Blokopdracht 4.3 Kwaliteitszorg
Beschrijving knelpunt
Cliënten roken in hun eigen kamer. Sommige cliënten laten dan hun kamerdeur open staan
waardoor de rook de publieke ruimte binnengaat wat leidt tot rookoverlast voor
medebewoners en personeel. Daarnaast komt personeel kamers binnen waar op dat moment
gerookt wordt of niet rookvrij zijn. Ook dit is niet veilig voor personeel.
Richtlijnen, voorschriften en regels die van toepassing zijn op het knelpunt
Verbod op rookruimtes
De wet verplicht om in een gebouw of inrichting die gebruikt wordt door een instelling of
vereniging voor gezondheidszorg, een rookverbod in te stellen.1 Een zorginstelling valt
hieronder. Dit houdt in dat in een instelling niet mag worden gerookt. Hierop werd een
uitzondering gemaakt voor speciale rookruimtes. Deze uitzondering is echter vervallen per 1
juli 2021, hetgeen de facto betekent dat er geen rookruimtes meer mogen zijn.
Uitzonderingen op het rookverbod
In het Besluit is een tweetal uitzonderingen op het rookverbod opgenomen. De zorgaanbieder
is niet verplicht een rookverbod in te stellen voor:
1) De privéruimten van cliënten. Er is nergens (niet in de wet of het besluit, of in andere
wetten) een definitie opgenomen wat onder een privéruimte wordt verstaan Onder privéruimte
verstaan wij: een ruimte die exclusief door de cliënt gebruikt wordt en waar hij voor langere
tijd verblijft. Een ruimte waar meerdere cliënten verblijven of waar een cliënt tijdelijk
verblijft (bijvoorbeeld in een ziekenhuis) valt dus niet onder dit begrip, zodat daar het
rookverbod dus van toepassing is.
2) De open lucht. Ook hier is het niet verplicht om een rookverbod in te stellen, maar kan
hiertoe wel besloten worden. Een beschutte rookplek, zoals een abri, mag alleen worden
ingericht op het buitenterrein bij het gebouw. Voorwaarde is dat de voorziening volledig
buiten het gebouw is geplaatst. Bijvoorbeeld op de parkeerplaats. Op binnenplaatsen en onder
afdakjes van het gebouw mag dus niet zo'n rookplek worden gemaakt. De volgende eisen zijn
door de NVWA opgesteld:
Beschrijving knelpunt
Cliënten roken in hun eigen kamer. Sommige cliënten laten dan hun kamerdeur open staan
waardoor de rook de publieke ruimte binnengaat wat leidt tot rookoverlast voor
medebewoners en personeel. Daarnaast komt personeel kamers binnen waar op dat moment
gerookt wordt of niet rookvrij zijn. Ook dit is niet veilig voor personeel.
Richtlijnen, voorschriften en regels die van toepassing zijn op het knelpunt
Verbod op rookruimtes
De wet verplicht om in een gebouw of inrichting die gebruikt wordt door een instelling of
vereniging voor gezondheidszorg, een rookverbod in te stellen.1 Een zorginstelling valt
hieronder. Dit houdt in dat in een instelling niet mag worden gerookt. Hierop werd een
uitzondering gemaakt voor speciale rookruimtes. Deze uitzondering is echter vervallen per 1
juli 2021, hetgeen de facto betekent dat er geen rookruimtes meer mogen zijn.
Uitzonderingen op het rookverbod
In het Besluit is een tweetal uitzonderingen op het rookverbod opgenomen. De zorgaanbieder
is niet verplicht een rookverbod in te stellen voor:
1) De privéruimten van cliënten. Er is nergens (niet in de wet of het besluit, of in andere
wetten) een definitie opgenomen wat onder een privéruimte wordt verstaan Onder privéruimte
verstaan wij: een ruimte die exclusief door de cliënt gebruikt wordt en waar hij voor langere
tijd verblijft. Een ruimte waar meerdere cliënten verblijven of waar een cliënt tijdelijk
verblijft (bijvoorbeeld in een ziekenhuis) valt dus niet onder dit begrip, zodat daar het
rookverbod dus van toepassing is.
2) De open lucht. Ook hier is het niet verplicht om een rookverbod in te stellen, maar kan
hiertoe wel besloten worden. Een beschutte rookplek, zoals een abri, mag alleen worden
ingericht op het buitenterrein bij het gebouw. Voorwaarde is dat de voorziening volledig
buiten het gebouw is geplaatst. Bijvoorbeeld op de parkeerplaats. Op binnenplaatsen en onder
afdakjes van het gebouw mag dus niet zo'n rookplek worden gemaakt. De volgende eisen zijn
door de NVWA opgesteld: