Hoofdstuk 1
• kan de definitie van een verbintenis uitleggen en kan aangeven uit welke bronnen
een verbintenis ontstaat;
Een vermogensrechtelijke relatie waar 2 of meer partijen zijn en de ene partij een plicht heeft
en de andere partij een recht
Bronnen: OVK, wet
• kent de begrippen: object van een verbintenis, prestatie, schuldeiser/crediteur,
schuldenaar/debiteur, natuurlijk persoon en rechtspersoon, rechtssubject, publiek- en
privaatrecht (of: civiel recht), materieel en formeel recht, burgerlijk procesrecht,
vermogensrecht en personenrecht, verbintenissenrecht en kan deze in casuïstiek
toepassen;
Prestatie = hetgeen wat uitgevoerd moet worden
Schuldeiser = degene wie de prestatie ontvangt
Schuldenaar = degene wie de prestatie levert
Natuurlijk persoon = de mens
Rechtspersoon = een organisatie
Rechtssubject = drager van rechten en plichten
Publiekrecht = overheid en burger
Privaatrecht = burger en burger
Materieel recht = alle wetten en plichten van burger
Formeel recht = handhaving van materieel recht
Burgerlijk procesrecht = recht van burger op vorming proces
Vermogensrecht = Goederenrecht en verbintenissenrecht
Personenrecht = personen- en familierecht en
rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht = Recht op verbintenis
• kan van de behandelde deelgebieden gemotiveerd aangeven of zij onder het publiek-
of het privaatrecht, dan wel het formele of materiële recht vallen;
Kijken of het met overheid te maken heeft? Zo ja = publiekrecht. Zo nee = privaatrecht. Zijn
het rechten en plichten? Zo ja = materieel recht. Zo nee, is het handhaving, zo ja = formeel
recht.
• kan de behandelde beginselen van het privaatrecht, alsmede de begrippen dwingend
en regelend recht onderscheiden, en kan uitleggen wat deze inhouden;
Beginselen:
- Contractsvrijheid = vrij om overeen te komen wat zij willen
- Pacta sunt servanda = overeenkomsten moeten worden nagekomen
- Vormvrijheid = geen speciale vorm waarin handelingen verricht moeten worden,
zolang niet anders bepaald
- Redelijkheid en billijkheid = verstand en rechtsgevoel
- Bijzonder gaat voor algemeen
, Verbintenissenrecht begrepen: 9789462900905
Dwingend recht = moet je je aan houden, mag niet afwijken
Regelend recht = mag je van afwijken
• kan de behandelde wetgeving op het gebied van het privaatrecht toepassen en kan
een wetsartikel uit het BW op de behandelde wijze noteren. De student kan de
gelaagde opbouw van het BW uitleggen en kan, op basis van de behandelde stof met
behulp van het juridisch stappenplan, casuïstiek toepassen.
✓
JSP = Rechtsvraag → artikel → analyseren → toepassen → conclusie