1
, Hoofdstuk 1
Biomoleculen: alle levensvormen op aarde gebruiken deze 4 biomoleculen. Ze bestaan elks uit hun
eigen bouwstenen, en dezelfde bindingen, maar er zijn heel veel variaties in de details.
Ongeveer één op de tien miljoen watermoleculen ioniseert tot een proton H+ en OH—ion, en dit
veroorzaakt de belangrijke zuurbase eigenschappen van water. Met water interageren de meeste
biomoleculen sterk of zwak. De sterke interacties van hydrofiele moleculen leiden tot het oplossen in
water, de zwakke interacties van hydrofobe moleculen leiden tot het bijeendrijven weg van het
water: zo ontstaan vetdruppels en biologische membranen. In water zijn ook kleinere structuren
opgelost zoals ionen, metabolieten.
CH2OH
1. Koolhydraten (suikers)
1.1. Functies Sucrose O HOCH2
O
- Metabool: belangrijk in energiemetabolisme. glucose fructose OH HO
alfa-1 ® 2 O
- Structureel: RNA, DNA, plantenvezels, skelet, intracellulaire matrix,…
HO CH2OH
- Cel-celinteracties: herkenning en interactie
OH HO
- Diverse andere functies.
CH2OH CH2OH
1.2. Algemeen: HO O O OH
Lactose
Hebben op elk koolstofatoom één alcoholgroep en één H-atoom
galactosedrager.glucose
(CH2O)n. 2 mogelijke OH
OH O
voorstellingen: Fischer-projectie en Haworth-projectie. bèta-1 ® 4
Bouwstenen: monosachariden
Bindingen: glycosidebindingen (zie rood hieronder) OH OH
Niet gecodeerd in het genoom CH2OH CH2OH
Polymeren hebben geen unieke grootte, dus molecuulmassa is variabel
O O OH
Meest voorkomende biomoleculen op aarde Maltose
OH OH
1.3. Monosachariden (bouwstenen) en disachariden glucose glucose
alfa-1 ® 4 O
Fisher projectie/ Haworth projectie HO
Het eerste koolstofatoom kan zijn aldehydegroep herschikken tot een OH OH
alcoholgroep en een covalente binding aangaan met de zuurstof van de voorlaatste OH-groep.
O H H O
Soorten bindingen: α en β C C H O H O H
C C
HO C HH C OH HO C H H C OH H
HOCH2 H2COH HO C H HO C H HO
L-isomeer D-isomeer
H O H O H C OH H C OH HO
C C
H C OH H C OH H
OH C H H C OH
H2COH H2COH
HOCH2 H2COH Emil Fischer
glyceraldehyde (1852-1919) D-mannose D-glucose D
2