Visies op gedrag van mensen.
Gedrag verklaren:
o Biologische psychiatrie (Medisch model dat aangeeft dat er lichamelijk iets misgaat).
o Behavioristische zienswijze/leertheorie (Sociale leertheorie).
o Cognitieve theorie (Fenomenologie).
o Intrapsychische zienswijze/psychoanalyse (Freud).
Biologische psychiatrie (Medisch model):
Ontstaan van het gedrag dat kan door:
o Erfelijkheid.
o Gedrag is erfelijk bepaald. Aanleg-kwetsbaarheid zijn van invloed op het ontstaan van
gedrag.
o Verstoorde biologische processen in het zenuwstelsel.
Informatie-uitwisseling tussen zenuwcellen (neuronen) gaat met behulp van
neurotransmitters (chemische stoffen).
Verstoring van aanmaak of afbraak van neurotransmitters.
Belangrijke neurotransmitters bij stemmingsstoornis:
o Serotonine: Stemming, zelfvertrouwen, slaap, emotie, seksuele activiteiten, eetlust,
verwerking, pijnprikkels.
o Noradrenaline: Stemming, emotie.
o Dopamine: Geluk stofje, bewegen, denken/plannen, doelgericht handelen, emotie en
motivatie.
o Teveel aan serotonineManisch gedrag, euforisch, gespannen, angstig of
opgewonden.
o Te weinig aan serotonineNoradrenaline en dopamine leidt tot depressief gedrag of
neerslachtigheid.
Biologische behandelmethoden:
o Psychofarmaca:
Dit zijn medicijnen die invloed uitoefenen op de stofwisseling in het CZS en daardoor
invloed uitoefenen op het gedrag:
Antidepressiva-stemmingsstabilisatoren (depressie, bipolair).
Antipsychotica (psychose)
Anxiolytica (benzodiazepinen) bij angststoornissen.
o Elektroconvulsie therapie (resistente depressies).
o Slaapdeprivatie; onthouden van de slaap. Dat gaf een aanwijzing dat antidepressiva
kan werken, wordt niet meer gebruikt.
o Lichttherapie, bijvoorbeeld bij een winterdepressie.
Behavioristische zienswijze/leertheorie:
(Sociale leertheorie).
o Bestudeert objectief, waarneembaar gedrag van de mens, gedrag is aangeleerd.
, o Behaviorisme verklaar het gedrag van de mens door wat er geleerd is, daardoor kun
je ongewenst gedrag veranderen door iets anders te leren.
o Door een consequente herhaling van de straf en beloning gaan mensen het
gewenste, aangeleerde gedrag vertonen als hen een straf of beloning in het
vooruitzicht wordt gesteld (conditioneren).
Conditioneren is leren door beloning en straf.
o Belonen is gewenst gedrag. Gewenst gedrag koppelen aan plezierige gevoelens en
gedachten.
o Straffen leert het ongewenste gedrag af, gedrag koppelen aan negatief gevoelens en
gedachten.
Toepassingsgebied van behaviorisme is gedragstherapie:
o Verkeerd gedrag is aangeleerd.
o Verkeerd gedrag kan afgeleerd worden.
o Gewenst gedrag kan aangeleerd worden.
Twee soorten conditioneren:
Klassieke:
o Pavlov (watertanden/kwijlen).
o Er is altijd een reflex
o Experiment met honden.
Operante:
o Skinner.
o Het gaat hierom een reactie, niet om een reflex.
o Black box experiment.
Belonen van gedrag: Toename van gewenst gedrag:
Positieve bekrachtiging (iets positiefs toevoegen)
o Complimenten te geven
o Schouderklopje te geven
o Iets lekkers geven
o Positieve aandacht
o Iets leuks doen of cadeau
o Meer vrijheden.
Negatieve bekrachtiging (iets negatiefs/vervelends af te nemen/weghalen)
o Vervelende klusjes overnemen.
o Activiteit op een ander tijdstip doen.
Uitdoving en modeling:
o Uitdoving (ongewenst gedrag dat langzaam afneemt door beloning:
o Dit is het verschijnsel dat de frequentie van het gedrag dat niet meer wordt beloond
geleidelijk zal afnemen.
o Systematische desensitisatie: