1.1 Inleiding
Probleemgedrag
- Subjectief
- Normatief
Of er sprake is van probleemgedrag hangt af van
Frequentie
Duur
Omvang (in één situatie of in meerder situaties)
Gevolgen
1.2 Normaal – Abnormaal
Normaal: gedrag dat door de meeste mensen wordt vertoond
Abnormaal: gedrag dat door klein deel van de mensen wordt geuit, afwijkend van het normale
Statistische benadering waarbij men gemiddelde kan berekenen / afwijking van gem.
o vanuit hier gestandaardiseerde testen tot stand gekomen
maar iemand die een lage score heeft op angstschaal is in principe afwijkend,
maar zou nog wel goed kunnen functioneren in samenleving
Daarom alleen uitspraken gedaan over vóórkomen van bepaald gedrag
o omvang is bepalend, niet de kwaliteit
o misleidend dat het gedrag wat de meeste mensen vertonen, het juiste zou zijn
minderheidsgedrag dus niet per definitie slecht
o Meerderheidsgedrag kan per cultuur en tijdsgewricht verschillen
1.3 Aangepast – Onaangepast
In een bepaalde zin is elk gedrag dat tot onaangepastheid voert i.c. in botsing komt met de
omgeving, te beschouwen als probleemgedrag.
Aan deze (te) simpele stelling dienen echter verschillende nuanceringen te worden aangebracht
Niet ieder conflict met de omgeving of de samenleving zal als een probleem dienen te
worden beschouwd, er is namelijk altijd zekere spanning tussen individu - omgeving,
omgeving moet ook aanpassingen moeten ondergaan
o Zwakte van het begrippenpaar aangepast vs. onaangepast schuilt hierin dat het te
zeer uitgaat van de toevallig bestaande samenleving. Ten onrechte stelt men dat
aanpassing aan deze samenleving altijd het hoogste goed is
Aanpassen kan ook gezien worden in het licht van de individuele ontwikkeling
o vermogen te reageren op eisen vanuit de directe omgeving en samenleving
Fromm gaat uit van een aantal basale menselijke behoeften die in een gezonde samenleving
gehonoreerd moeten kunnen worden
- Behoefte erbij te horen
, - Behoefte aan creativiteit
- Behoefte aan identiteit
- Behoefte aan eigen referentiekader
Samenleving waarin deze doelen worden geblokkeerd: ongezonde samenleving. Het zijn vooral de
autoritaire en repressieve samenlevingen waarin het mensen moeilijk of onmogelijk gemaakt zich op
een gezonde manier aan te passen, soms in tegengestelde richting gedwongen
Maladjustment: vermogen om met zijn omgeving te interacteren, beïnvloeden en
controleren
Lazarus gaat ervan uit dat elke mislukte aanpassing is gebaseerd op een verstoorde innerlijke
harmonie, doordat de onaangepaste geen kans ziet met een externe omgeving zonder problemen
om te gaan, c.q. daarmee in harmonie te leven
Baron, Byrne & Kantowitz maken duidelijk dat het ongemak dat het onaangepaste gedrag met zich
meebrengt zowel door het individu als door de samenleving ervaren kan worden
1.4 Gezond – Ziek
Psychische gezondheid psychische ziekte
Kenmerken van geestelijke gezondheid (Jahoda)
- Positieve houding tegenover jezelf
- In staat tot ontwikkeling en zelfactualisering
- Harmonieuze integratie in de samenleving
- Zelfstandig, onafhankelijk en autonoom optreden
- Accurate perceptie van de externe omgeving
- Adequate omgang met de direct omgeving
Erikson onderkende steeds twee tegenpolen op hetzelfde continuüm in elke ontwikkelingsfase.
Hiermee (on)gezondheid aangeven.
Gezond Ziek
Vertrouwen Wantrouwen
Autonomie twijfel
Initiatief schuldgevoel
Vaardigheid minderwaardigheid
Identiteit verwarring
Intimiteit isolement
Generativiteit stagnatie
Integriteit wanhoop
Maslow gaat er van uit dat zelfrealisering de belangrijkste menselijke behoefte vormt in een
hiërarchie van de volgende 5 behoeften
- fysiologische behoefte
- behoefte aan veiligheid
- behoefte om ergens bij te horen
- behoefte aan waardering
- behoefte aan zelfverwerkelijking
Eerst aan alle behoeften voldoen voor zelfverwerkelijking kan plaats vinden. Op basis van biografisch
materiaal van personen waar sprake was geslaagde zelfverwerkelijking nadere analyse naar concept