afwijkende ontwikkeling
hoofdstuk 16
normale ontwikkeling: de ontwikkeling van een kind blijft binnen bepaalde grenzen,
ook een trage ontwikkeling kan normaal zijn.
niet normale ontwikkeling: de ontwikkeling van een kind blijft niet langer binnen
bepaalde grenzen, er is vaak sprake van ontwikkelingsachterstand.
* op basis van een bepaald gedragskenmerk kan je niet vaststellen of de ontwikkeling
normaal is of niet, je moet uitgaan van de totale ontwikkeling.
* niet-normale ontwikkeling kan door binnen uit of buiten uit komen:
- binnen: verstandelijk beperkt
- buiten: problemen in het gezin
ontwikkelingsachterstand: de ontwikkeling van het kind wijkt weinig af van het
gemiddelde en de achterstand is nog in te halen.
ontwikkelingsstoornis: bij het kind is er sprake van een duidelijke afwijking van de
gemiddelde ontwikkeling, een ontwikkelingsstoornis heeft een grote, negatieve invloed
op de ontwikkeling, vaak ook blijvend.
alarmsignalen: vastgestelde leeftijdsgrenzen voor bepaalde vaardigheden zoals zitten,
lopen, praten etc. als deze vaardigheden op die leeftijd nog niet worden beheerst, spreek
je van een alarmsignaal.
risicofactoren: zaken die de kans op problemen vergroten, voor een kind kan dit op 3
gebieden liggen:
- het kind
- de ouders en/of het gezin
- de omgeving
belang van vroegtijdige onderkenning:
- er is goede hulp en behandeling mogelijk voor het kind
- een optimale ontwikkeling en ontplooiing wordt mogelijk
- het houdt de ontwikkelingsachterstand zo klein mogelijk
- het beperkt emotionele schade
- ouders komen eerder tot verwerking
- ouders beschikken over belangrijke informatie voor gezinsplanning
kenmerken hoogbegaafdheid:
- rijke woordenschat
- emoties herkennen + begrijpen
- vervelen (hebben uitdaging nodig)
- onderpresteren
- baby’s; kruipen kort en lopen snel, slapen weinig, kijken heel gericht
, hoofdstuk 17
3 groepen kinderen die extra aandacht nodig hebben:
- zorgleerling; een leerling die zonder extra zorgbegeleiding op school niet of
moeilijk mee kan komen, vanwege een ernstige beperking of ontwikkelingsstoornis deel
gaat naar speciaal onderwijs, deel gaat naar normaal onderwijs
- achterstand leerling; een leerling met ouders met een (zeer) laag
opleidingsniveau leerling gaat naar gewoon onderwijs, achterstand leerling heeft
achterstand in cognitieve en sociaal- emotionele ontwikkeling, voor dat ze naar
basisschool gaan, VVE probeert achterstand recht te trekken
- excellente leerling; een leerling die hoog scoort op intellectuele capaciteiten,
creativiteit en taakgerichtheid leerlingen gaat naar gewoon onderwijs, eventueel naar
excellente school
excellente school: halen het beste uit hun leerlingen, zorgen niet alleen voor goede
leerresultaten, maar ondersteunen leerlingen waar nodig of bieden uitdaging
VVE: voor- vroegschoolse educatie; richt zich op het voorkomen en verminderen van
ontwikkelingsachterstanden bij kinderen van 2 tot 6 jaar, VVE-programma’s worden
uitgevoerd in het gezin zelf, in kindercentra en/of op de basisschool
* de volgende stoornissen zijn geen ontwikkelingsstoornissen, omdat sommige dit als
kind en sommige dit als volwassene krijgen:
- stemmingsstoornissen (depressie)
- angststoornissen (fobieën en dwangstoornissen)
- eetstoornissen (anorexia)
- verslaving
leerstoornis: normaal begaafd, op een bepaald gebied moeite met leren, komt vaak
voor, als er niets aan wordt gedaan, kan het kind emotionele problemen ontwikkelen
(geen zelfvertrouwen, negatief zelfbeeld, faalangst, depressiviteit, gedragsproblemen)
verbindingen hersengebieden: dit heb je nodig bij bijvoorbeeld rekenen en lezen
1. rond de leeftijd van 6 jaar, zijn de verbindingen tussen hersengebieden aanwezig
en goed ontwikkeld, om te leren lezen
2. zijn er onvoldoende verbindingen? worden er bij leren lezen omwegen gemaakt
3. vlot lezen lukt dan niet, want informatie wordt niet snel doorgegeven
4. voor goede hersenontwikkeling moet een kind verschillende fasen van motorische
ontwikkeling goed doorlopen, want door bewegen worden nieuwe zenuwbanen
aangelegd en verbeteren de verbindingen tussen hersengebieden (te lang is
Maxi-Cosi, niet kruipen, geen veterstrikken)
lees- en spellingsproblemen: ingewikkelde vaardigheid om te lezen, om te kunnen
lezen moet je:
- verschillen tussen klanken horen (pad of bad)
- verschillen tussen letters zien (zon of non)
- klanken tot een geheel samenvoegen (b-oo-m wordt boom)
als een kind dit kan, kan het leren lezen (van spellend vloeiend)
dyslexie: leerstoornis bij lezen en spellen, waar gebrek aan intelligentie of te weinig
onderwijs niet de oorzaak is, het is een verklankingsprobleem; moeite om wat hij ziet om
te zetten in gesproken woorden
hoofdstuk 16
normale ontwikkeling: de ontwikkeling van een kind blijft binnen bepaalde grenzen,
ook een trage ontwikkeling kan normaal zijn.
