HC. 1 WEERSTAND BASIS
Hoe ontstaat ziekte?
Ons lichaam wordt de gehele dag blootgesteld aan prikkels waarvan meerdere potentieel
schadelijk.
Influenzavirus = door hoestende mensen
E. coli = darmbacterie bijvoorbeeld: kraantje wc/deurknop wc
Noxa / Noxe (= schade) = ziekteoorzaak
• Een noxe is een schadelijke prikkel
• Nocisensoren (= pijnzintuigen) gevoelig voor beschadiging
• Exogene noxe (van buiten)
• Endogene noxe (van binnen)
Lichaam is in evenwicht = homeostase (homoiostasis)- De cel blijft in evenwicht met zijn
omgeving en er vindt geen verandering in structuur en functie plaats
• Monocausaal (is 1 oorzaak van ziekte) / Multicausaal (meerdere oorzaken)
• Ethiologie van een ziekte = oorzaak van een ziekte
Idiopathisch is ziekte maar oorzaak niet bekend. Elke ziekte heeft een oorzaak.
Endogene noxe (factoren van binnenuit) bijv:
• afwijkende genen of chromosomen
- immuundeficienties = aangeboren
- enzymdeficienties = het lichaam maakt onvoldoende enzymen aan
• anatomische afwijkingen
• bij het embryo in de baarmoeder
– medicamenten, drugs, zuurstoftekort, virusinfecties (rodehond /rubella, toxoplasma)
Exogene noxe (factoren van buitenaf) bijv:
• fysisch, (druk, thermisch, elektrisch, straling, geluid en zuurstoftekort)
• chemisch (etsende stoffen/gif)
• biologisch/infecties
• oorzaken gelegen in de voeding (kan besmet zijn of ziekmakende bestandsdelen bevatten)
Ook niet te veel of te weinig vitamines en sporenelementen
Schimmel bij pinda’s : Aspergillus flavus
Wat gebeurt er met de cel? Normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de
prikkel aanpassen.
Waar hangt het aanpassingsvermogen van de cel vanaf?
• soort cel
• celdelingsfase
• cel leeftijd
• celconditie
,Cel veranderingen:
Indien de cel zich niet kan aanpassen kunnen er veranderingen gaan optreden
Groeistoornis/Structuur
• Hypertrofie: de cel wordt groter – door het trainen in sportschool
• Hyperplasie: het aantal cellen neemt toe – bijv. als je borsten groeien
• Metaplasie: cellen gaan zich in een andere richting differentiëren – door roken,
trilhaartjes verdwijnen en meer lagen epitheel voor bescherming van hitte. Kan
terugdraaien
• Neoplasie: autonome celgroei/bijvoorbeeld voor oncogene virussen (nieuwvorming)
Regressieve veranderingen
• een achteruitgang (regressie) in de functie en de structuur van de cel
Door het inwerken van de Noxe kunnen er verschillende dingen gebeuren:
• de cel herstelt
• de cel verandert
• de cel gaat dood
Celdood = necrose
Achteruitgang in functie en structuur op cel en weefselniveau
• Degeneratie
• Atrofie
• Necrose
Ophoping van abnormale substanties in of tussen de cellen:
– hydrophische degeneratie
– vettige degeneratie (normale lever is donkerrood, vettige lever is lichter)
– hyaliene verandering
– mucoïde verandering
– dystrofische calcificaties
Atrofie = weefsel wordt kleiner, cellen nemen af. Bijv. door een tijd in het gips gezeten te
hebben of de thymus na puberteit.
Na de celdood kunnen er 3 dingen gebeuren:
• Regeneratie
de cellen worden vervangen door gelijkwaardige cellen
• Reparatie = litteken
de cellen worden vervangen door bindweefsel
,• dood treedt in
te veel cellen zijn doodgegaan
Necrose (gedeeltelijk afsterven van weefsel of orgaan) - Gangreen
Een klinische term, een zwarte verkleuring van het necrotisch weefsel
Maar hoe ontstaat ziekte?
• Noxe:
– de aard en intensiteit
– de tijd dat men eraan blootgesteld wordt
• Afweer:
– constitutie (erfelijk eigenschappen)
– conditie (bijvoorbeeld: leeftijd, voedingstoestand, etc)
Hoe beschermen we ons?
Afweer:
• Aspecifiek
• Specifiek
en
• Normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de prikkel aanpassen
Afweer / weerstand / Immuniteit
= Sleutel tot de afweer is herkenning.
