Marketing
Hoofdstuk 7-14 (-11)
Hoofdstuk 7
7.1 Wat is een product?
Kernproduct: De basisfunctie van het product
Tastbaar product: De tastbare kant. Verpakking, vormgeving, merknaam etc.
Uitgebreid product: Dienstverlening en service
7.2 Typen consumentengoederen
Finale afnemers: eindgebruikers
Industriële producten: Voor organisaties om evt. door te verkopen.
Convenience products: Koopt de consument vaak, zonder veel nadenken
Impulsproducten: Een pakje kauwgom bij de kassa. Je denkt er niet bij na, maar doet het uit impuls.
Emergency products: Als de nood hiertoe hoog is.
Shopping products: Al winkelend kies je ze. Bijv. kleding.
Specialty products: Consumenten zijn bereid hier de nodige moeite voor te doen. Bijv. auto’s.
Unsought products: Je koopt dit liever niet. Bijv. uitvaart.
7.3 Assortimentsbeleid
Assortimentslengte: het totale aantal artikelen.
Branchevervaging: de verschillen tussen branches verminderen.
Line pruning: Het snoeien van producten. Je verwijdert sommige producten uit het assortiment.
Price lining: Je biedt het hele assortiment voor ene beperkt aantal prijzen aan. 10 zijn 4 euro en 10
zijn 6 euro en 10 zijn 9 euro bijv.
Productline pricing: Dingen die verwant zijn met elkaar als pakket aanbieden.
Lijnextensie: Nieuwe varianten van hetzelfde product.
Line filling: Het toevoegen van varianten van hetzelfde product binnen dezelfde prijsklasse.
Line stretching: Toevoegen van varianten in hetzelfde procuct in een andere prijsklasse.
Trading up: duurder – trading down: goedkoper
Merkextensie: Dezelfde naam van het merk wordt op nieuwe producten geplakt.
7.4 Productlevenscyclus
Fases in de PLC:
- Introductie
, - Snelle groei
- Afnemende groei
- Volwassenheid
- Neergang
Primaire vraag: De vraag naar het productsoort stimuleren
Secundaire vraag: De vraag naar jouw merk stimuleren
7.5 Kwaliteit en klantenservice
Technische kwaliteit: Objectief meetbaar, werkt het.
Productkwaliteit: Wat is de toegevoegde waarde voor de consument
Consumentenkwaliteit: Verwachtingen en meningen van de klant over het product.
Cost to serve: kosten aan service
One-to-one marketing: maatwerk voor elk individu
7.6 Design en verpakking
Reverse engineering: Product van een concurrent uit elkaar halen en kijken wat er beter kan.
7.7 Merkenstrategie
Distribuantenmerk: Winkelmerk. Bijv. AH basic.
Huismerk: winkelmerk met een fantasienaam.
Familiemerk: Verschillende producten op de markt onder dezelfde naam.
Individuele merkenstrategie: Brengt al die verschillende producten op de markt met een eigen
naam. Pepsi, fanta, sprite etc. van dezelfde producent.
Woordmerk, beeldmerk, handelsmerk (het R teken in een rondje ervoor, een erkent handelsmerk)
Ongeholpen merkbekendheid: Welke merken schieten u te binnen?
Geholpen merkbekendheid: Welke merken van deze lijst kent u?
Hoofdstuk 8
8.1 Wat is een nieuw product?
Productmodificatie: Een iets andere samenstelling van een product. Cola zero bijv.
Productinnovatie: Een totaal nieuw innoverend product
Flankeermerk: nieuw product in dezelfde klasse, maar onder een andere naam (Grolsch en die
nieuwe voor kanjers.)
Continue innovatie: De klant kan hier rustig aan aan wennen.
Discontinue innovatie: Drastische verandering, de klant moet hier aan wennen.
Dynamisch continue innovatie: zit hiertussen in.
8.2 Redenen voor productontwikkeling
Make or buy beslissing: Maak je het zelf of besteed je het uit?
, Rendement op investeringen: Return on investments (ROI)
Synergie: Is het rendabeler om een fusie aan te gaan, dan als dit niet gebeurt.
8.3 Ontwikkelen van nieuwe producten
Venture team: Enthousiaste managers van verschillende afdelingen werken aan een project en zijn
volledig vrijgesteld van hun normale taken.
Screening of schifting: Alle ideeën die niet goed zijn verdwijnen in de prullenbak.
Testmarketing: Een klein gebied waarin het getest wordt. (Bèta versie)
Cocreatie: creatie in samenwerking met de klant.
Crowdsourcing: Taken die het bedrijf vroeger zelf uitvoerde, worden nu door de crowd gedaan.
Roll-outstrategie: Geleidelijk op de markt laten komen.
8.5 Diffusie van innovaties
Diffusieproces: Verspreiding van nieuwe producten en ideeën in de maatschappij.
Adoptieproces: De klanten adopteren het nieuwe product in hun systeem.
Adoptiecurve:
- Innovators
- Early adopters
- Early majority
- Late majority
- Laggards
Relatief voordeel: Het product is aanzienlijk beter dan al bestaande producten.
Compatibiliteit: Sluit het goed aan op al bestaande middelen
Hoofdstuk 9
9.1 Wat is marketingcommunicatie
Geïntegreerde marketingcommunicatie: De verschillende reclame-uitingen uit de marketingmix
versterken elkaar.
Stealth marketing: sluipreclame. Subtiel je naam ergens aan verbinden.
Guerrilla marketing: Een organisatie strikt klanten door middel van productgeralateerde
boodschappen op onverwachte plaatsen. (zoals de sticker op mandarijnen of het logo op een
bioscoopticket)
Buzzmarketing: opvallend nieuws of amusement gebruiken, zodat mensen over je merk gaan praten
Zender > Coderen > Boodschap > Decoderen > Ontvanger: onderweg kan ruis ontstaan.
9.2 Communicatiebeleid: doelgroepkeuze
Pullstrategie: Je trekt de klant naar je bedrijf toe en wakkert de vraag aan.
Pushstrategie: Je pusht iets. Je drukt met kortingen het product door en stimuleert de verkoop erg.
One-step-flow model: Direct gericht aan de consument