Question 1
1 out of 1 points
Vul in: Zowel professor Valk als professor Leeuw verwachten een paper van Bas op
maandag. Bas levert echter beide papers niet in. Professor Valk concludeert dat Bas slordig
is en niet gemotiveerd is in zijn studie, terwijl professor Leeuw er van uit gaat dat er iets
onverwachts plaats vond waardoor Bas gehinderd was om zijn paper in te leveren. Professor
Valk’s attributie is ___ en professor Leeuw’s attributie is __.
Answer
Selected Answer:
Intern; extern
Correct Answer:
Intern; extern
Response Het antwoord is C (blz. 122-124). Professor Valk’s attributie is gebaseerd op
Feedback: de persoonlijke disposities en traits van Bas (i.e. dat hij slordig en
ongemotiveerd is). Dit is een interne of dispositionele attributie. Professor
Leeuw’s attributie is gebaseerd op omgevingsinvloeden, omdat professor
Leeuw denkt dat de oorzaak niet bij Bas zelf ligt. Dit is een externe of
situationele attributie.
Question 2
1 out of 1 points
Welke zin beschrijft het beste het algemene principe van cognitieve dissonantie?
Answer
Selected
Answer: Des te zwakker de redenen zijn voor ons tegenstrijdig gedrag, des te
sterker de druk is om onze attitudes te veranderen
Correct
Answer: Des te zwakker de redenen zijn voor ons tegenstrijdig gedrag, des te
sterker de druk is om onze attitudes te veranderen
Response Het antwoord is D (blz. 164-165). Bij cognitieve dissonantie voelt iemand
Feedback: zich cognitief gespannen vanwege twee tegenstrijdige cognities (je denkt A
maar je doet B). Als er geen goede reden is om te verklaren waarom iemand
zich tegenstrijdig heeft gedragen is de dissonantie sterker en daarom zullen
mensen proberen dit te verminderen door hun attitudes te veranderen.
Antwoord A is incorrect omdat het hierbij meer gaat om cognitie dan emotie.
Antwoord B is incorrect omdat straffen en beloningen meer de condities zijn
voor wel/niet optreden van cognitieve dissonantie. Antwoord C is fout omdat
tegenstrijdig gedrag niet tot attitude verandering leidt wanneer er een valide
reden is dat deze gedrag rechtvaardig maakt.
Question 3
0 out of 1 points
Bob is onlangs afgestudeerd. Als hij terugdenkt aan zijn studie herinnert hij zich diverse
onaangename ervaringen met medewerkers van de afdeling arbeids- en
organisatiepsychologie. Hij vergeet de keren dat de medewerkers van die afdeling aardig en
behulpzaam waren. De negatieve mening van Bob over medewerkers van deze afdeling
wordt gevormd door……
, Answer
Selected Answer:
Een heuristiek
Correct Answer:
Een illusoire correlatie
Response Het antwoord is A. Wanneer Bob terugdenkt aan zijn studie herinnert hij
Feedback: alleen negatieve ervaringen waardoor hij een negatieve houding heeft ten
aanzien van de A&O psychologie medewerkers. Dit is echter onterecht
omdat Bob ook goede ervaringen had met deze medewerkers. Er is sprake
van illusoire correlatie omdat Bob een verband waarneemt tussen zijn
negatieve houding en negatieve ervaringen met de medewerkers, maar niet
met de positieve ervaringen. Bob gebruikt hierbij geen heuristiek, omdat hij
niet vereist wordt om snel en gemakkelijk een beoordeling te vormen. Er is
ook geen sprake van illusie van controle, omdat dit geen situatie betreft
waarin Bob het gevoel heeft dat hij controle heeft over onbestuurbare
evenementen. Counterfactual thinking (blz. 114-115) is onjuist, omdat Bob
hier niet aan alternatieve scenario’s en uitkomsten denkt voor zijn ervaringen
met de medewerkers (bijvoorbeeld “Wat als ik zelf aardig tegen ze deed?”).
Question 4
1 out of 1 points
Loes moet beslissen of ze wel of niet gaat doorstuderen na haar bachelor. Ze vindt dat ze
een voltijdbaan moet hebben, maar ze weet ook dat haar ouders willen dat ze nog een
master doet. Volgens de theory of reasoned action zal haar uiteindelijke beslissing een
reflectie zijn van:
Answer
Selected Answer:
haar eigen attitude en de subjectieve norm die haar ouders uiten
Correct Answer:
haar eigen attitude en de subjectieve norm die haar ouders uiten
Response Het antwoord is B (blz. 153-154). Theory of reasoned action is toepasbaar op
Feedback: gedrag waarvan mensen controle over hebben. Volgens de theorie is
gedragsintentie te voorspellen door onder andere te kijken zowel naar
iemands eigen attitude als de attitude van anderen. Loes zal zowel haar
eigen mening als die van haar ouders in rekening nemen bij haar beslissing
en daarom is B het juiste antwoord. Antwoord A en C geven slechts één van
de twee normen die ze hanteert. Antwoord D, waargenomen controle, is
relevant voor de theory of planned behaviour, waarin ze rekening houden
met waargenomen controle maar bij de theorie of reasoned action hoort dit
er niet bij.
Question 5
1 out of 1 points
Wat is een groot probleem met getuigenisverklaringen bij criminele veroordelingen?
