Samenvatting powerpoints strategisch management 2.4
Les 1
Een strategie is een plan waarin staat aangegeven wat een organisatie wil doen om haar
doelstellingen te bereiken. Strategisch Management is het zorgdragen voor een juiste
afstemming op de omgeving alsmede het permanent op peil houden en ontwikkelen van
bekwaamheden, die nodig zijn om eventueel noodzakelijke wijzigingen in de strategie te
verwezenlijken. Ofwel: wat moet je doen, regelen, organiseren om je organisatie duurzaam
bestaansrecht te geven.
Strategiescholen:
Klassiek
- Planningsschool (Ansoff, 1965). Dit is een zeer
planmatige aanpak/strategische planning.
- Positoneringsschool (Michael Porter, ‘80/90).
Outside – Inside perspectief: de bedrijfstak
vormt het uitgangspunt voor de strategiekeuze.
Porter hanteert een model voor bedrijfstak-
analyse gekoppeld aan
concurrentiestrategieën.
Modern
- Dynamisch proces (Mintzberg, 1994). Deze
strategie is een dynamisch proces. Lastig te
voorspellen
- Competentieschool (Hamel & Prahalad, 1990). Er
wordt vooral gekeken naar de eigen kwaliteiten
(core competences + distinctive competences).
Uitgangspunt: concurrentievoordeel behalen door
het ontwikkelen van unieke middelen en
vaardigheden.
Bij een intern onderzoek wordt er gekeken in hoeverre
draagt de (interne) organisatie voldoende bij aan huidige
visie, missie, waarden en/of principes,
organisatiedoelstellingen en eerder gekozen strategie en
marketing instrumenten. Maar ook in hoeverre moet visie,
missie, waarden en/of principes, organisatiedoelstellingen
en eerder gekozen (marketing) strategie worden
aangepast? Bij dit onderzoek wordt er gekeken bij:
- Functionele gebieden (Marketing/sales,
financiering, productie, organisatie).
- Bedrijfseenheden/SBU’s d.m.v. BCG-matrix
(seizoensbier, speciaal bier).
De oplossingen per SBU:
Les 1
Een strategie is een plan waarin staat aangegeven wat een organisatie wil doen om haar
doelstellingen te bereiken. Strategisch Management is het zorgdragen voor een juiste
afstemming op de omgeving alsmede het permanent op peil houden en ontwikkelen van
bekwaamheden, die nodig zijn om eventueel noodzakelijke wijzigingen in de strategie te
verwezenlijken. Ofwel: wat moet je doen, regelen, organiseren om je organisatie duurzaam
bestaansrecht te geven.
Strategiescholen:
Klassiek
- Planningsschool (Ansoff, 1965). Dit is een zeer
planmatige aanpak/strategische planning.
- Positoneringsschool (Michael Porter, ‘80/90).
Outside – Inside perspectief: de bedrijfstak
vormt het uitgangspunt voor de strategiekeuze.
Porter hanteert een model voor bedrijfstak-
analyse gekoppeld aan
concurrentiestrategieën.
Modern
- Dynamisch proces (Mintzberg, 1994). Deze
strategie is een dynamisch proces. Lastig te
voorspellen
- Competentieschool (Hamel & Prahalad, 1990). Er
wordt vooral gekeken naar de eigen kwaliteiten
(core competences + distinctive competences).
Uitgangspunt: concurrentievoordeel behalen door
het ontwikkelen van unieke middelen en
vaardigheden.
Bij een intern onderzoek wordt er gekeken in hoeverre
draagt de (interne) organisatie voldoende bij aan huidige
visie, missie, waarden en/of principes,
organisatiedoelstellingen en eerder gekozen strategie en
marketing instrumenten. Maar ook in hoeverre moet visie,
missie, waarden en/of principes, organisatiedoelstellingen
en eerder gekozen (marketing) strategie worden
aangepast? Bij dit onderzoek wordt er gekeken bij:
- Functionele gebieden (Marketing/sales,
financiering, productie, organisatie).
- Bedrijfseenheden/SBU’s d.m.v. BCG-matrix
(seizoensbier, speciaal bier).
De oplossingen per SBU: