Leerjaar 1 blok 7
College 1 – Fysiologie ouderen
Veroudering
- DNA verouderd (telomeren)
o Door verschillende interne en externe factoren
- Immuun functies en neuro-endocriene functies nemen af
o Afweersysteem werkt minder
o Hormonale en neurale systeem verandert
- Onduidelijk multifactorieel
Free radical theory
- Onder invloed van allerlei verschillende processen in het lijf, verandert het DNA in de
vorm van veroudering
o Bijvoorbeeld: metabolisme, straling, uv-licht, roken, luchtvervuiling, inflammatie
Vergrijzing
- Toename ouderen en toename oude ouderen
o Baby boomers worden 65+
o En groep 80+, 90+ en zelfs 100+ wordt steeds groter
Geeft maatschappelijk problemen, omdat huidige werkende generatie
moet zorgen dat deze mensen fatsoenlijk kunnen blijven leven
In 2030 waarschijnlijk 50% van de mensen in Nederland oud
Medisch syndroom
- Bijvoorbeeld: een biologisch syndroom van een verminderde reserve en weerstand
tegen stressoren, dat het resultaat is van dalingen van diverse fysiologische systemen,
en dat gevoeligheid voor ongewenste uitkomsten veroorzaakt. (Fried)
o Langzaam heb je steeds minder weerstand tegen stressoren door afnemende
fysiologie
Fried cycle
, Alles neemt af, maar tot je 96e jaar is het ook weer te trainen
Zenuwstelsel
- In het ruggenmerg nemen myelineschedes af door het ouder worden. Hierdoor gaat
prikkelgeleiding achteruit. Neurotransmitters nemen daardoor af. Natrium en kalium
nemen hierdoor af. Propriosensoren nemen af door verminderd gebruik. Stabiliteit van
gewricht neemt hierdoor af. Sensibele informatie neemt af door verminderd gebruik
(minder gevoel).
- In de periferie wordt dus hetgeen kleiner wat je minder gebruik in de
somatosensorische cortex, hierdoor wordt het ook lastiger om het motorisch aan te
sturen, waardoor het op de motorische cortex ook afneemt.
Bindweefsel
- Op het moment dat je veroudert en je het minder gebruikt, neemt het waterbindend
vermogen af. Hierdoor neemt de rek en trekkracht af van het bindweefsel. Het opslaan
en afgeven van kinetische energie neemt af door het afnemen van waterbindend
vermogen. Ook nemen fibroblasten af, waardoor, in combinatie met alle andere
factoren, de kwaliteit van de matrix afneemt. Ook het water in het bindweefsel neemt
af van kwaliteit, door het verminderen van bloedtransport.
Je spierkracht gaat uit als je ouder wordt. Tussen 36 en 50 jaar treedt sarcopenie op, wat een
afname van spiermassa wat puur komt door ouder worden. Alles in de spier neemt hierbij af
(spiercellen, actine-myosine, ATP-cP, bindweefsel, etc.). Vetweefsel neemt wel toe. Om dit
tegen te gaan moet je continu overload creëren. Ook neemt je fijne motoriek af.
Secundaire sarcopenie is het gevolg van een korte periode van verminderde activiteit,
waardoor je enorm veel inlevert qua spiermassa (bijvoorbeeld 6 weken gips).
Door de vermindering van botbalkjes ontstaat osteoporose.
In overige organen als hersenen, longen, hart, voortplantingsorganen (hormonen) neemt de
kwaliteit af.
College 1 – Fysiologie ouderen
Veroudering
- DNA verouderd (telomeren)
o Door verschillende interne en externe factoren
- Immuun functies en neuro-endocriene functies nemen af
o Afweersysteem werkt minder
o Hormonale en neurale systeem verandert
- Onduidelijk multifactorieel
Free radical theory
- Onder invloed van allerlei verschillende processen in het lijf, verandert het DNA in de
vorm van veroudering
o Bijvoorbeeld: metabolisme, straling, uv-licht, roken, luchtvervuiling, inflammatie
Vergrijzing
- Toename ouderen en toename oude ouderen
o Baby boomers worden 65+
o En groep 80+, 90+ en zelfs 100+ wordt steeds groter
Geeft maatschappelijk problemen, omdat huidige werkende generatie
moet zorgen dat deze mensen fatsoenlijk kunnen blijven leven
In 2030 waarschijnlijk 50% van de mensen in Nederland oud
Medisch syndroom
- Bijvoorbeeld: een biologisch syndroom van een verminderde reserve en weerstand
tegen stressoren, dat het resultaat is van dalingen van diverse fysiologische systemen,
en dat gevoeligheid voor ongewenste uitkomsten veroorzaakt. (Fried)
o Langzaam heb je steeds minder weerstand tegen stressoren door afnemende
fysiologie
Fried cycle
, Alles neemt af, maar tot je 96e jaar is het ook weer te trainen
Zenuwstelsel
- In het ruggenmerg nemen myelineschedes af door het ouder worden. Hierdoor gaat
prikkelgeleiding achteruit. Neurotransmitters nemen daardoor af. Natrium en kalium
nemen hierdoor af. Propriosensoren nemen af door verminderd gebruik. Stabiliteit van
gewricht neemt hierdoor af. Sensibele informatie neemt af door verminderd gebruik
(minder gevoel).
- In de periferie wordt dus hetgeen kleiner wat je minder gebruik in de
somatosensorische cortex, hierdoor wordt het ook lastiger om het motorisch aan te
sturen, waardoor het op de motorische cortex ook afneemt.
Bindweefsel
- Op het moment dat je veroudert en je het minder gebruikt, neemt het waterbindend
vermogen af. Hierdoor neemt de rek en trekkracht af van het bindweefsel. Het opslaan
en afgeven van kinetische energie neemt af door het afnemen van waterbindend
vermogen. Ook nemen fibroblasten af, waardoor, in combinatie met alle andere
factoren, de kwaliteit van de matrix afneemt. Ook het water in het bindweefsel neemt
af van kwaliteit, door het verminderen van bloedtransport.
Je spierkracht gaat uit als je ouder wordt. Tussen 36 en 50 jaar treedt sarcopenie op, wat een
afname van spiermassa wat puur komt door ouder worden. Alles in de spier neemt hierbij af
(spiercellen, actine-myosine, ATP-cP, bindweefsel, etc.). Vetweefsel neemt wel toe. Om dit
tegen te gaan moet je continu overload creëren. Ook neemt je fijne motoriek af.
Secundaire sarcopenie is het gevolg van een korte periode van verminderde activiteit,
waardoor je enorm veel inlevert qua spiermassa (bijvoorbeeld 6 weken gips).
Door de vermindering van botbalkjes ontstaat osteoporose.
In overige organen als hersenen, longen, hart, voortplantingsorganen (hormonen) neemt de
kwaliteit af.