• Niet-specifieke immuniteit
– Fysieke barrière (huid / slijmvliezen)
– Ontstekingsreactie
• Specifieke immuniteit
– T-lymfocyten
– B-lymfocyten
Aspecifieke afweer
Verdedigingsmechanisme:
• Barrière functie: huid, slijmvliezen
• bacterie dodende stoffen: zweet, talg, maagzuur
, • trilhaar epitheel luchtwegen
Indien de barrière functies onvoldoende zijn geweest kunnen de volgende systemen in actie
komen
• de Aspecifieke afweer
• de Specifieke afweer (Immuunreactie)
Aspecifieke Afweer/Weerstand
Natuurlijk immuniteit zit standaard in ons lichaam ingebouwd
• fysische barrière
• eiwitten
• cellen
Door de aspecifieke weerstand ontstaat een ontsteking
Specifieke Afweer/weerstand
Verworven immuniteit, deze ontstaat pas nadat het lichaam in contact is geweest met
een bepaalde ziekte verwekker (Virus/ bacterie etc)
- eiwitten(immunoglobuline)
- cellen
Cellen betrokken bij de afweer
Witte bloedcellen (leukocyten) onderverdeeld in granulocyten:
-neutrofiele granulocyten
-eosinofiele granulocyten
-basofiele granulocyten
monocyten (macrofagen) – van bloedbaan naar weefsel
lymfocyten :
-T lymfocyten
-B lymfocyten
Cellen aspecifieke afweer
• Granulocyten
• Macrofagen (ontstaan uit monocyten)
Granulocyten
• door de vaatwand heen
• fagocytose van bacteriën
• werking is minder dan dat van de macrofagen
Monocyten (Macrofagen)
• De monocyten na enkele dagen in de bloedbaan nestelen zij zich als macrofagen in het
weefsel
• Macrofagen zijn aanwezig in bindweefsel huid/ darmwand/ longblaasjes
Werking:
- fagocytose
- antigeen presenteren aan specifieke immuunsysteem
- afgifte interleukine: lymfocyten lokken naar geïnfecteerd weefsel
Specifieke Afweer/weerstand
• Deze vorm van immuniteit richt zich tegen zeer specifieke micro-organismen
Hoe ontstaat ziekte?
Ons lichaam wordt de gehele dag blootgesteld aan prikkels waarvan meerdere potentieel
schadelijk.
Influenzavirus = door hoestende mensen
E. coli = darmbacterie bijvoorbeeld: kraantje wc/deurknop wc
Noxa / Noxe (= schade) = ziekteoorzaak
• Een noxe is een schadelijke prikkel
• Nocisensoren (= pijnzintuigen) gevoelig voor beschadiging
• Exogene noxe (van buiten)
• Endogene noxe (van binnen)
Lichaam is in evenwicht = homeostase (homoiostasis)- De cel blijft in evenwicht met zijn
omgeving en er vindt geen verandering in structuur en functie plaats
• Monocausaal (is 1 oorzaak van ziekte) / Multicausaal (meerdere oorzaken)
• Ethiologie van een ziekte = oorzaak van een ziekte
Idiopathisch is ziekte maar oorzaak niet bekend. Elke ziekte heeft een oorzaak.
Endogene noxe (factoren van binnenuit) bijv:
• afwijkende genen of chromosomen
- immuundeficienties = aangeboren
- enzymdeficienties = het lichaam maakt onvoldoende enzymen aan
• anatomische afwijkingen
• bij het embryo in de baarmoeder
– medicamenten, drugs, zuurstoftekort, virusinfecties (rodehond /rubella, toxoplasma)
Exogene noxe (factoren van buitenaf) bijv:
• fysisch, (druk, thermisch, elektrisch, straling, geluid en zuurstoftekort)
• chemisch (etsende stoffen/gif)
• biologisch/infecties
• oorzaken gelegen in de voeding (kan besmet zijn of ziekmakende bestandsdelen bevatten)
Ook niet te veel of te weinig vitamines en sporenelementen
Schimmel bij pinda’s : Aspergillus flavus
Wat gebeurt er met de cel? Normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de
prikkel aanpassen.
Waar hangt het aanpassingsvermogen van de cel vanaf?
