Cacioppo H.1 (p. 3-32) en Kalat H.1 (p. 34-68, incl. module 4.1, p. 136-148), H.2 (incl. module 14.1,
pp. 344-351), 3, 4, 7
Hoofdstuk 1 cellular foundation of behavior
1.1 Biological approach to behavior
Field of biological psychology
- Mind-brain/mind-body problem: hoe en waarom zijn sommige breinactiviteiten bewust
- Biological psychology: studie naar fysologie, evolutie en ontwikkelingsmechanisme van
gedrag en ervaringen.
o Biologie relateren aan psychologische problemen
- Twee soorten cellen
o Neuronen: geven informatie door naar andere neuronen en naar spieren en klieren.
Variëren in vorm, grootte en functie.
o Glia: vaak kleiner dan neuronen, brengen geen informatie over over grote afstand.
Three main points t oremember
- Perceptie komt voor in je brein
- Mentale en sommige type brein activiteit zijn onafscheidelijk.
o Monism: universum bestaat uit 1 type wezen wordt gesupport.
Dualism: je mind is 1 type stof en materie is wat anders.
- Mensen verschillen op veel manieren van elkaar verschillen in het brein
Biological explanations of behavior
- Weten niet altijd oorzaak van ons gedrag
- Verschillende biologische verklaringen
o Physiological
Gedrag relateren aan activiteit in het brein en ander organen
o Ontogenetic
Hoe iets ontwikkeld
o Evolutionary
Evolutionaire geschiedenis van gedrag of structuur
Hetzelfde gedrag onder gerelateerde soorten (zelfde diersoort, aap en mens)
o Functional
Waarom een structuur of gedrag zo is ontwikkeld.
Verklaard het voordeel van iets
Neuroethics
Animals
Waarom dieren onderzoeken als je mensenbrein en gedrag wilt weten?
- Veel mechanisme van gedrag zijn hetzelfde onder andere soorten en makkelijker te
onderzoeken bij niet-menselijke soorten.
o Als je iets moeilijks wilt onderzoeken, begin je bij iets makkelijkers.
o Geïnteresseerd in hoe dieren werken
o Wat we leren van dieren werpt licht op de menselijke evolutie
o Door legale of ethische beperkingen mag het niet op mensen
, 1.2 Neurons and other cells
Neuronen
- Ontvangen informatie en geven het door aan andere cellen.
- We hebben heeel veel neuronen verschilt wel per persoon
- Brein bestaat uit individuele cellen net als het lichaam
Structuur van dierencel
- Membraan: oppervlak / buitenkant van de cel
o Meeste stoffen kunnen niet door het membraan, maar eiwitkanalen zorgen voor een
gecontroleerde toevoer van belangrijke stoffen.
- Celkern (nucleus): hier zitten de chromosomen
- Ribbosomen: structuren die nieuwe eiwitmoleculenmaken sommige los is de cel en
sommige vast aan de endoplasmis reticulum: netwerk van dunne buizen die nieuwe
eitwitten verplaatsen naar andere locatie.
- Mitochondrion: zorgt door stofwisselingsactiviteit dat de cel energie krijgt.
o Hebben eigen genen, los van die in de celkerm erf je van je moeder.
o Brein hangt af van functie van mitochondion
Verminderde functie kan zorgen voor depressie en minder mentale energie
Structuur van neuronen
- Veel verschillende vormen bepaald functie van neuron
- allemaal een soma (cellichaam) en meeste ook dendrieten, axonen en presynaptische
aansluitingen
- motor neuron: ontvangt excitatie (bekrachtiging) via dendrieten en leidt impulsen via axonen
naar de spieren
o soma in ruggengraat
o efferent neuron van het zenuwstelsel
- sensory neuron: erg gevoelig in een kant voor bepaalde stimulus (tast).
o Kleine takken gaan van receptoren naar de axonen
o Soma is in een deel van de hoofdstam
o Afferent neuron naar het zenuwstelsel
- Dendrieten: vertakkingen die kleiner worden aan het eind.
o Oppervlak is bekleed met synaptische receptoren waarmee ze informatie van andere
neuronen krijgen.
o Dendritic spines: vertakkingen van de dendrieten waarmee het oppervlak van
synapsen vergroot.
