stelt dat de moraal van een handeling bepaald wordt door de mate waarin deze
bijdraagt aan het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.
Immanuel Kant, daarentegen, legt de nadruk op de plicht en autonomie,
waarbij hij gelooft dat ethisch handelen gebaseerd moet zijn op universele
wetten die voortkomen uit de rede.
Aristoteles biedt een derde perspectief door te focussen op deugdethiek,
waarbij hij stelt dat ethisch handelen voortkomt uit het ontwikkelen en
beoefenen van deugden, leidend tot een gelukkig en vervuld leven.
Stroming Gevolgenethiek Plichtsethiek Deugdethiek
Auteur: Bentham Kant Aristoteles
Rol van pijn en Pijn en genot is Geen. Moet je je op de
genot: bepalend voor wat juiste manier toe
goed of fout is. verhouden.
Rol van de rede: Rationele Rol van rede is Rede is nodig om
afweging wat de bepalen welke het juiste midden
beste gevolgen plichten je moet te vinden.
zijn. volgen.
Rol van Bepalend voor wat Ondergeschikt aan Deugdzaam
gevolgen: goed of is. de plichten handelen is zowel
de bron van
deugdzaamheid,
als het gevolg
daarvan.
Vier Geluk (pijn en Autonomie, Deugd
kernbegrippen: plezier), utiliteit categorisch (voortreffelijkheid
(nut), rationaliteit, imperatief, plicht van karakter),
gelukscalculus, (maxime), gewoonte, gulden
maximalisatie. universaliteit midden,
(plichten gelden gemeenschap.
altijd overal voor
iedereen.)
Samenvatting in Handel zodat de Een handeling is Een persoon is
een zin: uitkomst zoveel goed als het goed als deze een
mogelijk geluk is overeenkomt met deugdzaam
voor een zo groot universele karakter heeft
mogelijke groep. plichten. ontwikkeld.