WEEK 1 - AANTEKENINGEN
Legaliteitsbeginsel
- Wettelijke strafbepaling
- Voorafgegane strafbepaling (verbod van terugwerkende kracht)
- Voldoende duidelijke strafbepaling (lex certa)
- Verbod van analogie
o Wel toegestaan: extensief (en restrictief) interpreteren via taalkundige,
wetshistorische, Wetssystematisch, teleologische (enz) interpretatiemethode
o Niet toegestaan: analoog redeneren (maar verschil soms lastig)
Misdrijven en overtredingen
- Misdrijven moeten altijd geformuleerd worden in wetten in formele zin.
Overtredingen mogen ook afkomstig zijn van de lagere wetgever.
- Rechtsdelicten= delicten die iedereen afkeurt en zeer oud zijn (diefstal, moord etc.)
misdrijven zijn dus rechtsdelicten
- Wetsdelicten= delicten die gecodificeerd zijn om de samenleving beter te laten
werken, maar niet iedereen per definitie wordt afgekeurd, dit zijn overtredingen
- Misdrijven en overtredingen kan je ook in andere wetten vinden.
Delictssoorten
Krenkings- en gevaardelicten
- Krenkingsdelict= er wordt pas strafrechtelijk gereageerd als en rechtsgoed
daadwerkelijk wordt aangetast.
- Gevaarzetting= als er gevaar voor krenking is.
o Abstracte gevaarzetting = een gedraging die gevaar kan opleveren.
o Concrete gevaarzetting= het feit dat er gevaar zou kunnen ontstaan, hier is
niet van belang dat het gevaar daadwerkelijk heeft voortgedaan.
Vier voorwaarden voor strafbaarheid:
1. Een gedraging
2. Die aan bestanddelen van delictsomschrijving voldoen
3. Wederrechtelijk (geen rechtvaardigingsgrond) = element wederrechtelijkheid
4. En aan schuld te wijten (geen schulduitsluitingsgrond) = element schuld/verwijtbaarheid
Een delictsomschrijving bestaat uit bestanddelen. Bestanddelen kan je onderscheiden in:
- Objectieve bestanddelen= de objectieve feiten in de delictsomschrijving
- Subjectieve ebstanddelen= bestaan uit een vorm van opzet of schuld (culpa) -> dit
zien op de geestgesteldheid van de verdachte.
VB: Hij die opzettelijk met voorbedachten rade een ander van het leven heeft
berooft….
o Subjectieve bestanddeel opzet -> opzettelijk -> conclusie?
o Iemand zonder opzet kan nooit een moord hebben gepleegd.
o De dader moet opzet hebben gehad op het gevolg -> het leven beroven van
het slachtoffer
De betrokkenheid van de schuldvormen (opzet en culpa) op de objectieve
bestanddelen noemt men het schuldverband.
, Wanneer het bestanddeel is onttrokken aan het schuldverband spreekt men van ene
geobjectiveerd bestanddeel, dader hoeft dan dus geen opzet of culpa te hebben op
dat specifieke bestanddeel. -> indien het feit de dood ten gevolge heeft, hier is opzet
niet op de dood gericht maar dit wordt toch strafbaar gesteld (art 302 lid 2 Sr)
Strafuitsluitingsgronden (en vervolgingsuitsluitingsgronden)
- Algemene wettelijke (geschreven strafuitsluitingsgronden)
- Algemene buitenwettelijke (ongeschreven) strafuitsluitingsgronden
- Bijzondere wettelijke strafuitsluitingsgronden
- Vervolgingsuitsluitingsgronden
o Strafvordering vervalt door de dood van de verdachte
o Iemand die de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt kan niet strafrechtelijk
worden vervolgd.
Rechtvaardigingsgronden = nemen de wederrechtelijkheid weg
- Overmacht-noodtoestand
- Noodweer
- Wettelijk voorschrift
- Ambtelijk bevel
Schulduitsluitingsgronden = nemen de verwijtbaarheid/schuld weg
- Ontoerekeningsvatbaarheid
- Psychische overmacht
- Noodweerexces
- Onbevoegd gegeven ambtelijk
- (Afwezigheid van alle schuld; buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond)
Element is een impliciet (stilzwijgend) bestanddeel
HR: mishandeling is opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of
pijn zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat
Indien noodweer: vrijspraak -> eerste materiële vraag
Overmacht
- Art. 40 Sr: niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is
gedrongen.
- Elke kracht, elke drang, elke dwang waaraan men geen weerstand kan bieden
- Externe oorzaak: kracht, drang, dwang van buiten
o Bij art. 39 Sr; ontoerekeningsvatbaarheid: interne oorzaak -> psychische
stoornis
Twee vormen van overmacht
(0. Absolute overmacht: valt doorgaans niet onder art. 40 Sr; al geen sprake van gedraging ->
vrijspraak)
1. psychische overmacht (schulduitsluitingsgrond)
HR: ‘van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijze geen weerstand
kon en ook niet behoefde te bieden’
Legaliteitsbeginsel
- Wettelijke strafbepaling
- Voorafgegane strafbepaling (verbod van terugwerkende kracht)
- Voldoende duidelijke strafbepaling (lex certa)
- Verbod van analogie
o Wel toegestaan: extensief (en restrictief) interpreteren via taalkundige,
wetshistorische, Wetssystematisch, teleologische (enz) interpretatiemethode
o Niet toegestaan: analoog redeneren (maar verschil soms lastig)
Misdrijven en overtredingen
- Misdrijven moeten altijd geformuleerd worden in wetten in formele zin.
Overtredingen mogen ook afkomstig zijn van de lagere wetgever.
- Rechtsdelicten= delicten die iedereen afkeurt en zeer oud zijn (diefstal, moord etc.)
misdrijven zijn dus rechtsdelicten
- Wetsdelicten= delicten die gecodificeerd zijn om de samenleving beter te laten
werken, maar niet iedereen per definitie wordt afgekeurd, dit zijn overtredingen
- Misdrijven en overtredingen kan je ook in andere wetten vinden.
Delictssoorten
Krenkings- en gevaardelicten
- Krenkingsdelict= er wordt pas strafrechtelijk gereageerd als en rechtsgoed
daadwerkelijk wordt aangetast.
- Gevaarzetting= als er gevaar voor krenking is.
o Abstracte gevaarzetting = een gedraging die gevaar kan opleveren.
o Concrete gevaarzetting= het feit dat er gevaar zou kunnen ontstaan, hier is
niet van belang dat het gevaar daadwerkelijk heeft voortgedaan.
Vier voorwaarden voor strafbaarheid:
1. Een gedraging
2. Die aan bestanddelen van delictsomschrijving voldoen
3. Wederrechtelijk (geen rechtvaardigingsgrond) = element wederrechtelijkheid
4. En aan schuld te wijten (geen schulduitsluitingsgrond) = element schuld/verwijtbaarheid
Een delictsomschrijving bestaat uit bestanddelen. Bestanddelen kan je onderscheiden in:
- Objectieve bestanddelen= de objectieve feiten in de delictsomschrijving
- Subjectieve ebstanddelen= bestaan uit een vorm van opzet of schuld (culpa) -> dit
zien op de geestgesteldheid van de verdachte.
VB: Hij die opzettelijk met voorbedachten rade een ander van het leven heeft
berooft….
o Subjectieve bestanddeel opzet -> opzettelijk -> conclusie?
o Iemand zonder opzet kan nooit een moord hebben gepleegd.
o De dader moet opzet hebben gehad op het gevolg -> het leven beroven van
het slachtoffer
De betrokkenheid van de schuldvormen (opzet en culpa) op de objectieve
bestanddelen noemt men het schuldverband.
, Wanneer het bestanddeel is onttrokken aan het schuldverband spreekt men van ene
geobjectiveerd bestanddeel, dader hoeft dan dus geen opzet of culpa te hebben op
dat specifieke bestanddeel. -> indien het feit de dood ten gevolge heeft, hier is opzet
niet op de dood gericht maar dit wordt toch strafbaar gesteld (art 302 lid 2 Sr)
Strafuitsluitingsgronden (en vervolgingsuitsluitingsgronden)
- Algemene wettelijke (geschreven strafuitsluitingsgronden)
- Algemene buitenwettelijke (ongeschreven) strafuitsluitingsgronden
- Bijzondere wettelijke strafuitsluitingsgronden
- Vervolgingsuitsluitingsgronden
o Strafvordering vervalt door de dood van de verdachte
o Iemand die de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt kan niet strafrechtelijk
worden vervolgd.
Rechtvaardigingsgronden = nemen de wederrechtelijkheid weg
- Overmacht-noodtoestand
- Noodweer
- Wettelijk voorschrift
- Ambtelijk bevel
Schulduitsluitingsgronden = nemen de verwijtbaarheid/schuld weg
- Ontoerekeningsvatbaarheid
- Psychische overmacht
- Noodweerexces
- Onbevoegd gegeven ambtelijk
- (Afwezigheid van alle schuld; buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond)
Element is een impliciet (stilzwijgend) bestanddeel
HR: mishandeling is opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of
pijn zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat
Indien noodweer: vrijspraak -> eerste materiële vraag
Overmacht
- Art. 40 Sr: niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is
gedrongen.
- Elke kracht, elke drang, elke dwang waaraan men geen weerstand kan bieden
- Externe oorzaak: kracht, drang, dwang van buiten
o Bij art. 39 Sr; ontoerekeningsvatbaarheid: interne oorzaak -> psychische
stoornis
Twee vormen van overmacht
(0. Absolute overmacht: valt doorgaans niet onder art. 40 Sr; al geen sprake van gedraging ->
vrijspraak)
1. psychische overmacht (schulduitsluitingsgrond)
HR: ‘van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijze geen weerstand
kon en ook niet behoefde te bieden’