• soort cel
• celdelingsfase
• cel leeftijd
• celconditie
,Cel veranderingen:
Indien de cel zich niet kan aanpassen kunnen er veranderingen gaan optreden
Groeistoornis/Structuur
• Hypertrofie: de cel wordt groter – door het trainen in sportschool
• Hyperplasie: het aantal cellen neemt toe – bijv. als je borsten groeien
• Metaplasie: cellen gaan zich in een andere richting differentiëren – door roken,
trilhaartjes verdwijnen en meer lagen epitheel voor bescherming van hitte. Kan
terugdraaien
• Neoplasie: autonome celgroei/bijvoorbeeld voor oncogene virussen (nieuwvorming)
Regressieve veranderingen
• een achteruitgang (regressie) in de functie en de structuur van de cel
Door het inwerken van de Noxe kunnen er verschillende dingen gebeuren:
• de cel herstelt
• de cel verandert
• de cel gaat dood
Celdood = necrose
Achteruitgang in functie en structuur op cel en weefselniveau
• Degeneratie
• Atrofie
• Necrose
Ophoping van abnormale substanties in of tussen de cellen:
– hydrophische degeneratie
– vettige degeneratie (normale lever is donkerrood, vettige lever is lichter)
– hyaliene verandering
– mucoïde verandering
– dystrofische calcificaties
Atrofie = weefsel wordt kleiner, cellen nemen af. Bijv. door een tijd in het gips gezeten te
hebben of de thymus na puberteit.
Na de celdood kunnen er 3 dingen gebeuren:
• Regeneratie
de cellen worden vervangen door gelijkwaardige cellen
• Reparatie = litteken
de cellen worden vervangen door bindweefsel
,• dood treedt in
te veel cellen zijn doodgegaan
Necrose (gedeeltelijk afsterven van weefsel of orgaan) - Gangreen
Een klinische term, een zwarte verkleuring van het necrotisch weefsel
Maar hoe ontstaat ziekte?
• Noxe:
– de aard en intensiteit
– de tijd dat men eraan blootgesteld wordt
• Afweer:
– constitutie (erfelijk eigenschappen)
– conditie (bijvoorbeeld: leeftijd, voedingstoestand, etc)
Hoe beschermen we ons?
Afweer:
• Aspecifiek
• Specifiek
en
• Normaliter kunnen cellen op prikkels reageren en zich aan de prikkel aanpassen
Afweer / weerstand / Immuniteit
= Sleutel tot de afweer is herkenning.
• Niet-specifieke immuniteit
– Fysieke barrière (huid / slijmvliezen)
– Ontstekingsreactie
• Specifieke immuniteit
– T-lymfocyten
– B-lymfocyten
Aspecifieke afweer
Verdedigingsmechanisme:
• Barrière functie: huid, slijmvliezen
• bacterie dodende stoffen: zweet, talg, maagzuur
, • trilhaar epitheel luchtwegen
Indien de barrière functies onvoldoende zijn geweest kunnen de volgende systemen in actie
komen
• de Aspecifieke afweer
• de Specifieke afweer (Immuunreactie)
Aspecifieke Afweer/Weerstand
Natuurlijk immuniteit zit standaard in ons lichaam ingebouwd
• fysische barrière
• eiwitten
• cellen
Door de aspecifieke weerstand ontstaat een ontsteking
Specifieke Afweer/weerstand
Verworven immuniteit, deze ontstaat pas nadat het lichaam in contact is geweest met
een bepaalde ziekte verwekker (Virus/ bacterie etc)
- eiwitten(immunoglobuline)
- cellen
Cellen betrokken bij de afweer
Witte bloedcellen (leukocyten) onderverdeeld in granulocyten:
-neutrofiele granulocyten
-eosinofiele granulocyten
-basofiele granulocyten
monocyten (macrofagen) – van bloedbaan naar weefsel
lymfocyten :
-T lymfocyten
-B lymfocyten
Cellen aspecifieke afweer
• Granulocyten
• Macrofagen (ontstaan uit monocyten)
Granulocyten
• door de vaatwand heen
• fagocytose van bacteriën
• werking is minder dan dat van de macrofagen
Monocyten (Macrofagen)
• De monocyten na enkele dagen in de bloedbaan nestelen zij zich als macrofagen in het
weefsel
• Macrofagen zijn aanwezig in bindweefsel huid/ darmwand/ longblaasjes
Werking:
- fagocytose
- antigeen presenteren aan specifieke immuunsysteem
- afgifte interleukine: lymfocyten lokken naar geïnfecteerd weefsel
Specifieke Afweer/weerstand
• Deze vorm van immuniteit richt zich tegen zeer specifieke micro-organismen