1. Verschil actieve en passieve immuniteit uitleggen en cellulaire humorale componenten afweer
beschrijven.
Zie voor humorale componenten afweer de beschrijving over B-cellen
Er zijn 2 soorten immuniteit:
- Aangeboren (niet specifiek/passief) ze maken geen onderscheid tussen verschillende bedreigingen,
hebben een snelle reactie en geen geheugen.
- Adaptief (specifiek/actief) Lymfocyten zorgen voor afweer tegen specifieke bacteriën die de perifere
weefsels binnen komen.
Natuurlijk actief ontstaat door het lichaam die door de jaren heen steeds meer ziekteverwekkers leert
kennen en onthouden.
Natuurlijk passief overdracht van moeder via placenta of moeder melk
Geïnduceerde actief is het toedienen van vaccinatie ter voorkoming van ziektes.
Geinduceerde passief is het toedienen van een vaccinatie ter bestrijding van ziekte bijvoorbeeld als
iemand gebeten word door een dier met rabiës.
, Fagocyten dienen als portiers en surveilleren. Ze verwijderen celresten en reageren op
binnendringende vreemde stoffen of ziekteverwekkers. Deze cellen vormen de eerste lijn van de
cellulaire verdediging. Ze vallen micro organisme aan en verwijderen deze vaak al voordat hun
aanwezigheid door lymfocyten is opgemerkt.
Er zijn 2 verschillende fagocyterende cellen aanwezig:
- Microfagen, bestaan uit neutrofielen ze kunnen celresten en binnendringende bacterien snel
fagocyteren. Eosinofielen vallen vreemde stoffen en ziekteverwekkers aan die met antistoffen zijn
omgeven.