Het ontstaan van impulsen
Zintuigcellen creëren impulsen prikkel sterk genoeg
o Kleinste prikkelsterkte: drempelwaarde
o Prikkel zakker dan drempelwaarde geen impulsen
Prikkel drempelwaarde bereiken.
o Prikkel nog sterker impulsfrequentie neemt toe: per seconde
meer impulsen doorgegeven
o Sterkte signaal van impuls altijd hetzelfde
Elk type zintuigcel elk soort prikkel bepaalde drempelwaarde
o Adequate prikkel: type prikkel waar een zintuigcel speciaal
gevoelig voor is. lage drempelwaarde
Type zintuigcel eigen specifieke adequate prikkel ook andere
prikkels waarnemen drempelwaarde is wel veel hoger
De drempelwaarde voor een prikkel is niet altijd even hoog
o Na een sterke prikkel wordt de drempelwaarde hoger
Als prikkel tijdje aanhoudt in zintuigcellen minder impulsen:
gewenning
Drie typen zenuwcellen
Gevoelszenuwcellen:
o Geleiden impulsen van zintuigen naar centrale zenuwstelsel
o Cellichamen vlak bij centrale zenuwstelsel
o 1 lange uitloper leidt impulsen naar cellichaam toe
Bewegingszenuwcellen:
o Geleiden impulsen van centrale zenuwstelsel naar spieren of
klieren
o Cellichamen in het centrale zenuwstelsel
o 1 lange uitloper geleidt impulsen van cellichaam af
Schakelcellen:
o Geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel
o Verbinden uitlopers van gevoelszenuwcellen uitlopers van
bewegingszenuwcellen