Biologie: Hoofdstuk 2, Cellen
2.1 Menselijke en dierlijke cellen
Hoe houden biologen overzicht in allerlei relaties?
Biologen hebben een indeling in organisatieniveaus gemaakt.
Wat is een organisatieniveau?
Een structuur met een duidelijke samenhang tussen de onderdelen. Die niveaus staan met
elkaar in verband.
Wat is een emergante eigenschap?
Eigen schap die op een hoger niveau ontstaat uit samenwerking van de lagere niveaus.
Welke organisatieniveaus kennen we, van klein naar groot?
1. Molecuul = verbinding tussen twee of meerdere atomen
2. Organel = onderdeel van een cel met een bepaalde functie
3. Cel = functionele bouwsteen van alle organismen
4. Weefsel = groep cellen met eenzelfde bouw en functie
5. Orgaan = verschillende weefsels die samenwerken
6. Organismen = levend wezen
7. Orgaanstelsel = alle organen die samen werken aan een taak
8. Populatie = groep soortgenoten in een bepaald gebied
9. Ecosysteem = begrensd gebied met organismen die in relatie zijn met elkaar en met
de levenloze natuur
10. Systeem aarde = alle ecosystemen van de planeet
Wat zijn levenskenmerken?
- Beweging
- Groei
- Voortplanting
- Stofwisseling
- Reageren op prikkels (Persoon in coma is een uitzondering)
*Leven is een emergente eigenschap*
Waar bestaat een celmembraan uit?
- Fosfolipiden = vetachtige stoffen met een fosfaatgroep
- Eiwitten = moleculen
Welke stoffen gaan makkelijk door het celmembraan?
- Koolstofdioxide (CO2)
- Zuurstof (O2)
- Vetachtige stoffen
Wat remt de bewegelijkheid van het celmembraan?
Cholesterol
, Waar gaan andere stoffen langs?
Langs transporteiwitten; die eiwitten vormen transportpoortjes waar de niet-in-vetachtige-
oplosbare stoffen doorheen kunnen.
Wat houdt een pompfunctie in?
Een cel kan daarmee moleculen tegen de concentratie richting in naar buiten- of
binnenbrengen.
Wat is een receptoreiwit?
Contact maken met specifieke stoffen voor dat eiwit. Gevolg is dat het contact start in de cel
zonder dat de boodschapper de cel binnenkomt.
Wat is het cytoplasma?
Het grondplasma samen met de organellen. Het algemeen membraan is hiermee ook
omringt
Waar bestaat het grondplasma uit? En wat vindt er plaats?
Bestaat uit; water en opgeloste stoffen. Er vinden veel chemische reacties plaats
Welke organellen zijn te zien in het grondplasma?
- Celkern = bevalt DNA
- Ribosomen = maken eiwitten met info uit het DNA
- Membranen van het ER (Endoplasmatisch rediculum) = verplaatsing van eiwitten
- Golgi-systeem = ontvangt eiwitten van ER.
- Transportblaasjes = vervoeren eiwitten binnen de cel
- Lysosomen = blaasjes met enzymen die grote deeltjes in de cel verteren, en oude
delen afbreken
- Mitochondriën = energiecentrales van de cel
Waar bestaat een cel skelet uit?
Grote aantal eiwitdraden, die in het grondplasma voorkomen. De eiwitdraden geven de cel
vorm en transportblaasjes bewegen langs deze weg.
2.2 DNA en specialisatie van de cel
Waar worden eiwitten voor gebruikt?
De cellen gebruiken ze al bouwstoffen, afweerstoffen, enzymen, transportmiddel of hormoon
Wat bepalen eiwitten?
- Bloedgroep
- Spierkracht
- Karakter
- Afweer tegen ziektes
Wat zijn eiwitten?
Grote moleculen, gebouwd als een soort kralenketting van aminozuren
Wat zijn aminozuren?