- Soma: bevat de kern, ribosomen en mitochondria. Is bedekt met synapsen
- Axon: dunne vezel met constante diameter.
o Geeft impulsen door aan andere neuronen, organen of spieren.
o Kunnen meters lang zijn.
o Bedekt met myelin sheets met daartussen openingen genaamd knopen van Ranvier
( alleen bij gewervelde axonen)
o 1 axon per neuron, heeft miss wel vertakingen. Eind van vertakking heeft
presynaptische aansluitingen laat stoffen los om naar andere cel te gaan.
- Afferent neuron: brengt info naar een structuur
- Efferent neuron: haalt info weg van een structuur. (exit)
- Neuronen in het zenuwstelsel zijn zowel afferent als efferent
- Interneuron/intrinsic neuron: dendrieten en axonen zijn helemaal opgenomen in 1 structuur
, Glia
- Astrocytes: wikkelt rond de dendrieten van functie gerelateerde axonen.
o Door rondom een connectie tussen neuronen te zitten, bescherm je het van stoffen
die daar circuleren
o Synchroniseren van gerelateerde neuronen ionen en transmitters opnemen en
terug releasen naar de neuron mogelijk maken dat axonen in waves info sturen
o Genereren ritme zoals ademen
o Tripartite synapse: top van axon released stoffen waardoor de buurastrocyte zijn
eigen stoffen vrijlaat wijzigt de boodschap aan het volgende neuron
o Astrocytes zijn actieve partners van het neuron
- Microglia: deel van imuunsysteem; tegengaan van virusen en schimmels in de hersenen
o Vermenigvuldigen na breinschade weghalen van dode en beschadigde neuronen
o Samen met astrocytes weghalen van inactieve synapsen en verbeteren de
effectiviteit van anderen
o Negatieve feedback remmen van neuronale activiteit
o Weinig microglia leidt tot hartinfarct
- Oligodendrocytes in ruggengraat en brein en de Schwann cellen in de periferie maken
myelinsheats die gewervelde axonen isoleren en omgeven.
o Zorgen voor voedingsstoffen voor axonen
o Reageren op neurale activiteit door wijzigen van myelin sheaths wijzigen van
reactietijd van axonen participate bij leren en geheugen
- Radial glia: begeleiden verplaatsingen van neuronen en axonen en dendrieten tijdens
embryonale ontwikkeling
Blood-brain barrier
- Veel stoffen kunnen niet door blood-brain barrier: mechanisme die meeste stoffen uitsluit
van het gewervelde brein
- Normaal wordt cell geinvecteerd verwijderd door imuunsysteem (zijn makkelijk te vervangen)
- Breincellen kunnen niet worden opgeofferd weinig stoffen door de blood-brain om
virussen tegen te gaan.
- Wel virus in brein?
o Microglia valt virussen in zenuwstelsel aan. Zorgt ervoor dat het virus wordt
tegengegaan maar niet het neuron kapot maakt.
o Cellen kunnen verstoppen en jaren later weer opspringen
How does de blood-brain work
- Het hangt af van endothelial cells die muren van haarvaten vormen
- Buiten brein zijn cellen langs haarvaten gescheiden tussen kleine gaps, in brein zitten ze dicht
op elkaar waardoor er bijna niks langs/doorheen kan
- Blood-brain houdt gevaarlijke en nuttige stoffen buiten
- Membraan is van vetten stoffen die oplossen in vetten kunnen langs de cellenwand van
blood-brain
o hoe snel het een stof de blood-brain passeert hangt af van hoe snel het gedrag
beinvloed
- water gaat via speciale eiwitkanalen door de cellenmuur heen.
- Active transport: eiwitbemiddeld proces dat energie gebruikt om glucose, aminozuren,
omega4 vetzuren en andere vitaminen van het bloed naar het brein te sturen.
- Blood-brain minder goed als je ouder wordt nodige stoffen langzamer en gebaarlijke
stoffen sneller erdoorheen
pp. 344-351), 3, 4, 7
Hoofdstuk 1 cellular foundation of behavior
1.1 Biological approach to behavior
Field of biological psychology
- Mind-brain/mind-body problem: hoe en waarom zijn sommige breinactiviteiten bewust
- Biological psychology: studie naar fysologie, evolutie en ontwikkelingsmechanisme van
gedrag en ervaringen.
o Biologie relateren aan psychologische problemen
- Twee soorten cellen
o Neuronen: geven informatie door naar andere neuronen en naar spieren en klieren.
Variëren in vorm, grootte en functie.
o Glia: vaak kleiner dan neuronen, brengen geen informatie over over grote afstand.
Three main points t oremember
- Perceptie komt voor in je brein
- Mentale en sommige type brein activiteit zijn onafscheidelijk.
o Monism: universum bestaat uit 1 type wezen wordt gesupport.
Dualism: je mind is 1 type stof en materie is wat anders.
- Mensen verschillen op veel manieren van elkaar verschillen in het brein
Biological explanations of behavior
- Weten niet altijd oorzaak van ons gedrag
- Verschillende biologische verklaringen
o Physiological
Gedrag relateren aan activiteit in het brein en ander organen
o Ontogenetic
Hoe iets ontwikkeld
o Evolutionary
Evolutionaire geschiedenis van gedrag of structuur
Hetzelfde gedrag onder gerelateerde soorten (zelfde diersoort, aap en mens)
o Functional
Waarom een structuur of gedrag zo is ontwikkeld.
Verklaard het voordeel van iets
Neuroethics
Animals
Waarom dieren onderzoeken als je mensenbrein en gedrag wilt weten?
- Veel mechanisme van gedrag zijn hetzelfde onder andere soorten en makkelijker te
onderzoeken bij niet-menselijke soorten.
o Als je iets moeilijks wilt onderzoeken, begin je bij iets makkelijkers.
o Geïnteresseerd in hoe dieren werken
o Wat we leren van dieren werpt licht op de menselijke evolutie
o Door legale of ethische beperkingen mag het niet op mensen
, 1.2 Neurons and other cells
Neuronen
- Ontvangen informatie en geven het door aan andere cellen.
- We hebben heeel veel neuronen verschilt wel per persoon
- Brein bestaat uit individuele cellen net als het lichaam
Structuur van dierencel
- Membraan: oppervlak / buitenkant van de cel
o Meeste stoffen kunnen niet door het membraan, maar eiwitkanalen zorgen voor een
gecontroleerde toevoer van belangrijke stoffen.
- Celkern (nucleus): hier zitten de chromosomen
- Ribbosomen: structuren die nieuwe eiwitmoleculenmaken sommige los is de cel en
sommige vast aan de endoplasmis reticulum: netwerk van dunne buizen die nieuwe
eitwitten verplaatsen naar andere locatie.
- Mitochondrion: zorgt door stofwisselingsactiviteit dat de cel energie krijgt.
o Hebben eigen genen, los van die in de celkerm erf je van je moeder.
o Brein hangt af van functie van mitochondion
Verminderde functie kan zorgen voor depressie en minder mentale energie
Structuur van neuronen
- Veel verschillende vormen bepaald functie van neuron
- allemaal een soma (cellichaam) en meeste ook dendrieten, axonen en presynaptische
aansluitingen
- motor neuron: ontvangt excitatie (bekrachtiging) via dendrieten en leidt impulsen via axonen
naar de spieren
o soma in ruggengraat
o efferent neuron van het zenuwstelsel
- sensory neuron: erg gevoelig in een kant voor bepaalde stimulus (tast).
o Kleine takken gaan van receptoren naar de axonen
o Soma is in een deel van de hoofdstam
o Afferent neuron naar het zenuwstelsel
- Dendrieten: vertakkingen die kleiner worden aan het eind.
o Oppervlak is bekleed met synaptische receptoren waarmee ze informatie van andere
neuronen krijgen.
o Dendritic spines: vertakkingen van de dendrieten waarmee het oppervlak van
synapsen vergroot.
