A1: Vertellen en voorlezen
Doelen van vertellen en voorlezen:
Emotionele ontwikkeling: beroep op inleving en verbeelding
Creativiteit: andere omstandigheden voorstellen
Informatie over uiteenlopende onderwerpen
Inleiden in cultureel erfgoed: bepaalde titels (bv. roodkapje) en genres
Beginnende geletterdheid bevorderen
Boekoriëntatie: samenhang tussen tekst en illustratie zien
Verhaalbegrip
Esthetische ontwikkeling: wat vinden de kinderen zélf leuk om te lezen?
Levensbeschouwelijke opvoeding
Werkvorm in verschillende soorten lessen bij andere vakken (bv. geschiedenis)
Als je kiest voor het voorlezen van een verhaal, moet je bepalen wat je met moeilijke zinnen en
woorden doet, goed letten op je stem en de kinderen actief bij het verhaal betrekken. Als je kiest
voor het vertellen van een verhaal, bereid je het goed voor, let je erop dat het verhaal inhoudelijk
juist is en je goed op je stem let en de kinderen erbij betrekt. Bij zowel voorlezen als vertellen kies je
een verhaal waarvan je denkt dat je leerlingen het interessant vinden.
Je kan ook poëzie voorlezen/voordragen. Ze raken dan vertrouwd met aspecten als metrum,
beeldspraak, rijm, spel met klanken. Rijmen bevordert ook hun fonemisch bewustzijn: het besef dat
klanken verschillen of overeenkomen, dat woorden of zinnen lang of kort zijn. Dit is een belangrijke
voorwaarde voor het leren lezen.
Bij interactief voorlezen moedigt de voorlezers zijn toehoorders aan om te reageren door vragen te
stellen en uit te nodigen om mee te denken over het verloop. Deze aanpak heeft gunstige effecten
op de cognitieve ontwikkeling (verplaatsen in situaties, voorspellen van het verloop, redeneren), op
de ontwikkeling van de woordenschat en op die van de beginnende geletterdheid (boekoriëntatie en
verhaalbegrip).
Voor kinderen voor wie een verhaal te veel onbekende woorden situaties bevat, kan de leerkracht
interactief voorlezen toepassen als middel voor preteaching (vóór het verhaal moeilijke woorden
bespreken) en reteaching (na het verhaal moeilijke woorden bespreken).
In Nederland zijn er veel verschillende instellingen en activiteiten die tot doel hebben het (voor)lezen
te stimuleren, zoals de Nationale Voorleeswedstrijd en -dag en de verteltas. Ook het vertellen van
verhalen en nieuwe media (video, computerspelletjes) kunnen worden ingezet bij de ontwikkeling
van de geletterdheid.
Verhalen zijn zo oud als de mensheid. Culturen die het schrift nog niet kenden, leverden verhalen
mondeling over. Met een indeling in genres kun je soorten verhalen van elkaar onderscheiden, maar
deze is niet ‘heilig’ en zelden volledig.
Kenmerken van een verhaal:
De gebeurtenissen omvatten een zekere tijd: een dag, een week, vele jaren. De verteller kan die
gebeurtenissen chronologisch vertellen of in een andere volgorde (bv. afloop eerst).