Prestatiepsychologie Hoofdstuk 6 Sportpsychologie (Bakker en Oudejans)
Persoonlijkheid
Definitie van persoonlijkheid (Guilford, 1959):
“Iemands persoonlijkheid is zijn unieke patroon van persoonlijkheidseigenschappen.”
Definitie van persoonlijkheidseigenschap (Guilford, 1959):
“Iedere te onderscheiden betrekkelijk stabiele wijze waarop iemand zich van anderen
onderscheidt.”
-> Persoonlijkheid is stabiel
-> Persoonlijkheid is 50% genetisch en 50% aangeleerd/opvoeding
Persoonlijkheidsmodel van Guilford (1959)
Persoonlijkheid wordt gevormd door de volgende persoonlijkheidseigenschappen:
1. Attitudes
2. Persoonlijkheidstrekken: Zijn gedragsdisposities: Zelfvertrouwen, opgewektheid,
impulsiviteit en nervositeit bijvoorbeeld.
3. Aptitudes: Aangeboren of aangeleerde vermogens om bepaalde taken uit te voeren.
Aantal is zeer groot.
4. Morfologische eigenschappen: Hebben betrekking op aspecten van de bouw van het
menselijk lichaam (lengte, gewicht, gelaatstrekken)
5. Fysiologische eigenschappen: Hebben betrekking op lichamelijke functies zoals
hartslag.
6. Behoeften
7. Interesses
-> Attitudes, behoeften en interesses houden verband met motivatie
-> Een persoonlijkheidstrek is een betrekkelijk stabiele dispositie tot bepaald gedrag of
bepaalde gedragspatronen.
-> Persoonlijkheidstrekken zijn niet observeerbaar, maar worden afgeleid uit gedrag dat
mensen vertonen.
Big Five
Persoonlijkheidsdimensie Kenmerkende trekken
Neuroticisme (vs emotionele stabiliteit) Stressgevoelig vs stessbestendig
Zorgelijk vs kalm
Kwetsbaar vs gehard
Extraversie (vs introversie) Betrokken op buitenwereld vs introvert
Sociaal vs teruggetrokken
Op zoek naar prikkels vs behoefte aan
rustige omgeving
Actiegeoriënteerd vs rustig
Openstaan voor nieuwe ervaringen (vs Origineel vs conventioneel
conventioneel/behoudend) Creatief vs niet-creatief
Persoonlijkheid
Definitie van persoonlijkheid (Guilford, 1959):
“Iemands persoonlijkheid is zijn unieke patroon van persoonlijkheidseigenschappen.”
Definitie van persoonlijkheidseigenschap (Guilford, 1959):
“Iedere te onderscheiden betrekkelijk stabiele wijze waarop iemand zich van anderen
onderscheidt.”
-> Persoonlijkheid is stabiel
-> Persoonlijkheid is 50% genetisch en 50% aangeleerd/opvoeding
Persoonlijkheidsmodel van Guilford (1959)
Persoonlijkheid wordt gevormd door de volgende persoonlijkheidseigenschappen:
1. Attitudes
2. Persoonlijkheidstrekken: Zijn gedragsdisposities: Zelfvertrouwen, opgewektheid,
impulsiviteit en nervositeit bijvoorbeeld.
3. Aptitudes: Aangeboren of aangeleerde vermogens om bepaalde taken uit te voeren.
Aantal is zeer groot.
4. Morfologische eigenschappen: Hebben betrekking op aspecten van de bouw van het
menselijk lichaam (lengte, gewicht, gelaatstrekken)
5. Fysiologische eigenschappen: Hebben betrekking op lichamelijke functies zoals
hartslag.
6. Behoeften
7. Interesses
-> Attitudes, behoeften en interesses houden verband met motivatie
-> Een persoonlijkheidstrek is een betrekkelijk stabiele dispositie tot bepaald gedrag of
bepaalde gedragspatronen.
-> Persoonlijkheidstrekken zijn niet observeerbaar, maar worden afgeleid uit gedrag dat
mensen vertonen.
Big Five
Persoonlijkheidsdimensie Kenmerkende trekken
Neuroticisme (vs emotionele stabiliteit) Stressgevoelig vs stessbestendig
Zorgelijk vs kalm
Kwetsbaar vs gehard
Extraversie (vs introversie) Betrokken op buitenwereld vs introvert
Sociaal vs teruggetrokken
Op zoek naar prikkels vs behoefte aan
rustige omgeving
Actiegeoriënteerd vs rustig
Openstaan voor nieuwe ervaringen (vs Origineel vs conventioneel
conventioneel/behoudend) Creatief vs niet-creatief