1) Inleiding
Eerste prioriteit cel: voorraad van 20 az moet er zeker zijn want:
- eiwitsynthese vlot laten verlopen (eiwitten staan centraal voor heel veel functies)
- DNA en RNA bijmaken
- Potentiële brandstof, heeft 2 implicaties:
o Koolstofskelet moet omgebouwd worden (glucogene en ketogene az)
o Stikstofafval ontstaat (ammoniak) dat via ureum naar buiten moet
- Bouwstenen van heem
Er zijn ook ander metabole paden waarin afgeleide moleculen opgebouwd worden vanuit bepaalde
aminozuren. Enkele voorbeelden:
- Communicatie via hormonen en NT→ zijn afgeleiden van az of ongewijzigde az.
o Acetylcholine, noradrenaline, dopamine, serotonine, GABA
o Glutamaat, glycine
o Histamine, NO, schildklierhormoon
o Ook veel oligopeptiden en polypeptiden zijn neuropeptiden, hormonen of GF.
- Melanine komt van tyrosine (pigment)
Er is een evenwichtig mengsel nodig, heel belangrijk voor communicatie tussen organen en cellen. Er
zijn 2 soorten aminozuren: essentiële en niet-essentiële.
2) Essentiële en niet-essentiële aminozuren
a. Inleiding
Versleten eiwitten moeten steeds vervangen worden en aminozuurbouwstenen zijn nodig de
voorraad wordt aangelegd via 3 mechanismen:
1. Recycleren van aminozuren: door afbraak van eiwitten die versleten/onnodig zijn in
lysosomale proteasen of via proteasoom → aminozuren komen vrij
2. Opname van vrije aminozuren: opname via aztransporters door plasmamembraan. Deze zijn
specifiek. Sommigen kunnen voor een stofwisselingsziekte zorgen (bv ziekte van Hartnup)
3. Opname van eiwitten: door LDL of transferrine (receptorgemedieerde endocytose). Eens
opgenomen wordt het eiwit afgebroken net als in 1.
Bijzonder: skeletspier van een vastende persoon. Az verlaten de cellen via de transporters.
Bijzonder: Nier-en darmepitheel nemen az uit lumen en geven het af aan bloedbaan.
Bijzonder: eliminatie van overtollige az door lever en detoxificatie van vrijgemaakte stikstof als
ureum → dit gaan we nog verder bespreken.
4. De novo synthese van niet-essentiële az.
, b. De novo synthese van niet-essentiële aminozuren
AZ 1: glutamaat en glutamine
1. GLUD1 glutamaatdehydrogenase: kan in beide richtingen
2. GLUL glutaminesynthetase: gebruikt om glutamine te maken en om ammoniak op te ruimen
in hersenen. Zo kan ook asparagine gemaakt worden uit aspartaat en ATP.
3. Transaminasen/aminotransferasen: overdracht van een alfa-aminogroep naar een alfa-
ketozuur zodat er een nieuw aminozuur en een nieuw-alfa ketozuur ontstaat.
- Pyridoxaalgroep (vitB6) nodig
- In 1 stap kunnen ze alanine en aspartaat vormen uit pyruvaat en oxaloacetaat
- Glutmaat-pyruvaattransaminase GPT = alaninetransaminase ALT
glutmaat-oxaloacetaattransaminase GOT1-2 = aspartaattransaminase AST
- Omgekeerde richting is mogelijk
- Enzymen komen in hoge mate tot expressie in de lever
→ leverschade, deze enzymen worden in bloed gevonden.