1. HET BEGRIP EVENWICHTSREACTIE ( ⇔)
Er wordt evenveel substraat omgezet in product, als dat er product wordt
omgezet in substraat.
Er gebeuren geen wijzigingen, en zal na verloop van tijd de hoeveelheid
substraat en product constant blijven
Evenwichtsreacties worden verstoord door toevoeging of verwijdering van
substraat of product aflopende reactie
2. IONISATIE VAN WATER EN HET BEGRIP ZUREN EN
BASEN
2.1 IONISATIE VAN WATER
H2O H+ + OH-
Proton = H+
Hydroxide = OH-
2.2 ZUREN EN BASEN
Zuren: moleculen die de neiging hebben een H+ af te splitsen
o Bv. HCI
Basen: moleculen die de neiging hebben een H+
op te nemen
o Bv. NH3
, 3. ZUURTEGRAAD EN BUFFERS
3.1 HET BEGRIP PH
pH = - log [H+]
pH van zuiver water = 7
Zuren toevoegen aan neutraal water meer H+ in water pH daalt
Basen toevoegen aan water minder H+ in water pH stijgt
Een zuur = een molecule die protonen afstaat
Zure oplossing = oplossing waarin veel protonen inzitten
Basisch = alkalisch
3.2 BUFFERS
Een systeem dat protonen op zich kan binden als af kan staan
Wanneer we aan een oplossing met een buffersysteem protonen toevoegen,
dan zal een deel van deze protonen binden op een buffer (A-) om de
hoeveelheid protonen terug te doen dalen buffer acteert als een base
Wanneer we aan een oplossing met een buffersysteem protonen wegnemen,
dan zal de buffer protonen afstaan aan de oplossing om de hoeveelheid
protonen terug te doen stijgen buffer acteert als een zuur
4. DE PH IN HET MENSELIJK LICHAAM
4.1 NORMALE PH WAARDEN
pH intracellulair vocht = 7
pH urine = 4,8 – 7,5
Anatomie Pagina 2 van 8