- Soma: bevat de kern, ribosomen en mitochondria. Is bedekt met synapsen
- Axon: dunne vezel met constante diameter.
o Geeft impulsen door aan andere neuronen, organen of spieren.
o Kunnen meters lang zijn.
o Bedekt met myelin sheets met daartussen openingen genaamd knopen van Ranvier
( alleen bij gewervelde axonen)
o 1 axon per neuron, heeft miss wel vertakingen. Eind van vertakking heeft
presynaptische aansluitingen laat stoffen los om naar andere cel te gaan.
- Afferent neuron: brengt info naar een structuur
- Efferent neuron: haalt info weg van een structuur. (exit)
- Neuronen in het zenuwstelsel zijn zowel afferent als efferent
- Interneuron/intrinsic neuron: dendrieten en axonen zijn helemaal opgenomen in 1 structuur
, Glia
- Astrocytes: wikkelt rond de dendrieten van functie gerelateerde axonen.
o Door rondom een connectie tussen neuronen te zitten, bescherm je het van stoffen
die daar circuleren
o Synchroniseren van gerelateerde neuronen ionen en transmitters opnemen en
terug releasen naar de neuron mogelijk maken dat axonen in waves info sturen
o Genereren ritme zoals ademen
o Tripartite synapse: top van axon released stoffen waardoor de buurastrocyte zijn
eigen stoffen vrijlaat wijzigt de boodschap aan het volgende neuron
o Astrocytes zijn actieve partners van het neuron
- Microglia: deel van imuunsysteem; tegengaan van virusen en schimmels in de hersenen
o Vermenigvuldigen na breinschade weghalen van dode en beschadigde neuronen
o Samen met astrocytes weghalen van inactieve synapsen en verbeteren de
effectiviteit van anderen
o Negatieve feedback remmen van neuronale activiteit
o Weinig microglia leidt tot hartinfarct
- Oligodendrocytes in ruggengraat en brein en de Schwann cellen in de periferie maken
myelinsheats die gewervelde axonen isoleren en omgeven.
o Zorgen voor voedingsstoffen voor axonen
o Reageren op neurale activiteit door wijzigen van myelin sheaths wijzigen van
reactietijd van axonen participate bij leren en geheugen
- Radial glia: begeleiden verplaatsingen van neuronen en axonen en dendrieten tijdens
embryonale ontwikkeling
Blood-brain barrier
- Veel stoffen kunnen niet door blood-brain barrier: mechanisme die meeste stoffen uitsluit
van het gewervelde brein
- Normaal wordt cell geinvecteerd verwijderd door imuunsysteem (zijn makkelijk te vervangen)
- Breincellen kunnen niet worden opgeofferd weinig stoffen door de blood-brain om
virussen tegen te gaan.
- Wel virus in brein?
o Microglia valt virussen in zenuwstelsel aan. Zorgt ervoor dat het virus wordt
tegengegaan maar niet het neuron kapot maakt.
o Cellen kunnen verstoppen en jaren later weer opspringen
How does de blood-brain work
- Het hangt af van endothelial cells die muren van haarvaten vormen
- Buiten brein zijn cellen langs haarvaten gescheiden tussen kleine gaps, in brein zitten ze dicht
op elkaar waardoor er bijna niks langs/doorheen kan
- Blood-brain houdt gevaarlijke en nuttige stoffen buiten
- Membraan is van vetten stoffen die oplossen in vetten kunnen langs de cellenwand van
blood-brain
o hoe snel het een stof de blood-brain passeert hangt af van hoe snel het gedrag
beinvloed
- water gaat via speciale eiwitkanalen door de cellenmuur heen.
- Active transport: eiwitbemiddeld proces dat energie gebruikt om glucose, aminozuren,
omega4 vetzuren en andere vitaminen van het bloed naar het brein te sturen.
- Blood-brain minder goed als je ouder wordt nodige stoffen langzamer en gebaarlijke
stoffen sneller erdoorheen