Samenvatting Lean
Hoofdstuk 2
Vijf Lean principes (Womack en Jones)
1. Klantwaarde: identificeer de waarde door de ogen van de klant
(VOC).
2. Waardestroom: wel/niet waarde toevoegend verspillingen
elimineren.
3. Flow: elimineer verspillingen, implementer product, flow waar
mogelijk en optimaliseer batch grootte voorkomen voorraden.
4. Pull: produceer alleen naar de vraag van de klant.
5. Perfectie: continue verbetering standhouden.
Lean management
Lean management = een business strategie met een focus op het
gestructureerd en procesmatig creëren van klantwaarde.
Het huis van Toyota Production System (TPS-huis)
- Klantwaarde = de som van alle
activiteiten waar een klant voor wil
betalen, omdat ze waarde aan een
product of dienst toevoegen door de
functie of vorm ervan te veranderen
(doel van Lean management).
- Just in time (JIT) = logistiek model
waarbij met behulp van flowproductie op
de juiste plaats, op het juiste moment
wordt geleverd tegen minimale offers à
geen batches, wachttijden en onnodige
bewegingen.
- Jidoka = systeem waarbij een proces bij
afwijkingen wordt gestopt door de medewerker/machine om
zodoende de defecten te voorkomen / direct aan te pakken.
Muda, Mura en Muri
Muda zijn de verspillingen die geëlimineerd moeten worden. 8
verspillingen:
1. Defecten
2. Overproductie (ergste vorm)
3. Wachten
4. Transport: onnodig verplaatsen
5. Overbewerking: onnodige stappen die niet
waardetoevoegend zijn
6. Voorraad: work in progress verouderd snel
7. Beweging
8. Talent: onbenut potentieel
o Muda type 1 = onvermijdbare
verspillingen.
, o Muda type 2 = vermijdbare verspillingen.
Mura is variatie/onevenwichtheid in processen. Dit stagneert de flow
(onbalans).
Muri betekent overbelasting (overwerken of overbelasten van mens en
machine).
Hoofdstuk 3
Proces = activiteit waarbij input wordt getransformeerd in output.
- Bestaat uit deelprosessen en heeft verschillende aggregatie niveaus
(= het niveau van samenvoeging van
(deel)processen).
- Scope = waar het proces begint en
eindigt (afbakening).
Procesbesturing = beheersen van
processen om organisatiedoelstellingen te
behalen aan de hand van metingen en
normen (zie figuur rechts).
- Output meten om kwaliteit te bepalen.
Effectiviteit = mate waarin proces levert wat wordt beoogd.
- Aantal goede output / totale gevraagde output
Efficiëntie = mate waarin input nuttig besteed wordt zo min mogelijk
middelen.
- Aantal output / aantal input
- Flow efficiëntie = waarde toevoegende activiteiten in relatie tot de
doorlooptijd.
- Bron efficiëntie = gebruik van bron in relatie tot een specifieke
periode van tijd.
Productiviteit = leveren van gewenste output met minimale input
(combinatie).
- Effectiviteit / efficiëntie
Soorten processen op basis van productvariatie en volume
Projectproces = hypotheek
Batchproces = tijdschriften
Lijnproces = broodjes
Continueproces = suiker
Soorten processen naar standaardisatieniveau
Type I Type II Type 3
- Van minimale variatie en verspillingen naar meer.
Hoofdstuk 2
Vijf Lean principes (Womack en Jones)
1. Klantwaarde: identificeer de waarde door de ogen van de klant
(VOC).
2. Waardestroom: wel/niet waarde toevoegend verspillingen
elimineren.
3. Flow: elimineer verspillingen, implementer product, flow waar
mogelijk en optimaliseer batch grootte voorkomen voorraden.
4. Pull: produceer alleen naar de vraag van de klant.
5. Perfectie: continue verbetering standhouden.
Lean management
Lean management = een business strategie met een focus op het
gestructureerd en procesmatig creëren van klantwaarde.
Het huis van Toyota Production System (TPS-huis)
- Klantwaarde = de som van alle
activiteiten waar een klant voor wil
betalen, omdat ze waarde aan een
product of dienst toevoegen door de
functie of vorm ervan te veranderen
(doel van Lean management).
- Just in time (JIT) = logistiek model
waarbij met behulp van flowproductie op
de juiste plaats, op het juiste moment
wordt geleverd tegen minimale offers à
geen batches, wachttijden en onnodige
bewegingen.
- Jidoka = systeem waarbij een proces bij
afwijkingen wordt gestopt door de medewerker/machine om
zodoende de defecten te voorkomen / direct aan te pakken.
Muda, Mura en Muri
Muda zijn de verspillingen die geëlimineerd moeten worden. 8
verspillingen:
1. Defecten
2. Overproductie (ergste vorm)
3. Wachten
4. Transport: onnodig verplaatsen
5. Overbewerking: onnodige stappen die niet
waardetoevoegend zijn
6. Voorraad: work in progress verouderd snel
7. Beweging
8. Talent: onbenut potentieel
o Muda type 1 = onvermijdbare
verspillingen.
, o Muda type 2 = vermijdbare verspillingen.
Mura is variatie/onevenwichtheid in processen. Dit stagneert de flow
(onbalans).
Muri betekent overbelasting (overwerken of overbelasten van mens en
machine).
Hoofdstuk 3
Proces = activiteit waarbij input wordt getransformeerd in output.
- Bestaat uit deelprosessen en heeft verschillende aggregatie niveaus
(= het niveau van samenvoeging van
(deel)processen).
- Scope = waar het proces begint en
eindigt (afbakening).
Procesbesturing = beheersen van
processen om organisatiedoelstellingen te
behalen aan de hand van metingen en
normen (zie figuur rechts).
- Output meten om kwaliteit te bepalen.
Effectiviteit = mate waarin proces levert wat wordt beoogd.
- Aantal goede output / totale gevraagde output
Efficiëntie = mate waarin input nuttig besteed wordt zo min mogelijk
middelen.
- Aantal output / aantal input
- Flow efficiëntie = waarde toevoegende activiteiten in relatie tot de
doorlooptijd.
- Bron efficiëntie = gebruik van bron in relatie tot een specifieke
periode van tijd.
Productiviteit = leveren van gewenste output met minimale input
(combinatie).
- Effectiviteit / efficiëntie
Soorten processen op basis van productvariatie en volume
Projectproces = hypotheek
Batchproces = tijdschriften
Lijnproces = broodjes
Continueproces = suiker
Soorten processen naar standaardisatieniveau
Type I Type II Type 3
- Van minimale variatie en verspillingen naar meer.