Answer
Selected Answer:
Alle antwoorden hierboven zijn correct
Correct Answer:
Alle antwoorden hierboven zijn correct
1 out of 1 points
Vul in: Zowel professor Valk als professor Leeuw verwachten een paper van Bas op
maandag. Bas levert echter beide papers niet in. Professor Valk concludeert dat Bas slordig
is en niet gemotiveerd is in zijn studie, terwijl professor Leeuw er van uit gaat dat er iets
onverwachts plaats vond waardoor Bas gehinderd was om zijn paper in te leveren. Professor
Valk’s attributie is ___ en professor Leeuw’s attributie is __.
Answer
Selected Answer:
Intern; extern
Correct Answer:
Intern; extern
Response Het antwoord is C (blz. 122-124). Professor Valk’s attributie is gebaseerd op
Feedback: de persoonlijke disposities en traits van Bas (i.e. dat hij slordig en
ongemotiveerd is). Dit is een interne of dispositionele attributie. Professor
Leeuw’s attributie is gebaseerd op omgevingsinvloeden, omdat professor
Leeuw denkt dat de oorzaak niet bij Bas zelf ligt. Dit is een externe of
situationele attributie.
Question 2
1 out of 1 points
Welke zin beschrijft het beste het algemene principe van cognitieve dissonantie?
Answer
Selected
Answer: Des te zwakker de redenen zijn voor ons tegenstrijdig gedrag, des te
sterker de druk is om onze attitudes te veranderen
Correct
Answer: Des te zwakker de redenen zijn voor ons tegenstrijdig gedrag, des te
sterker de druk is om onze attitudes te veranderen
Response Het antwoord is D (blz. 164-165). Bij cognitieve dissonantie voelt iemand
Feedback: zich cognitief gespannen vanwege twee tegenstrijdige cognities (je denkt A
maar je doet B). Als er geen goede reden is om te verklaren waarom iemand
zich tegenstrijdig heeft gedragen is de dissonantie sterker en daarom zullen
mensen proberen dit te verminderen door hun attitudes te veranderen.
Antwoord A is incorrect omdat het hierbij meer gaat om cognitie dan emotie.
Antwoord B is incorrect omdat straffen en beloningen meer de condities zijn
voor wel/niet optreden van cognitieve dissonantie. Antwoord C is fout omdat
tegenstrijdig gedrag niet tot attitude verandering leidt wanneer er een valide
reden is dat deze gedrag rechtvaardig maakt.
Question 3
0 out of 1 points
Bob is onlangs afgestudeerd. Als hij terugdenkt aan zijn studie herinnert hij zich diverse
onaangename ervaringen met medewerkers van de afdeling arbeids- en
organisatiepsychologie. Hij vergeet de keren dat de medewerkers van die afdeling aardig en
behulpzaam waren. De negatieve mening van Bob over medewerkers van deze afdeling
wordt gevormd door……
, Answer
Selected Answer:
Een heuristiek
Correct Answer:
Een illusoire correlatie
Response Het antwoord is A. Wanneer Bob terugdenkt aan zijn studie herinnert hij
Feedback: alleen negatieve ervaringen waardoor hij een negatieve houding heeft ten
aanzien van de A&O psychologie medewerkers. Dit is echter onterecht
omdat Bob ook goede ervaringen had met deze medewerkers. Er is sprake
van illusoire correlatie omdat Bob een verband waarneemt tussen zijn
negatieve houding en negatieve ervaringen met de medewerkers, maar niet
met de positieve ervaringen. Bob gebruikt hierbij geen heuristiek, omdat hij
niet vereist wordt om snel en gemakkelijk een beoordeling te vormen. Er is
ook geen sprake van illusie van controle, omdat dit geen situatie betreft
waarin Bob het gevoel heeft dat hij controle heeft over onbestuurbare
evenementen. Counterfactual thinking (blz. 114-115) is onjuist, omdat Bob
hier niet aan alternatieve scenario’s en uitkomsten denkt voor zijn ervaringen
met de medewerkers (bijvoorbeeld “Wat als ik zelf aardig tegen ze deed?”).
Question 4
1 out of 1 points
Loes moet beslissen of ze wel of niet gaat doorstuderen na haar bachelor. Ze vindt dat ze
een voltijdbaan moet hebben, maar ze weet ook dat haar ouders willen dat ze nog een
master doet. Volgens de theory of reasoned action zal haar uiteindelijke beslissing een
reflectie zijn van:
Answer
Selected Answer:
haar eigen attitude en de subjectieve norm die haar ouders uiten
Correct Answer:
haar eigen attitude en de subjectieve norm die haar ouders uiten
Response Het antwoord is B (blz. 153-154). Theory of reasoned action is toepasbaar op
Feedback: gedrag waarvan mensen controle over hebben. Volgens de theorie is
gedragsintentie te voorspellen door onder andere te kijken zowel naar
iemands eigen attitude als de attitude van anderen. Loes zal zowel haar
eigen mening als die van haar ouders in rekening nemen bij haar beslissing
en daarom is B het juiste antwoord. Antwoord A en C geven slechts één van
de twee normen die ze hanteert. Antwoord D, waargenomen controle, is
relevant voor de theory of planned behaviour, waarin ze rekening houden
met waargenomen controle maar bij de theorie of reasoned action hoort dit
er niet bij.
Question 5
1 out of 1 points
Wat is een groot probleem met getuigenisverklaringen bij criminele veroordelingen?
Answer
Selected Answer:
Alle antwoorden hierboven zijn correct
Correct Answer:
Alle antwoorden hierboven zijn correct