examenmatrijs
MBO 4, HR & Juridisch
, Specialistische kennis van actuele arbeidsmarktontwikkelingen -regionaal en landelijk- in
relatie tot werving en selectie (27%).
1.1 De kandidaat onderbouwt voor een situatie of er sprake is van een ruime of krappe arbeidsmarkt.
Ruime arbeidsmarkt – veel mensen zoeken werk, weinig vacatures.
Krappe arbeidsmarkt - weinig mensen zoeken werk, veel vacatures. (NU)
1.2 De kandidaat onderbouwt voor een situatie of er sprake is van hoogconjunctuur of laagconjunctuur.
Hoogconjunctuur – periode van sterkere economische groei.
Laagconjunctuur - periodes van tragere of zelfs negatieve groei (crisis).
1.3 De kandidaat onderbouwt voor een situatie of er sprake is van kwantitatieve of kwalitatieve
discrepantie op de arbeidsmarkt.
Kwantitatieve discrepantie - de omvang van de vraag en de omvang van het aanbod in aantallen sluiten niet op
elkaar aan.
Kwalitatieve discrepantie - vraag en aanbod sluiten niet op elkaar aan, omdat de eigenschappen die werkgevers
vragen niet overeenkomen met de eigenschappen die werkzoekenden aanbieden.
1.4 De kandidaat onderbouwt op basis van een eenvoudige situatie van welk soort werkloosheid er
sprake is (frictie-, seizoens-, kwalitatieve structuur-, kwantitatieve structuur-, conjunctuurwerkloosheid).
Frictiewerkloosheid - kortdurende werkloosheid die ontstaat bij het zoeken of het wisselen van een baan
(maximaal 8 maanden werkloos).
Dit is wellicht de minst ernstige vorm van werkloosheid. De werknemer heeft de juiste scholing en er is een baan
beschikbaar. Het duurt alleen een tijdje voordat vraag en aanbod elkaar gevonden hebben.
Seizoenswerkloosheid - een vorm van structurele werkloosheid waarbij er in bepaalde delen van het jaar (extra)
werklozen zijn omdat er op dat moment weinig vraag naar arbeid is.
Voorbeeld: landbouw, asperge-oogst in het voorjaar.
Kwalitatieve structuurwerkloosheid - een vorm van structurele werkloosheid waarbij er tegelijkertijd
werklozen en vacatures zijn omdat er sprake is van een verkeerde/onvoldoende opleiding of beperkte
arbeidsmobiliteit (letterlijk reizen).
Kwantitatieve structuurwerkloosheid - een vorm van structurele werkloosheid waarbij er werklozen zijn
terwijl de productiecapaciteit volledig benut is. Je wilt werken, maar er is geen plek voor je.
Conjunctuurwerkloosheid - een vorm van werkloosheid die veroorzaakt wordt door te lage bestedingen
(effectieve vraag).