Economische groei: groei van BBP, die is veroorzaakt door stijging van aant. goederen en diensten
Om economische groei vast te stellen, begin je met het bepalen van de waarde van de totale
productie in een land (=alles wat er aan goederen en diensten in bep. periode wordt gemaakt).
toegevoegde waarde: verschil tussen omzet en waarde van inkopen
Bruto Binnenlands Product: toegevoegde waarde van de totale productie in NL
Bruto Nationaal Product: toegevoegde waarde van de totale productie door NL
Zo’n 10% van het BBP is ‘zwart’ geld. Alleen zwart geld dat wordt besteed telt mee.
Hoofdoorzaken van economische groei:
Groei van de arbeidsinzet meer mensen aan het werk, meer uren werken
Groei van de arbeidsproductiviteit hoger opgeleide mensen, investeringen in
productiemethoden
Bedrijven kunnen meer en/of goedkoper produceren (meer winst)
(meer) Huishoudens verdienen (meer) loon
Nationaal inkomen alle inkomens van Nederlanders
Binnenlands inkomen alle inkomens van mensen in Nederland
Productiefactoren arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap
Deze factoren moeten beloond worden. Productie leidt tot inkomen. Hoe meer er geproduceerd
wordt, hoe meer inkomen er is verdiend in een land.
Sneeuwbaleffect: productie en inkomensstijgingen leiden tot stijgingen van bestedingen, die weer
leiden tot meer productie. Hoelang de ‘sneeuwbal van meer productie blijft doorrollen’ hangt af van:
Productiecapaciteit van bedrijven
Consument- en producentenvertrouwen. Alleen als men de toekomst met vertrouwen
tegemoetziet stijgen inkomens, dat leidt tot meer bestedingen.
Andere kant van de munt:
Welvaartstijging kan terecht komen bij een kleine groep mensen.
Toenemende productie kan invloed hebben op het milieu.
Het kan wel veel over welvaart zeggen, maar niet over het gevoel dat mensen erbij hebben.
Dat heet welzijn of geluk.
Negatieve groei heeft ook voordelen. Fabrikanten en winkels prijzen de producten af.
Wachttijden nemen af. Zwakke bedrijven leggen het loodje, gezonde bedrijven overleven.
Recessie: bij twee opeenvolgende kwartalen een daling van BBP. De recessie begint al in 1 e kwartaal
van krimp, maar dit kan pas worden vastgesteld na twee opeenvolgende kwartalen van krimp.
4 soorten besteders: consumenten, producenten, overheid, buitenland
Als de economie voortdurend groeit, komt er een moment dat de productiecapaciteit van steeds
meer bedrijven volledig wordt gebruikt. Dan kunnen ze de vraag niet meer bijbenen. Meer vraag
personeel, hogere lonen, kortom de machine raakt oververhit. Prijzen producten schieten omhoog,
duurder leven inflatie.
Centraal Planbureau voorspelt economische cijfers. Het relativeert de cijfers door ze te vergelijken
met andere instituten.
Conjunctuurklok laat de actuele stand en het verloop van de conjunctuurgolf zien.
Het kompas geeft beeld van de actuele stand van de economie.
1
, Hoofdstuk 2 - Inflatie
Inflatie= procentuele stijging van gemiddelde prijspeil in een land.
Prijspeil wordt maandelijks gemeten door Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Consumentenprijsindex (CPI): maatstaf voor kosten van levensonderhoud van de gemiddelde
consument. Stijging prijspeil inflatie, daling deflatie. CPI vergelijkt prijspeil maand x met jaar
ervoor, NIET met de vorige maand.
Prijsstijging van 1 soort product is GEEN inflatie. (bijv. A-merken)
Hoogst gemeten inflatie in NL is 10%. Bij inflatie van 2% op jaarbasis moet de ECB ingrijpen. Gaat om
gemiddeld inflatiecijfer van alle deelnemende landen. Een individueel land kan dus een hogere
inflatie hebben.
Journalistieke waarde publicatie verhogen:
Opvallende prijsveranderingen en hun belang
Huidige inflatie vergelijken met uit het verleden
NL inflatie vergelijken met buitenlandse inflatie o.b.v. gestandaardiseerde/geharmoniseerde
cijfers (= vergelijkbare cijfers)
Inflatie ongunstig wanneer groter dan enkele procenten. Gelijkblijvende inkomens
koopkrachtverlies. Internationale concurrentiepositie verslechtert, onzekerheid bij spaarders en
investeerders.
Inflatie gunstig voor mensen met flinke schuld waarover ze een vaste rente moeten betalen. Inflatie
vermindert de reële waarde van hun schulden. Ook voor bedrijven is inflatie gunstig want alles wordt
duurder dus verdienen ze meer geld.
Deflatie niet per definitie positief. Vanwege dalende prijzen wachten mensen met consumeren tot
prijzen nóg lager worden.
Door de overheid vastgestelde prijzen zijn mogelijk nog funester dan forse inflatie/deflatie. Er kan
een zwarte markt ontstaan, waar de prijzen wel worden bepaald door vraag en aanbod.
Oorzaken inflatie:
Oververhitte economie (conjuncturele inflatie)
Het gaat té goed met de economie. Vraag is groter dan productie stijgende prijzen.
Te veel geld in omloop (monetaire inflatie)
o Banken verlenen te veel krediet
o Toestroom buitenlands kapitaal
o Overheid laat geldhoeveelheid toenemen
o Mensen sparen minder
Kostenstijgingen (kosteninflatie)
Door stijging kosten in bedrijfsleven (bijv. arbeiderskosten) worden koopprijzen verhoogd om
te zorgen voor winst.
Duurdere buitenlandse producten voor NL import, bijv. aardolie.
Rente omhoog meer sparen, minder lenen bestedingen dalen BBP daalt overschotten
prijsdaling
Loon-prijsspiraal: er is inflatie werknemers vragen via de vakbonden loonsverhoging aan de
werkgevers werkgevers rekenen de gestegen arbeidskosten door in de eindkosten van het
product er ontstaat inflatie
2