Ontleden en benoemen
PV Zin vragend maken, andere tijd
Onderwerp wie+wat+PV
Werkwoordelijk gezegde alle werkwoorden in een zin
Lijdend voorwerp alle WW in zin+onderwerp
Meewerkend voorwerp aan wie/voor wie
Bijwoordelijke bepaling de rest
Alles voor PV is zinsdeel
Woordsoorten
Zelfstandig naamwoord woorden waar je een lidwoord voor kan zetten. (mens,
dier,ding, plaats
Bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord (slim, mooi)
Werkwoord doe woorden. Fietsen, lopen, zijn, worden, hagelen, regenen
Voorzetsel voor de kast, in, op, achter.
Lidwoord de, het, een,
Zinsontleding
Handeling Hoe beantwoord ik deze vraag?
1 Persoonsvorm Vraagzin? Andere tijd
2 Onderwerp Wie + PV
3 Werkwoordelijk gezegde Alle werkwoorden in de zin
4 Lijdend Voorwerp Wie/wat + werkwoordelijk gezegde + onderwerp
5 Meewerkend Voorwerp Aan wie/voor wie
6 Bijwoordelijke bepaling Tijd, plaats, hoedanigheid
7 Zinsdeel Alles voor de PV