1.1. De kandidaat beschrijft wat het burgerlijk procesrecht inhoudt of wanneer het van toepassing
is.
Burgerlijk procesrecht houdt in dat het deel van het privaatrecht beschrijft hoe de rechten en plichten
uit het materiele deel van het privaatrecht worden gehandhaafd.
Het burgerlijk procesrecht is van toepassing als een partij haar plichten uit het burgerlijk wetboek niet
nakomt, het procesrecht geeft hier regels voor.
1.2. De kandidaat legt het verschil tussen een verzoekschriftprocedure en een
dagvaardingsprocedure uit.
Bij een verzoekschrift is er maar een partij en gaat het niet om het oplossen van een geschil.
Een dagvaarding is een officiële schriftelijke mededeling die wordt uitgebracht door een
gerechtsdeurwaarder, met een oproep om voor de rechter te verschijnen.
1.3. De kandidaat stelt voor een situatie vast of de procedure begint met een dagvaarding of een
verzoekschrift.
Dagvaardingsprocedure:
- Namen procespartijen: Eiser/gedaagde
- Inleidend stuk: Dagvaarding
- Verschijning ter zitting (kantonrechter): In persoon of bij gemachtigde
- Rechtbank: Bij advocaat
- Rechterlijke uitspraak: Vonnis
- Hoofdregel relatieve competentie: Woonplaats gedaagde
Verzoekschriftprocedure:
- Namen procespartijen: Verzoeker/verweerder
- Inleidend stuk: Verzoekschrift (of rekest)
- Verschijning ter zitting (kantonrechter): In persoon of bij gemachtigde
- Rechtbank: In persoon of bij advocaat
- Rechterlijke uitspraak: Beschikking
- Hoofdregel relatieve competentie: Woonplaats verzoeker
, 1.4. De kandidaat stelt voor een situatie vast wat de benaming is van de verschillende betrokkenen
bij een civiele procedure (rechter, advocaat, gemachtigde, eiser, gedaagde, verzoeker,
verweerder, appellant, geïntimeerde).
Rechter: een rechter is iemand die rechtspreekt, rechter spreekt een oordeel uit bij een geschil,
hiermee houdt hij rekening met de wet, jurisprudentie.
Advocaat: Juridisch adviseur, die ook bevoegd is om zijn cliënt in een juridische procedure te
vertegenwoordigen.
Gemachtigde: een gemachtigde is iemand die bijgevoegd is om iemand te vertegenwoordigen in een
juridische procedure bij kantonrechter.
Eiser: De initiatief nemende partij tot een dagvaardingprocedure.
Verzoeker: De initiatiefnemer tot de verzoekschriftprocedure die het gerecht in zijn verzoekschrift
verzoekt een bepaalde voorziening te treffen.
Verweerder: de wederpartij in een verzoekschriftprocedure.
Appellant: De procespartij die het hoger beroep instelt.
Geïntimeerde: wederpartij van de appellant in hoger beroep
1.5. De kandidaat benoemt de ambtelijke taken van een gerechtsdeurwaarder in het civiel
procesrecht.
De Ambtelijke taken van een gerechtsdeurwaarder in het civiel procesrecht:
- Betekenen van exploten
- Ten uitvoer leggen van rechterlijke uitspraken
- Conservatoir beslag leggen
1.6. De kandidaat steelt voor een situatie vast wat de schriftelijke stukken tijdens de civiele
procedure inhouden, van wie ze afkomstig zijn en in welke volgorde ze ingediend worden
(dagvaarding inclusief conclusie van eis, conclusie van antwoord, conclusie van repliek,
conclusie van dupliek, verzoekschrift, verweerschrift).
Civiele procedure
Dagvaarding: is een oproep aan de gedaagde om ter zitting te verschijnen, met daarin ook een
omschrijving van de vordering die de eiser op de gedaagde meent te hebben.
Conclusie van antwoord: geeft de advocaat van de gedaagde een zo volledig mogelijke reactie op de
eis uit de dagvaarding. Hij legt uit waarom hij de vordering van de eiser afwijst, op welke grondslagen
(wetsartikelen) hij deze afwijzing baseert, en over welke bewijsmiddelen en getuigenverklaringen hij
beschikt (art. 128 Rv)
Het is de bedoeling dat beide procespartijen in deze eerste schriftelijke ronde (eiser in de
dagvaarding, gedaagde in de conclusie van antwoord) al hun kaarten op tafel leggen, zodat duidelijk
is waar het geschil om draait en welke gronden en bewijsmiddelen beide partijen voor hun zienswijze
hebben.