Partrick’s sign
De patiënt lig in een ontspannende liggende positie. Het linkerbeen blijft gestrekt op de bank
liggen, het rechterbeen wordt gebogen en de voet wordt op het linkerknie geplaatst. Je
linkerhand plaats je op de sias om zo te voorkomen dat het been wegschiet, dan druk je
langzaam met je andere hand de knie naar beneden van de patiënt.
Als de test negatief is : de knie van het geteste been valt op de tafel of is tenminste parallel met
het andere been.
Als de test positief is : de knie van het geteste been blijft boven het been dat op de bank ligt. Als
de test positief is dan heeft het waarschijnlijk te maken dat het heupgewricht een infectie heeft
of is aangedaan . Het kan aangeven dat er iliopsoas spasm aanwezig is of dat het sacroiliac
gewricht (SI-gewricht) is aangedaan.
Faber: dit staat voor de bewegingen van de heup wanneer de test begint.
F: Flexi AB: Abductie ER: Exorotatie
, Trendelenburg’s sign
Deze test beoordeelt de stabiliteit van de heup en het vermogen van de heup abductoren die het
pelvis stabiliseren op het femur. Deze test moet altijd eerst worden uitgevoerd met het gezonde
been, zodat de patiënt weet wat die moet doen.
De patiënt wordt gevraagd om op een been te staan. Een voorbeeld: breng je linkerknie omhoog
of naar achter.
Als de test negatief is : dan komt de pelvis aan de andere kant omhoog, aan de linkerkant. Zo
zijn ze op gelijke hoogte. (Dit zie je ook op het plaatje bij A).
Als de test positief is : als het pelvis aan de andere kant naar beneden zakt, wanneer de patiënt
op het aangedane been staat. (Dit zie je ook op het plaatje bij B). Als de pelvis naar beneden zakt
geeft deze test aan dat er een zwakte in de m.gluteus medius is of dat het een onstabiele heup is
(heup dislocatie).