.
- In veel ontwikkelingslanden zijn hooguit de leeftijden van alle inwoners bekend.
Daarom wordt er gekeken naar de leeftijdsopbouw van de bevolking om een indruk
te krijgen van de omvang van de beroepsbevolking.
3.2 Mensen en culturen: Tsjechië en Egypte ( Arm en Rijk )
Demografische kenmerken en criteria
- Bevolkingsdichtheid = Het ( gemiddelde ) aantal inwoners per vierkante kilometer.
- Bevolkingsspreiding = De wijze waarop de bevolking is verdeeld over de
geografische ruimte.
- Bevolkingsgroei = De getalsmatige toename of afname van een groep mensen als
resultaat van geboorte en sterfte ( natuurlijke groei ) en vestiging en vertrek ( sociale
groei )
- Leeftijdsopbouw = De getalsmatige samenstelling van de bevolking naar leeftijd en
geslacht.
- Groene druk = De verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 19 jaar en het
aantal personen in de zogenaamde ‘productieve leeftijdsgroep’ van 20 t/m 64 jaar.
- Grijze druk = De verhouding tussen het aantal personen van 65+ en het aantal
personen in de zogenaamde ‘productieve leeftijdsgroep’ van 20 t/m 64 jaar.
Niet productieven
Demografische druk: ---------------------- x 100 %
Productieven
De bevolkingsovergang
- Demografische transitie = Model dat de overgang van een hoog niveau naar een
laag niveau van natuurlijke bevolkingsgroei en de tussenliggende sterke toename
van de bevolkingsomvang weergeeft en verklaart.
- Demografische ontwikkeling heeft in de wereld tot gevolg dat het zwaartepunt van de
wereldbevolking in de richting van minder ontwikkelde landen gaat.
Migratie vertelt een eigen verhaal
- Sterke emigratiebeweging = Slecht economische of politieke omstandigheden.
- Pull- en pushfactoren.