Eerst staan de vragen en begrippen er, hier is ruimte om ze te oefenen. Aan het eind staan
de vragen en begrippen nogmaals met de uitwerkingen. 29 vragen en 50 verplichte
begrippen/concepten.
1. Wat doen metaforen?
2. Wat is een organisatie?
3. Welke elementen vormen samen een organisatie?
4. Wat is de complexiteit van een (semi)publieke organisatie?
5. Organisatiestructuur
6. Organogram
7. Organisatiemissie
8. Organisatie (Bovens)
9. Standaardisatie
10. Direct toezicht
11. Onderlinge aanpassing
12. Strategische top
13. Middenkader
14. Uitvoerende kern
15. Technostructuur
16. Ondersteunende diensten
17. Wat is classical management theory en welke principes hanteerden haar
aanhangers?
18. Wat is scientific management en welke principes hanteerden haar aanhangers?
19. Wat kenmerkt bureaucratieën en welke kritiek (en verdediging) is er van ze?
20. Bureaucratie
, 21. Span of control
22. Eenheid in aansturing
23. Routine
24. Wat wees het Hawthorne onderzoek uit?
25. Hoe zit maslow behoeften-piramide in elkaar?
26. Wat houden theorie X en Y van McGregor in?
27. Wat is job crafting?
28. Hoe werkt de omgeving in op organisaties?
29. Wat is systeem- en contingentiedenken?
30. Wat is evolutie voor organisaties?
31. Wat beweren de populatie-ecologisten en hun tegenhangers?
32. Welke soorten organisatie(structuur) zijn er – gemeenten als voorbeeld?
33. Simpele structuur
34. Machine-bureaucratie
35. Divisiestructuur
36. Professionele bureaucratie
37. Adhocracy
38. Matrix-organisatie
39. Virtuele organisatie
40. Populatie-ecologie
41. Requisite variety
42. Homeostatis
43. Wat is (organisatie(cultuur)?