Beschrijft verschillende vormen van een ongezonde leefstijl.
Een ongezonde leefstijl zijn verschillende factoren. Hieronder horen roken, alcohol drinken, drugs
gebruik, ongezond eten, te weinig bewegen enz.
Benoemt verschillende gedragsdeterminanten.
Gedrag is een belangrijke gezondheidsdeterminant.
Globaal zijn er drie soorten gedragsdeterminanten (die overlap hebben met
gezondheidsdeterminanten):
Persoonlijke competenties (health literacy): Kennis (bv. begrijpen van voedingsetiketten),
vaardigheden (bv. copingvaardigheden voor stress) en attitudes (bv. negatieve houding tav
druggebruik).
Sociale context: De verschillende groepen (gezin, vrienden, leeftijdsgenoten, …) en sociale
normen en culturen (jongerencultuur, media, ...) waarmee het individu zich verwant voelt
(beïnvloed wordt, naar opkijkt, een sociale relatie mee heeft).
Fysieke omgeving: Het geheel van natuur en infrastructuur waarin het individu leeft (woning,
school, werk, wijk, sportinfrastructuur, landbouwsysteem, voedingsaanbod, …)
Legt uit hoe gewoontevorming tot stand komt.
Onder (goede) gewoontevorming verstaan we het zich eigen hebben gemaakt van een handeling,
zodat de handeling wordt verricht zonder erbij na te hoeven denken.
Goede gewoonten worden aangeleerd door gewenning. Het kind leert ze door een handeling telkens
weer te herhalen. Gewoontes zijn van belang, omdat ze het kind helpen bij de dagelijkse bezigheden .
Het bespaart tijd en energie.
Legt de volgende gedragsverklaringsmodellen uit: ASE-model, Health Belief Model en het VTV-
model.
ASE-model:
In de tweede stap van de GVO cyclus worden de factoren die het gedrag bepalen inzichtelijk
gemaakt. Het gaat dan om het bestuderen van gedragingen die een relatie hebben met het
gezondheidsprobleem. Dit worden de gedragsdeterminanten genoemd. Het ASE model kan je helpen
bij deze stap.
ASE model
In het werkveld van de gezondheidsvoorlichting, -opvoeding en –preventie wordt veel gewerkt met
het zogenaamde ASE model. Het model gaat ervan uit dat veel menselijk gedrag tot op zekere hoogte
beredeneerd is. Het model brengt de diverse determinanten in kaart die invloed hebben op gedrag.
ASE staat daarbij voor:
Attitude houden de opvattingen van een persoon in, gebaseerd op bijvoorbeeld kennis,
ervaringen en voorbeelden van anderen.
Sociale invloed is de invloed of sociale norm die anderen uitoefenen om bepaalde
gedragingen wel of niet te vertonen. De invloed van groepen waartoe de persoon behoort en de
drang om zich aan te passen, is hier zeker een belangrijke factor.
Eigen effectiviteit is de inschatting of iemand zekere gedragingen wel of niet uit kan voeren.
Zelfbeeld, positieve en negatieve ervaringen, faalangst en persoonlijke kenmerken zijn hierbij
, Toetsstof Kern3
relevant. Ook invloeden van buitenaf en financiële situatie kunnen meewegen in de eigen
effectiviteit.
Als we kijken naar het voorbeeld van 'Overgewicht bij kinderen' kijk je bij deze stap dus naar de
factoren die er voor zorgen dat overgewicht bij kinderen ontstaat.
Bij de A van het ASE model onderzoek je de opvattingen van ouders en kinderen; wat weten ze over
overgewicht en wat is hun mening hierover, hoe is dit ontstaan?
Bij de S van het ASE model kijk je naar de sociale norm die er heerst over overgewicht, is er
bijvoorbeeld verschil tussen stad en platteland, afkomst, sociale klasses.
Bij de E van het ASE model schat je in wat ouders en kinderen zelf kunnen doen aan het overgewicht.
Waar hangt het succes vanaf? Is er een relatie met financiele mogelijkheden? Is de levensstijl van de
ouders van invloed?
Het health belief model:
Het health belief model is ontstaan ter ondersteuning in de geestelijke gezondheidszorg. Het model
brengt in kaart hoe groot de therapietrouw bij patiënten kan zijn. De onderdelen geven weer welke
knelpunten er in de weg kunnen staan tijdens de behandeling.
Het model is onderverdeeld in volgende componenten:
aanleiding
nieuwe inschatting
kans op ziekte
ernst van de ziekte
risicoperceptie
intentie tot gedragsverandering
Aanleiding
De aanleiding tot het gedrag is de reden waarom iemand ermee begonnen is. Een laag zelfbeeld en
onverwerkte trauma’s zijn voorbeelden die aanleiding kunnen geven tot dit gedrag.
Nieuwe inschatting en kans op ziekte
Een nieuwe inschatting kan komen doordat iemand de verwondingen gezien heeft. Na het gesprek
met de huisarts is er een doorverwijzing geregeld voor een psychologe. Personen die zelfverwondend
gedrag vertonen weten zelf dat dit niet een goede manier is om met emoties om te gaan. Toch is de
stap naar professionele hulp zeer groot (kans op ziekte).
Ernst van de ziekte en risicoperceptie
, Toetsstof Kern3
Door documentaires te bekijken en informatie op internet te lezen weten ze vaak dat zelfverwonding
een veelvoorkomend gedrag is en dat ze niet de enige zijn. Ze beseffen ook dat het uit de hand kan
lopen en professionele hulp zeker noodzakelijk is. Ze beseffen dus de ernst van de ziekte. Ze weten
vaak zelf ook hoe ze de verwondingen moeten verzorgen en wanneer medische hulp aangewezen is.
Dit weerhoudt hen echter niet om het gedrag te blijven vertonen. Het helpt hen ook om met hun
gevoelens om te gaan, dus waarom zouden ze stoppen? (risicoperceptie).
Intentie tot gedragsverandering
Als ze besluiten om er iets aan te doen is er er intentie tot gedragsverandering en is de kans groter
dat men professionele hulp aanvaardt. Dit is echter niet in alle situaties zo. Het is heel moeilijk om
van zelfverwonding af te komen zonder de nodige steun en alternatieven.
VTV-model
De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) geeft
inzicht in de belangrijkste toekomstige maatschappelijke
opgaven op het gebied van ziekte en gezondheid,
gezondheidsdeterminanten, preventie en
gezondheidszorg in Nederland.