Wat is een angststoornis?
Leerdoelen:
1. Wat is het onderscheid tussen normale en psychopathologisch angst?
- Welke angststoornissen zijn er? (DSM-5) Wat maakt dat paniek een
paniekstoornis is? → kern van iedere angststoornis even opschrijven
Een angststoornis is een van de meest voorkomende geestelijke gezondheidsproblemen bij jonge
mensen, levensduur prevalentie tussen de 8 – 30%.
Angststoornissen bij kinderen zijn voorkomende, pijnlijk, langdurig en kostbaar.
Angst = een stemming gekenmerkt door sterke negatieve emotie en lichamelijke symptomen van
spanning waarin geanticipeerd (=rekening houden met) wordt op komend gevaar. Deze definities
bestaat uit twee zeer belangrijke kenmerken van angst: 1) sterke negatieve emotie en 2) element van
angst.
Kinderen die last hebben van overmatige en slopende angsten zouden last hebben van een
angststoornis.
Neurotisch paradox = zelf beschermend gedrag door de angstige situaties te vermijden
Angst roept een onmiddellijke reactie op het vermeende gevaar of de dreiging = vecht – vlucht
reactie. Confrontatie met de bron van gevaar (vechten) of ontduiken van het gevaar (vluchten).
Het beschrijven van angst is niet makkelijk, omdat het een complexe reactie is met veel symptomen.
- Fysieke systeem → de hersenen zenden een boodschap naar het (ortho)sympathisch
zenuwstelsel, dat zorgt voor een vlecht/vlucht respons. De activatie van dit systeem
zorgt ervoor dat veel belangrijke chemische en fysieke effecten klaargemaakt worden
voor actie.
• Chemische effecten: adrenaline en noradrenaline worden vrijgelaten vanuit de
bijnieren
• Cardiovasculaire effecten: hartslag en sterke verhoging van de hartslag, zodat het
bloed sneller gaat stromen en zuurstof sneller vervoerd wordt
• Respiratoire effecten: snelheid en diepte van ademen verhoogt, waardoor
zuurstof naar weefsel gaat en afval verwijderd wordt. kan ademloosheid,
verstikking of pijn op borst veroorzaken
• Zweetklier effecten: zweten verhoogd, wat ervoor zorgt dat het lichaam gekoeld
wordt en de huid glibberig wordt
• Andere fysieke effecten: pupillen worden wijder om meer licht binnen te laten.
Verhoogde activiteit in het spijsverteringskanaal wat kan zorgen voor
misselijkheid en zwaar gevoel op de maag. Spieren spannen aan als
voorbereiding op vechten of vluchten.
- Cognitief systeem → de activatie van het vecht/vlucht systeem zorgt ervoor dat er
gezocht wordt naar potentiële bedreigingen. Voor kinderen met angstproblemen is het
hierdoor lastig om op dagelijkse bezigheden te focussen, aangezien ze steeds op zoek zijn
naar gevaar. De activatie van dit systeem zorgt vaak voor subjectieve gevoelens van
vrees, zenuwen, lastig concentreren en paniek
Ondanks dat er niet altijd een bewijs is voor het gevaar, gaan ze het intern zoeken en dan denken ze
dus dat er iets mis is met hunzelf.
- Gedragssysteem → de overweldigende driften die gepaard gaan met het
vecht/vluchtsysteem zijn agressie en het verlangen te kunnen ontsnappen uit de
1
, bedreigende situatie. Sociale beperkingen zorgen ervoor dat deze impuls niet tot
uitdrukking komt. Vermijdingsgedrag wordt negatief bekrachtigd.
Anxiey, Fear and Panic
- Fear (VREES) = onmiddellijke alarmreactie op huidig gevaar of levensbedreigende
gebeurtenissen. Het is een huidig georiënteerde emotie als reactie op iets wat op dat
moment plaatsvindt. Anxiety (angst) is een toekomst georiënteerde emotie, door
gevoelens van vrees en gebrek aan controle over de aankomende gebeurtenissen die
bedreigend kunnen zijn.
- Panic (paniek) = groep van fysieke symptomen die onverwachts op komen zetten zonder
dat er een duidelijke bedreiging of gevaar aanwezig is.
*pas als emoties en rituelen buitensporig worden en voorkomen in een totaal ongepast context of
leiden tot een verslechtering in het functioneren dan is er reden tot zorg.
*angststoornis: angst is buitensporig en niet realistisch, sluit niet aan bij ontwikkelingsniveau van het
kind en is een belemmering voor het dagelijks leven.
Uit de DSM-5: vrees gaat meer gepaard met pieken in de arousal van het autonome zenuwstelsel die
noodzakelijk zijn voor een vecht- of vluchtreactie, en met ontsnappingsgedrag. Angst daarentegen
gaat vaker gepaard met spierspanning en waakzaamheid als voorbereiding op toekomstig gevaar en
met voorzichtig of vermijdend gedrag.
Meiden zijn vaker angstig dan jongens.
2
, Angststoornissen in de DSM-5
Angststoornissen in de DSM zijn verdeeld in 7 categorieën, die nauw de focus van de kind van het
kind en de types van reacties en vermijding definieert.
Belangrijkste kenmerken van de zeven DSM-5 angststoornissen
- Separation anxiety disorder (SAD, separatie angst) = gekenmerkt door overmatige zorgen
betreffend scheiding van thuis of van ouders. Jongeren kunnen tekeningen van nood en
fysieke symptomen laten zien als reactie op scheiding. Ervaren onrealistische zorgen over
schade aan zichzelf of anderen als ze alleen zijn. En willen niet alleen zijn.
- Specifieke fobie (Specific Phobia)= als de angst voorkomt op een ongepaste leeftijd,
aanhoudt, is rationeel of overdreven, leidt tot vermijding van het object of situatie en
zorgt voor verstoring in de normale routines dan wordt het een specifieke fobie
genoemd. kinderen met een specifieke fobie laten een extreme angst zien voor objecten
en situaties die eigen voor (bijna) geen gevaar of bedreigingen zorgen. Een specifieke
3