Week 1) Inleiding
Instructiecollege:
Wat is de vastgoedlevenscyclus (vastgoedontwikkelingsproces)?
Het vastgoedrekenproces kan worden opgedeeld in drie delen:
1. vastgoedexploitatie
2. opstalexploitatie
3. grondexploitatie
Het vastgoedrekenproces is altijd residueel.
Residuele grondwaarde: wat ben je bereid als belegger om voor de grond te betalen?
1
,Kasstormen staan centraal!
Stappenplan:
1) maak een kasstroomoverzicht op papier.
2) maak een rekenmodel (in Excel): en zet de kasstromen op de juiste plek.
- maak een invoertabel
- maak een uitvoertabel
3) gebruik het rekenmodel (in Excel).
Stap 1) maak een kasstroomoverzicht
Post- en Prenumerando kasstromen:
Prenumerando → begin van een periode 0-1 (tijdstip ervoor)
Postnumerando→ eind van een periode 1-1 (zelfde tijdstip)
Tijdstippen en perioden
Een periode bestaat uit meerdere tijdstippen, bij bijvoorbeeld vijf perioden zijn er zes tijdstippen.
Winst is geen kasstroom, en afschrijvingen zijn ook geen kasstromen.
Voorbeeld kasstroomoverzicht belegger:
Stap 2) maak een rekenmodel
a. maak een invoertabel
Zet in de invoertabel alle inputgegevens neer
b. maak een uitvoertabel
Vergeet niet te fixeren, niet typen in de uitvoertabel !
2
, Stap 3) gebruik het rekenmodel
Nu met behulp van formules de vraag beantwoorden.
Hand-out:
Er is sprake van eindejaarsbetaling. De huren en de kosten worden daarom ingevuld in jaar 1. Bij
betalingen/ontvangsten aan het begin van het jaar worden bedragen ingevuld vanaf jaar 0.
‘Welke wijzing in één van de invoergegevens is nodig om een bepaalde uitvoerwaarde te krijgen?’.
Hierbij wordt de functie ‘doelzoeken’ (goalseek) gebruikt onder “gegevens” en vervolgens “Wat-als-
analyse”.
Het kan zijn dat het IRR-getal niet wijzigt, nadat je op ‘OK’ hebt gedrukt. Dit komt dan omdat de IRR
wordt afgerond op gehele cijfers. Gebruik in dat geval de knop: ‘meer decimalen’ gebruiken.
TW (FV)
NB Let op de overeenkomst in eenheden waarin rente en aantal termijnen worden uitgedrukt. Is de
betaling maandelijks, en de rente op jaarbasis, dan moet in de ‘syntaxis’ rente ook op maandbasis
worden uitgedrukt: i /12.
HW (PV)
Hiermee bereken je de huidige of contante waarde van een reeks toekomstige annuïteiten; deze
reeks van bedragen verandert niet gedurende de looptijd.
NB In annuïteitenfuncties worden bedragen die je betaalt, zoals stortingen op een spaarrekening,
weergegeven als negatieve getallen. Betalingen die aan je worden verricht, zoals een
dividenduitkering, worden weergegeven als positieve getallen. Een storting van €1.000,-- op de bank
wordt bijvoorbeeld aangeduid met het argument -€1000 als je de storting verricht, en met het
argument €1.000,-- als je de bank bent.
NHW (NPV)
Hiermee bereken je de huidige of contante waarde van een reeks toekomstige, wisselende bedragen,
ook positief en negatief.
3