Maatschappij, bestuur & beleid
Communisme = staat heeft alles voor het zeggen
Democratie = het volk heeft het voor het zeggen
Aristocratie = vaste groep (erfelijk) die ‘vaderlijk handelt’
Dictatuur = alle macht is in handen van 1 persoon of een groep mensen.
Anarchie = toestand van land zonder gezaghebbenden of bestuur
Militaire dictatuur = militairen aan de macht
Eenpartijstelsel = een partij is aan de macht
Autocratie = 1 persoon heeft alle macht
Absolute monarchie = een vorst heeft alle macht geërfd van voorganger
Nederland is parlementaire democratie = burgers worden vertegenwoordigd, geven de macht weg
Amerika = presidentiele democratie
3 bestuurslagen
- Het land
- Provincies
- Gemeentes
Iedere 4 jaar stemmen
Landelijke verkiezing: stem je voor de tweede kamer, daaruit komt het kabinet naar voren
met als voorzitter de minister-president
Provincies: stem je op de provinciale staten, daaruit komt de gedeputeerde staten met als
voorzitter commissaris van de Koning
Gemeente: stem je op de gemeenteraad, daaruit komt het college van B&W met als
voorzitter de burgemeester
Formatie:
- Regering komt voort uit
volksvertegenwoordiging
- Regering kan niet zonder vertrouwen
van volksvertgenwoordiging
- Na nieuwe 2e kamer verkiezingen –
nieuw kabinet samenstellen
1. Volk kiest tweede kamer
2. Coalitievorming
3. Regeerakkoord
4. Kabinet samenstellen
1
, Heleen de Jongh
6 onderdelen rechtsstaat:
1. Grondrechten
- Een ieder heeft fundamentele vrijheden en grondrechten
- Overheid zorgt voor onderwijs, sociale zekerheid enz. En we hebben vrijheid van
meningsuiting en godsdienst
2. Scheiding der machten
- Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht liggen bij verschillende instanties
- Trais politica: Charles de Montesquieu (rond 1800)
- Wetgevende macht: regering en Staten-Generaal = 1e en 2e kamer
- Uitvoerende macht: regering
- Rechterlijke macht: rechters
3. Legaliteitsbeginsel
- Alles wat de overheid doet, moet op de wet gebaseerd zijn
- Nieuwe wetten mogen niet met terugwerkende kracht worden toegepast
- Responsief bestuur: volgt de behoeften en wensen van burgers
- Doeltreffend(effectief): het bereiken van het doel
- Doelmatig(efficiënt): met zo min mogelijk middelen
4. Onafhankelijke rechtspraak
- Rechters moeten onafhankelijk en onpartijdig tot een oordeel kunnen komen
5. Het bestaan van vrije en onafhankelijke media
- Alles mag, wel mogelijk achteraf aangeklaagd te worden wanneer smaad/laster/misdaad
zich voordoet
6. Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen
- Vrij in je keuze en geheim in de zin dat je keuze niet beïnvloed wordt
Om een democratie te mogen heten dienen de genoemde 6 onderdelen aanwezig te zijn.
Regering = (Koning en ministers)
Staten-Generaal = (1e en 2e kamer)
2e kamer– kiest het volk
Recht van ammendement = wetswijziging
Recht van initatief/motie = wetsvoorstel
e
` 1 kamer– gekozen door provinciale staten
Wetsvoortsllen goed/afkeuren
2