Hoofdstuk 1 – Ons spellingsysteem
1.1 Ons schriftsysteem en leren spellen
Pictografisch schiftsysteem: het aller oudste systeem waar gebruik
wordt gemaakt van pictogrammen. Tegenwoordig wordt dit gebruikt bij
bijv. verkeersborden. Het voordeel is dat je moeilijke boodschappen simpel
kan weergeven. Bijv. ‘’vanaf deze kant mag je de straat niet inrijden, vanaf
de andere kant wel’’ wordt weergegeven met een rode en zwarte pijl.
Logografisch schriftsysteem: een systeem waarbij elk logo voor een
woord staat. een voorbeeld hiervan is het Chinees.
Alfabetisch schriftsysteem: 1000 voor Chr. ontdekten de Feniciërs dat
je alle woorden kan ontleden in een beperkt aantal klanken. Zij schreven
alleen de medeklinkers op. Later hebben de Grieken de klinkers
toegevoegd.
- Foneem: is een spraakklank die betekenisverschil veroorzaakt. In de
klankgroepen /gaaf/ en /raaf/ is het verschil tussen de /g/ en de /r/
verantwoordelijk voor het verschil in betekenis.
- Grafeem: een letter of lettercombinatie die verwijst naar een foneem.
In het Nederlands kennen we 36 grafemen. Dit komt omdat er voor
sommige fonemen twee mogelijke grafemen zijn. Voor de ij-klank kun je
gebruikt maken van de ij en ei. Voor de au-klank kan je gebruik maken
van de au en ou.
Problemen bij fonemen en grafemen:
Fonemen zijn lastig te herkennen. Het herkennen van fonemen is niet een
kwestie van goed luisteren maar van abstract denken.
Grafemen die uit meerdere letter bestaan zijn lastig omdat kinderen
moeite hebben met de volgorde onthouden. Dat resulteert in peos en tiun.
De koppeling tussen het grafeem en foneem is niet eenduidig. Bijvoorbeeld
de /u/ kan door 5 verschillende grafemen worden weergegeven (put, een,
de, lelijk, aardig) waarbij de /u/ steeds op een andere manier wordt
weergegeven.
1.2 Hoofdregels van de Nederlandse spelling
1.2.1 Het fonologisch principe:
Wil zeggen dat elk foneem door een apart grafeem wordt weergegeven. Het
fonologisch principe houdt ook in dat elk grafeem voor een en hetzelfde foneem
staat. Het grafeem aa verwijst altijd naar het foneem /aa/. Woorden die alleen
volgens het fonologisch principe worden gespeld noemen we klankzuivere
woorden. Het fonologisch principe is de basis van de Nederlands spelling en
kinderen moeten dit dus eerst onder de knie krijgen.
1.2.2 Het morfologisch principe:
Hierbij gaan we niet uit van de klank maar van de vorm van het woord. Woorden
zijn vaak opgebouwd uit verschillende elementen die elk een eigen betekenis
dragen. Dit noemen we morfemen. Het woord onwijs bestaat uit twee
morfemen, on en wijs. Sommige morfemen kunnen als woord voorkomen dit
,noemen we vrije morfemen. Er zijn ook morfemen die niet los voorkomen maar
altijd aan een ander woord worden toegevoegd dit noemen we gebonden
morfemen. Gebonden morfemen noemen we voorvoegsels als ze voor een
woord geplaatst worden (on-, be-, ver-) en achtervoegsels als we het achter
een woord plaatsen (-ig, -heid).
De regel van de gelijkvormigheid:
De regel houdt in dat we een woord of voor- of achtervoegsel steeds op dezelfde
manier schrijven. We schrijven web, omdat we in het meervoud webben duidelijk
een b-klank horen. In werkzaam horen we een /s/, maar het achtervoegsel -zaam
schrijven we toch met een -z, omdat in de meeste gevallen de /z/ uitgesproken
wordt net als bij gehoorzaam. De regel treedt voornamelijk op bij klanken die aan
het eind van het woord anders worden uitgesproken dan middenin een woord en
bij klanken die in de uitspraak wegvallen of veranderen door de klank die ernaast
staat.
De regel van de overeenkomst:
De regel houdt in dat ook de opbouw van een woord duidelijk wordt in de
spelling. Als woorden op dezelfde manier zijn gevormd, worden ze ook op
dezelfde manier geschreven. Het woord grootte klinkt net als grote maar we
schrijven het met dubbel -t om aan te geven dat het woord op dezelfde manier is
opgebouwd als lengte. De regel wordt niet consequent toegepast in de
Nederlandse taal. Kijk maar naar het voorbeeld loopt+t zouden we hij schiett
moeten schrijven, maar we schrijven nooit een dubbele medeklinker op het
einde.
De regels van de overeenkomst en de gelijkvormigheid lijken erg op elkaar. In
beide gevallen kom je tot de juiste spelling door woorden met elkaar te
vergelijken. Bij de regel van de gelijkvormigheid vergelijk je woorden van
hetzelfde soort: je kijkt hoe je dat morfeem in langere woorden schrijft. Bij de
regel van de overeenkomst vergelijk je een woord met een heel ander woord en
andere betekenis.
Het leren van deze regels zijn vaak een probleem. Eerst hebben de kinderen
geleerd om op hun gehoor af te gaan en nu moeten zij dit loslaten en een regel
toepassen.
1.2.3 Het syllabisch principe:
Heeft betrekking op de spelling van syllaben in een woord. Een syllabe is een
klankgroep, een deel van een woord. Een syllabe is niet hetzelfde als een
morfeem. Een morfeem heeft altijd een betekenis en een syllabe niet (tenzij het
toevallig samenvalt). Voorbeeld van een woord verdelen in klankgroepen: /loo/
+ /pun/ en niet /loop/ + /un/. Binnen het syllabisch principe zijn er twee regels:
De verenkelingsregel:
Normaal in het Nederlands wordt een lange klank weergegeven door twee letter
(aa, oo, uu, ee) maar als een klankstuk eindigt op een lange klank, dan schrijven
we maar een letter. Als je het woord ramen verdeeld in klankgroepen krijg je
/raa/ + /mun/. /raa/ eindigt op een lange klank en daarom schrijven we ramen
maar met een a.
De verdubbelingsregel:
Als een klankstuk eindigt op een korte klank /a/, /e/, /u/, /o/ dan wordt de
medeklinker die daarop volgt verdubbeld. In koffer eindigt het klankstuk /ko/ op
een korte klankt en wordt volgens de regel de medeklinker die daar op volgt
dubbel geschreven. Daarom schrijven we koffer met dubbel f.
, 1.2.4 Het etymologisch principe:
Houdt in dat de herkomst bepalend is voor de schrijfwijze van een woord of
spraakklank. Het verschil in herkomst van woorden als hij en hei heeft men in de
spelling tot uitdrukking willen brengen. Vandaar dat wij twee schrijfwijzen kennen
voor de /ij/ en /ou/.
Leenwoorden vallen ook onder het etymologisch principe. We schrijven radio
voor /raadiejoo/ in dit geval is de schrijfwijze ook overgenomen.
Het etymologisch principe is lastig voor kinderen. Het lastige hierbij is dat er niet
echt een duidelijke regel is zoals die bij de andere principes wel is. Kinderen
moeten weten dat /rou/ verwijst naar verdriet en /rauw/ naar ongaar vlees.
1.3 Spellingvereenvoudiging
De Nederlandse spelling blijkt behoorlijk complex door alle regels en
uitzonderingen. Men probeert voortdurend de spelling te vereenvoudigen. Vooral
rond de jaren 1935 en 1970 is er intensief gediscussieerd. In 1996 en 2005 zijn
er nog veranderingen doorgevoerd. Alle voor- en tegenargumenten hebben te
maken met:
Leerbaarheid van de spelling:
Door de voorstanders wordt beweerd dat fonologisch spellen in een hand
om draai te leren valt. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Kinderen in groep 7
en 8 hebben het fonologisch spellen al aardig onder de knie, het is dus
geen wonder dat ze zo weinig fouten maken.
De bruikbaarheid van de spelling:
Door de vereenvoudiging van de spelling zal het aantal homografen
(woorden met dezelfde schrijfwijze, maar andere betekenis) toenemen. Hij
krijgt bijvoorbeeld twee betekenissen en dit zal verwarring opleveren. Ook
de expressie mogelijkheden zullen verminderen.
De sociale aanvaardbaarheid van de spelling:
Dit is het moeilijkste punt. Als de spelling verandert zal worden kost het
miljoenen om alles aan te passen. Het grootste probleem ligt ook bij de
emotionele weerstand die veel Nederlanders hebben tegenover de
verandering van de spelling
Hoofdstuk 2 – Het spellingsproces
2.1 Functie van het woordgeheugen bij het spellen
Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de schrijfwijze van een woord niet losstaat
van de andere informatie over het woord dat is opgeslagen uit ons geheugen.
Ook uit onderzoek blijkt dat het vaak lezen van een woord niet altijd leid tot een
goed woordbeeld.
Een theorie over de wijze waarop woorden worden opgeslagen in ons geheugen
is de versmeltingstheorie van Ehri. Van elk woord is bepaalde informatie
vastgelegd in het mentale lexicon. We weten hoe een woord klinkt, hoe je het
moet uitspreken, wat de betekenis is, hoe je het in een zin gebruikt, hoe het is
opgebouwd en hoe je het moet schrijven. Elk woord heeft een aantal
kenmerkende eigenschappen volgens Ehri: