1
Forensische Psychiatrie RM36
Forensische psychiatrie
College 1 achtergrond; Historie
College 2-4 psychiatrische diagnostiek, etiologie
College 5-7 forensische psychiatrische diagnostiek
College 8-10 TBS; behandelkader en rechtspositie
College 11-12 Forensische zorg overig
College 1 – 25 februari 2019
Geschiedenis van de relatie tussen psychiatrie en recht; psychiatrie voor juristen;
Psychiatrie – dokteren aan de geest. (psyche = geest en atros = dokter) De neurologie richt
zich meer op het fysieke aspect. De psychiatrie richt zich op de geest. De psychiatrie is
onderdeel van de geneeskunde en richt zich dus op ziek dan wel gezond. De geneeskunde van
de geest en de geest is daarbij lastig grijpbaar. Er is een opvatting dat de geest het brein is, dit
klopt in zoverre dat het brein het materiele omvat. De psyché gaat verder dan enkel de
psychische aspecten en is lastig aanwijsbaar en valt in andere functies uiteen. De psychologie
richt zich ook op de normale verschijnselen en normale werking van de geest. Belangrijk
onderdeel van de psychologie is de persoonlijkheidsleer; inzicht in de persoon(lijkheid) van de
verdachte. De klinische psychologie richt zich wel op het onderscheid ziek/gezond. Uit het
vertrekpunt van een probleem. De forensische psychiatrie is de gerechtelijke psychiatrie; de
psychiatrie die ten dienste staat van het recht. Het brein is breder dan de psyché, de geest.
Het brein omvat ook het materiele en is derhalve ook het vak van de neuroloog.
Persoonlijkheidstrekken in extreme kunnen een stoornis worden genoemd.
Psychopathologie: pathos = ziekte dus ziekte van de geest; leer van de ziekten van de geest.
Psychodiagnostiek: onderscheiden: is er sprake van een ziekte en welke ziekte betreft het?
Nosologie: ziet op de classificatie van de psychische stoornis. Hoe moeten we het noemen en
hoe onderscheiden we de verschillenden onderscheidingen van elkaar.
• Ziekte, stoornis, afwijking
• Denken, voelen, willen, handelen, eigenschappen
• Syndroom, symptoom
Als er problemen zijn in een bepaalde functie dan is er sprake van een symptoom. Voorbeeld
neerslachtigheid is een symptoom in de functie voelen. Syndromen zijn vaste verzamelingen
van bepaalde symptomen. Syndromen à kwalificatie.
De psychiater kijkt vanuit de geneeskunde naar een dichotomie; is iets gezond of ziek en voert
hiertoe een anamnese uit. De psycholoog kijkt veelal naar bepaalde vragenlijsten, scores;
dimensioneel; grenzen van afwijking. Voorbeeld zijn intelligentietesten. Normaal is 100;
scoort men hogen dan geldt dit als speciaal. Dit geldt ook voor het omgekeerde geval en de
intelligentie lager is dan gemiddeld normaal. De psycholoog werkt veel met
persoonlijkheidstesten. Persoonlijkheidsstoornis of niet; discussie of dit dichotomie of
,2
Forensische Psychiatrie RM36
dimensioneel moet worden bekeken? De psychologie kent normaalverdeling tussen een
gemiddelde en een standaarddeviatie. Als men een test afneemt dan komen hier scores uit
hoe verder men afwijkt van het gemiddelde hoe meer bijzonder (afwijkend van normaal) moet
worden beschouwd. Ander voorbeeld is de autismespectrum stoornis; wanneer het dusdanig
ernstig is en er hinder en of last door ondervonden is het een stoornis. Iedereen bevindt zich
op het spectrum.
Zeven visies op psychiatrische stoornis: meningen over de vraag wat een stoornis is, is
verdeeld.
• Pathofysiologische afwijking: neurologisch – ergens in het zenuwstelsel, veelal het
brein is er iets mis met de concrete materie. Kijkt in overgrote mate naar de materie
en niet naar de geest: de beleving de ervaring.
• Verlies van betekenis
• Schadelijke disfunctie
• Sociaal construct: men wil iets afwijkend of ziek noemen
• Onvermogen om het ‘goede leven’ te leiden
• Leed: moet veelal sprake zijn van lijden; belangrijk onderscheidend criterium.
Psychiatrie: Ofwel men lijdt zelf of wel de omgeving.
• Beperkingen waar mensen zelf niet mee kunnen omgaan
• Concluderend: afspraken wanneer bepaalde gedragingen worden beschouwd als
psychische stoornissen!
De geschiedenis van de waanzin. Ad sociaal construct: men kan bepaalde mensen
diskwalificeren middels de psychiatrie. Dirk de wachter; het leven wordt ingewikkelder en
individualisering brengt mee dat men veelal op zichzelf aangewezen is met als gevolg dat
ingeval problemen er onvoldoende steun is. à Men is aangewezen op professionele – vanuit
overheidswege geboden – hulp
Kortom: afspraken omtrent de kwalificatie! Emil Kraepelin: een van de eerste die is gaan
kwalificeren en de grondlegger van de schizofrenie. Deze term wordt over het algemeen
misverstaan; het gaat niet om meerdere persoonlijkheden.
Om eenheid en eenvormig gebruik van woorden te bevorderen heeft men de DSM opgesteld:
een lijst van afspraken tussen met – name in het begin psychiaters uit de verenigde staten –
psychiaters die een lijst van erkende stoornissen bevat. Gunstig dat men over hetzelfde
spreekt, maar zitten ook nadelen of andere aspecten aan verboden.
Kritiek op de DSM:
• Cultuurgebonden
• Atheoretisch
• Positivistisch/reductionistisch
• Schijn van validiteit
• Grens van normaliteit
• Comorbiditeit
, 3
Forensische Psychiatrie RM36
• Belangen?
• Atheoretisch: men moet voldoen aan ten minste … verschijnselen; kan leiden tot
verschillende symptomen, maar men heeft onder aan de streep wel dezelfde stoornis.
Atheoretisch; omdat geen verklaring wordt gegeven waarom men een bepaalde
stoornis heeft. Dit is een aspect waarover geen overeenstemming bestaat.
• Positivistisch: beschrijvend en reductionistisch: men benoemt bepaald gedrag aan de
hand van een diagnose en derhalve reduceert men middels de diagnose het ‘menszijn’
van een bepaald persoon.
• Schijn van validiteit; omdat men een lijst maakt lijkt het alsof dit daadwerkelijk een
vaststaand gegeven is terwijl het een fluïde onderwerp betreft dat raakt aan de
normaliteit en de verschuivende grens daarbij.
• Comorbiditeit: overlapt en heeft raakvlakken met elkaar. Kan sprake zijn van
meerdere stoornissen/combinaties.
• Belangen: bijvoorbeeld; invloed van farmaceutische industrie; men heeft een middel
en nu moet daar nog een medische stoornis/ziekte aan worden gekoppeld.
Geschiedenis van de persoonlijkheidsleer à de karaktertrekken
• Hippocrates en Galenus
Biologisch geïnspireerd en spraken over temperamenten en dit hield verband met een
bepaald lichaamssap. Temperamentenleer: energie en stemming
• Flegmatisch slijm; onverschillig en energie naar beneden
• Cholerisch gele gal; stemming prima en opgewekt; manisch
• Sanguinisch bloed; stemming naar beneden maar opgewekt
• Melancholisch zwart gal; stemming en energie naar beneden
Carl Jung is een leerling van Freud en heeft de persoonlijkheidstypen nader uitgewerkt.
Typologie; typen mensen
• Introvert
• Extravert
• Eysenk nader uitgewerkt naar persoonlijkheidstrekken i.p.v. typen
Nader uitgewerkt in vijf grote trekken: grote gemene delers van persoonlijkheidstrekken:
dimensies
1. Emotionaliteit; meer of minder emotioneel
2. Extraversie
3. Openheid
4. Altruïsme: mate waarin je aan andere denkt
5. Consciëntieusheid: gewetensvols/nauwgezet
MMPI: deze gebruikt 10 persoonlijkheidstrekken. Ziet meer op de klinische psychologie. De
persoonlijkheidstesten bestaan uit vragen en uit plaatjes. Projectieve testen: een ambigu
Forensische Psychiatrie RM36
Forensische psychiatrie
College 1 achtergrond; Historie
College 2-4 psychiatrische diagnostiek, etiologie
College 5-7 forensische psychiatrische diagnostiek
College 8-10 TBS; behandelkader en rechtspositie
College 11-12 Forensische zorg overig
College 1 – 25 februari 2019
Geschiedenis van de relatie tussen psychiatrie en recht; psychiatrie voor juristen;
Psychiatrie – dokteren aan de geest. (psyche = geest en atros = dokter) De neurologie richt
zich meer op het fysieke aspect. De psychiatrie richt zich op de geest. De psychiatrie is
onderdeel van de geneeskunde en richt zich dus op ziek dan wel gezond. De geneeskunde van
de geest en de geest is daarbij lastig grijpbaar. Er is een opvatting dat de geest het brein is, dit
klopt in zoverre dat het brein het materiele omvat. De psyché gaat verder dan enkel de
psychische aspecten en is lastig aanwijsbaar en valt in andere functies uiteen. De psychologie
richt zich ook op de normale verschijnselen en normale werking van de geest. Belangrijk
onderdeel van de psychologie is de persoonlijkheidsleer; inzicht in de persoon(lijkheid) van de
verdachte. De klinische psychologie richt zich wel op het onderscheid ziek/gezond. Uit het
vertrekpunt van een probleem. De forensische psychiatrie is de gerechtelijke psychiatrie; de
psychiatrie die ten dienste staat van het recht. Het brein is breder dan de psyché, de geest.
Het brein omvat ook het materiele en is derhalve ook het vak van de neuroloog.
Persoonlijkheidstrekken in extreme kunnen een stoornis worden genoemd.
Psychopathologie: pathos = ziekte dus ziekte van de geest; leer van de ziekten van de geest.
Psychodiagnostiek: onderscheiden: is er sprake van een ziekte en welke ziekte betreft het?
Nosologie: ziet op de classificatie van de psychische stoornis. Hoe moeten we het noemen en
hoe onderscheiden we de verschillenden onderscheidingen van elkaar.
• Ziekte, stoornis, afwijking
• Denken, voelen, willen, handelen, eigenschappen
• Syndroom, symptoom
Als er problemen zijn in een bepaalde functie dan is er sprake van een symptoom. Voorbeeld
neerslachtigheid is een symptoom in de functie voelen. Syndromen zijn vaste verzamelingen
van bepaalde symptomen. Syndromen à kwalificatie.
De psychiater kijkt vanuit de geneeskunde naar een dichotomie; is iets gezond of ziek en voert
hiertoe een anamnese uit. De psycholoog kijkt veelal naar bepaalde vragenlijsten, scores;
dimensioneel; grenzen van afwijking. Voorbeeld zijn intelligentietesten. Normaal is 100;
scoort men hogen dan geldt dit als speciaal. Dit geldt ook voor het omgekeerde geval en de
intelligentie lager is dan gemiddeld normaal. De psycholoog werkt veel met
persoonlijkheidstesten. Persoonlijkheidsstoornis of niet; discussie of dit dichotomie of
,2
Forensische Psychiatrie RM36
dimensioneel moet worden bekeken? De psychologie kent normaalverdeling tussen een
gemiddelde en een standaarddeviatie. Als men een test afneemt dan komen hier scores uit
hoe verder men afwijkt van het gemiddelde hoe meer bijzonder (afwijkend van normaal) moet
worden beschouwd. Ander voorbeeld is de autismespectrum stoornis; wanneer het dusdanig
ernstig is en er hinder en of last door ondervonden is het een stoornis. Iedereen bevindt zich
op het spectrum.
Zeven visies op psychiatrische stoornis: meningen over de vraag wat een stoornis is, is
verdeeld.
• Pathofysiologische afwijking: neurologisch – ergens in het zenuwstelsel, veelal het
brein is er iets mis met de concrete materie. Kijkt in overgrote mate naar de materie
en niet naar de geest: de beleving de ervaring.
• Verlies van betekenis
• Schadelijke disfunctie
• Sociaal construct: men wil iets afwijkend of ziek noemen
• Onvermogen om het ‘goede leven’ te leiden
• Leed: moet veelal sprake zijn van lijden; belangrijk onderscheidend criterium.
Psychiatrie: Ofwel men lijdt zelf of wel de omgeving.
• Beperkingen waar mensen zelf niet mee kunnen omgaan
• Concluderend: afspraken wanneer bepaalde gedragingen worden beschouwd als
psychische stoornissen!
De geschiedenis van de waanzin. Ad sociaal construct: men kan bepaalde mensen
diskwalificeren middels de psychiatrie. Dirk de wachter; het leven wordt ingewikkelder en
individualisering brengt mee dat men veelal op zichzelf aangewezen is met als gevolg dat
ingeval problemen er onvoldoende steun is. à Men is aangewezen op professionele – vanuit
overheidswege geboden – hulp
Kortom: afspraken omtrent de kwalificatie! Emil Kraepelin: een van de eerste die is gaan
kwalificeren en de grondlegger van de schizofrenie. Deze term wordt over het algemeen
misverstaan; het gaat niet om meerdere persoonlijkheden.
Om eenheid en eenvormig gebruik van woorden te bevorderen heeft men de DSM opgesteld:
een lijst van afspraken tussen met – name in het begin psychiaters uit de verenigde staten –
psychiaters die een lijst van erkende stoornissen bevat. Gunstig dat men over hetzelfde
spreekt, maar zitten ook nadelen of andere aspecten aan verboden.
Kritiek op de DSM:
• Cultuurgebonden
• Atheoretisch
• Positivistisch/reductionistisch
• Schijn van validiteit
• Grens van normaliteit
• Comorbiditeit
, 3
Forensische Psychiatrie RM36
• Belangen?
• Atheoretisch: men moet voldoen aan ten minste … verschijnselen; kan leiden tot
verschillende symptomen, maar men heeft onder aan de streep wel dezelfde stoornis.
Atheoretisch; omdat geen verklaring wordt gegeven waarom men een bepaalde
stoornis heeft. Dit is een aspect waarover geen overeenstemming bestaat.
• Positivistisch: beschrijvend en reductionistisch: men benoemt bepaald gedrag aan de
hand van een diagnose en derhalve reduceert men middels de diagnose het ‘menszijn’
van een bepaald persoon.
• Schijn van validiteit; omdat men een lijst maakt lijkt het alsof dit daadwerkelijk een
vaststaand gegeven is terwijl het een fluïde onderwerp betreft dat raakt aan de
normaliteit en de verschuivende grens daarbij.
• Comorbiditeit: overlapt en heeft raakvlakken met elkaar. Kan sprake zijn van
meerdere stoornissen/combinaties.
• Belangen: bijvoorbeeld; invloed van farmaceutische industrie; men heeft een middel
en nu moet daar nog een medische stoornis/ziekte aan worden gekoppeld.
Geschiedenis van de persoonlijkheidsleer à de karaktertrekken
• Hippocrates en Galenus
Biologisch geïnspireerd en spraken over temperamenten en dit hield verband met een
bepaald lichaamssap. Temperamentenleer: energie en stemming
• Flegmatisch slijm; onverschillig en energie naar beneden
• Cholerisch gele gal; stemming prima en opgewekt; manisch
• Sanguinisch bloed; stemming naar beneden maar opgewekt
• Melancholisch zwart gal; stemming en energie naar beneden
Carl Jung is een leerling van Freud en heeft de persoonlijkheidstypen nader uitgewerkt.
Typologie; typen mensen
• Introvert
• Extravert
• Eysenk nader uitgewerkt naar persoonlijkheidstrekken i.p.v. typen
Nader uitgewerkt in vijf grote trekken: grote gemene delers van persoonlijkheidstrekken:
dimensies
1. Emotionaliteit; meer of minder emotioneel
2. Extraversie
3. Openheid
4. Altruïsme: mate waarin je aan andere denkt
5. Consciëntieusheid: gewetensvols/nauwgezet
MMPI: deze gebruikt 10 persoonlijkheidstrekken. Ziet meer op de klinische psychologie. De
persoonlijkheidstesten bestaan uit vragen en uit plaatjes. Projectieve testen: een ambigu