HC 1.
Visie op taalverwerving.
Al in de oudheid en middeleeuwen benieuwd naar de “oertaal”.
Wolfskinderen (zijn niet in aanraking gekomen met taal, verwaarlozing)
Jaren ’50: Behaviorisme aangeleerd gedrag d.m.v. belonen.
Jaren ’60: Chomsky mens is uitgerust met LAD-mechanisme (Language Acquisition
Device), aangeboren taalverwervingsmethode
Taal beschikt over universele principes met een biologische basis. (universele grammatica)
LAD mechanisme.
Taalverwervend kind (met
Adequaat taalgedrag in de
Taalaanbod van de omgeving aangeboren
omgevingstaal
taalverwervingsmechanisme)
Uitgangspunten Chomsky
1. Taal wordt al vroeg verworven, ondanks complexe systeem
2. Taal is niet alleen imitatie
3. Kinderen passen taalregels ook toe als ze niet kloppen
4. Enkele taalgebieden in hersenen aan te wijzen
5. Pathologie S-TOS tegenover bijv. Williamssyndroom
6. Ontwikkeling gebarentalen in oerwoudgebieden
7. Kinderen met weinig taalinput, leren ook complexe talen
Er zijn universele structuurregels van taal Universele grammatica.
Soorten taalaanbod
Omgevingsgeluid: klank/betekenis koppeling en discriminatie
Omgevingstaal: eerste jaren nauwelijks van invloed
Verzorgerstaal: essentieel in de taalverwerving
Autofeedback: stimulans om te vocaliseren (kind hoort zichzelf en vind dat leuk)
Monitoring: vanaf 4-5 jaar functie van autofeedback (zelfverbetering)
, Taalaanbod door verzorgers.
Protoconversaties: één-op-één situaties, Kind: kijkt naar vader
volwassene initieert Volwassene: ‘Ja dat is papa, lieve papa hé?’
Modeling: aan uiting kind wordt betekenis Kind: da
gegeven Volwassene: wat is daar?
Expansie: uitbreiden van de (niet correcte) Kind: toel isse pot
uiting Volwassene: Ja, de stoel is kapot
Correctie: verbeteren van de uiting Kind: Toel isse pot
Volwassene: Nee, dat is een kruk.
Recast: impliciet verbeteren van de uiting X
Voorwaarden taalontwikkeling
1) Voldoende gehoor
2) Stimulerende omgeving
3) Cognitieve ontwikkeling (Geen mentale retardatie)
4) Geen anatomische afwijkingen spraakorganen
De prelinguale periode (0-1 jaar)
Fasen taalontwikkeling
De vroeg linguale periode (1 – 2;6 jaar)
Begint bij produceren eerste woord.
Leeftijd kan flink verschillen
Overgang naar gebruik betekenisvolle taal
Protowoorden vaak gebruikt in aanloop
- BRR tegen alles wat rijd
Bij herkenbare woordvorm wordt over eenwoordfase gesproken
- Poes, papa, dada etc.
Eenwoordfase (1;0 – 1;6 jaar)
Uitbreiden woordenschat door actief benoemen
Over extensie en onder extensie komen regelmatig voor
- Alles wat rond is (dus ook een ei bijv.) “bal” noemen. (over extensie)
- Alleen eigen speelgoedauto heet auto. (onder extensie)
Ook mismatch (= foutief gebruik woord) komt voor, wordt meestal inhoudelijk