Bouwstenen van eiwitten.
2.1 Menselijke en dierlijke cellen
Hoe houden biologen overzicht in allerlei relaties?
Biologen hebben een indeling in organisatieniveaus gemaakt.
Wat is een organisatieniveau?
Een structuur met een duidelijke samenhang tussen de onderdelen. Die niveaus staan met
elkaar in verband.
Wat is een emergante eigenschap?
Eigen schap die op een hoger niveau ontstaat uit samenwerking van de lagere niveaus.
Welke organisatieniveaus kennen we, van klein naar groot?
1. Molecuul = verbinding tussen twee of meerdere atomen
2. Organel = onderdeel van een cel met een bepaalde functie
3. Cel = functionele bouwsteen van alle organismen
4. Weefsel = groep cellen met eenzelfde bouw en functie
5. Orgaan = verschillende weefsels die samenwerken
6. Organismen = levend wezen
7. Orgaanstelsel = alle organen die samen werken aan een taak
8. Populatie = groep soortgenoten in een bepaald gebied
9. Ecosysteem = begrensd gebied met organismen die in relatie zijn met elkaar en met
de levenloze natuur
10. Systeem aarde = alle ecosystemen van de planeet
Wat zijn levenskenmerken?
- Beweging
- Groei
- Voortplanting
- Stofwisseling
- Reageren op prikkels (Persoon in coma is een uitzondering)
*Leven is een emergente eigenschap*
Waar bestaat een celmembraan uit?
- Fosfolipiden = vetachtige stoffen met een fosfaatgroep
- Eiwitten = moleculen
Welke stoffen gaan makkelijk door het celmembraan?
- Koolstofdioxide (CO2)
- Zuurstof (O2)
- Vetachtige stoffen
Wat remt de bewegelijkheid van het celmembraan?
Cholesterol
, Waar gaan andere stoffen langs?
Langs transporteiwitten; die eiwitten vormen transportpoortjes waar de niet-in-vetachtige-
oplosbare stoffen doorheen kunnen.
Wat houdt een pompfunctie in?
Een cel kan daarmee moleculen tegen de concentratie richting in naar buiten- of
binnenbrengen.
Wat is een receptoreiwit?
Contact maken met specifieke stoffen voor dat eiwit. Gevolg is dat het contact start in de cel
zonder dat de boodschapper de cel binnenkomt.
Wat is het cytoplasma?
Het grondplasma samen met de organellen. Het algemeen membraan is hiermee ook
omringt
Waar bestaat het grondplasma uit? En wat vindt er plaats?
Bestaat uit; water en opgeloste stoffen. Er vinden veel chemische reacties plaats
Welke organellen zijn te zien in het grondplasma?
- Celkern = bevalt DNA
- Ribosomen = maken eiwitten met info uit het DNA
- Membranen van het ER (Endoplasmatisch rediculum) = verplaatsing van eiwitten
- Golgi-systeem = ontvangt eiwitten van ER.
- Transportblaasjes = vervoeren eiwitten binnen de cel
- Lysosomen = blaasjes met enzymen die grote deeltjes in de cel verteren, en oude
delen afbreken
- Mitochondriën = energiecentrales van de cel
Waar bestaat een cel skelet uit?
Grote aantal eiwitdraden, die in het grondplasma voorkomen. De eiwitdraden geven de cel
vorm en transportblaasjes bewegen langs deze weg.
2.2 DNA en specialisatie van de cel
Waar worden eiwitten voor gebruikt?
De cellen gebruiken ze al bouwstoffen, afweerstoffen, enzymen, transportmiddel of hormoon
Wat bepalen eiwitten?
- Bloedgroep
- Spierkracht
- Karakter
- Afweer tegen ziektes
Wat zijn eiwitten?
Grote moleculen, gebouwd als een soort kralenketting van aminozuren
Wat zijn aminozuren?
Bouwstenen van eiwitten.