HC 1.
• Dys = moeite met
• Fagie = slikken
Slikken doen we zo’n 1000 keer per dag (speeksel). Meestal onbewust
Inname: zuigen bijv. door rietje, manipuleren = bewegen bolus in mond
Fases slikken.
• Voorbereidend orale fase Inname voedsel:
Het opnemen van vaste stoffen/vloeistof in het
lichaam en het manipuleren van deze stoffen
in de mond.
- Zuigen
- Afhappen
- Kauwen
- Manipuleren voedsel
- Speekselvorming
Willekeurige fase, bewuste handelingen (ook al
denk je er niet steeds over na)
• Orale transportfase Naar achteren brengen bolus:
• Kauwen stopt
• Verplaatsen bolus naar achteren
• Slikinzet
Willekeurige fase; verplaatsen gaat bewust,
inzet van de slik meestal onbewust, maar wel
tegen te houden.
• Faryngeale fase Passage bolus door keelholte (farynx):
Activatie slikreflex
Optrekken velum (zachte gehemelte)
Sluiten stemplooien
Sluiten epiglottis
, Bolus verplaatst door farynx
Openen UES
Ontspanning spier
Heffing/kanteling larynx, (hierdoor gaat
de epiglottis over de trachea)
Peristaltiek farynx
Reflexmatige fase, niet te sturen, gebeurt
gewoon.
UES: upper esophageal sfincter bovenste
slokdarmsfincter
• Oesofageale fase Passage bolus door slokdarm (oesofagus).
Peristaltiek slokdarm
Opening LES
LES = lower esophageal sfincter, ook wel
onderste slokdarm sfincter