niet normale ontwikkeling: de ontwikkeling van een kind blijft niet langer binnen
bepaalde grenzen, er is vaak sprake van ontwikkelingsachterstand.
* op basis van een bepaald gedragskenmerk kan je niet vaststellen of de ontwikkeling
normaal is of niet, je moet uitgaan van de totale ontwikkeling.
* niet-normale ontwikkeling kan door binnen uit of buiten uit komen:
- binnen: verstandelijk beperkt
- buiten: problemen in het gezin
ontwikkelingsachterstand: de ontwikkeling van het kind wijkt weinig af van het
gemiddelde en de achterstand is nog in te halen.
ontwikkelingsstoornis: bij het kind is er sprake van een duidelijke afwijking van de
gemiddelde ontwikkeling, een ontwikkelingsstoornis heeft een grote, negatieve invloed
op de ontwikkeling, vaak ook blijvend.
alarmsignalen: vastgestelde leeftijdsgrenzen voor bepaalde vaardigheden zoals zitten,
lopen, praten etc. als deze vaardigheden op die leeftijd nog niet worden beheerst, spreek
je van een alarmsignaal.
risicofactoren: zaken die de kans op problemen vergroten, voor een kind kan dit op 3
gebieden liggen:
- het kind
- de ouders en/of het gezin
- de omgeving
belang van vroegtijdige onderkenning:
- er is goede hulp en behandeling mogelijk voor het kind
- een optimale ontwikkeling en ontplooiing wordt mogelijk
- het houdt de ontwikkelingsachterstand zo klein mogelijk
- het beperkt emotionele schade
- ouders komen eerder tot verwerking
- ouders beschikken over belangrijke informatie voor gezinsplanning
kenmerken hoogbegaafdheid:
- rijke woordenschat
- emoties herkennen + begrijpen
- vervelen (hebben uitdaging nodig)
- onderpresteren
- baby’s; kruipen kort en lopen snel, slapen weinig, kijken heel gericht
, hoofdstuk 17
3 groepen kinderen die extra aandacht nodig hebben:
- zorgleerling; een leerling die zonder extra zorgbegeleiding op school niet of
moeilijk mee kan komen, vanwege een ernstige beperking of ontwikkelingsstoornis deel
gaat naar speciaal onderwijs, deel gaat naar normaal onderwijs
- achterstand leerling; een leerling met ouders met een (zeer) laag
opleidingsniveau leerling gaat naar gewoon onderwijs, achterstand leerling heeft
achterstand in cognitieve en sociaal- emotionele ontwikkeling, voor dat ze naar
basisschool gaan, VVE probeert achterstand recht te trekken
- excellente leerling; een leerling die hoog scoort op intellectuele capaciteiten,
creativiteit en taakgerichtheid leerlingen gaat naar gewoon onderwijs, eventueel naar
excellente school
excellente school: halen het beste uit hun leerlingen, zorgen niet alleen voor goede
leerresultaten, maar ondersteunen leerlingen waar nodig of bieden uitdaging
VVE: voor- vroegschoolse educatie; richt zich op het voorkomen en verminderen van
ontwikkelingsachterstanden bij kinderen van 2 tot 6 jaar, VVE-programma’s worden
uitgevoerd in het gezin zelf, in kindercentra en/of op de basisschool
* de volgende stoornissen zijn geen ontwikkelingsstoornissen, omdat sommige dit als
kind en sommige dit als volwassene krijgen:
- stemmingsstoornissen (depressie)
- angststoornissen (fobieën en dwangstoornissen)
- eetstoornissen (anorexia)
- verslaving
leerstoornis: normaal begaafd, op een bepaald gebied moeite met leren, komt vaak
voor, als er niets aan wordt gedaan, kan het kind emotionele problemen ontwikkelen
(geen zelfvertrouwen, negatief zelfbeeld, faalangst, depressiviteit, gedragsproblemen)
verbindingen hersengebieden: dit heb je nodig bij bijvoorbeeld rekenen en lezen
1. rond de leeftijd van 6 jaar, zijn de verbindingen tussen hersengebieden aanwezig
en goed ontwikkeld, om te leren lezen
2. zijn er onvoldoende verbindingen? worden er bij leren lezen omwegen gemaakt
3. vlot lezen lukt dan niet, want informatie wordt niet snel doorgegeven
4. voor goede hersenontwikkeling moet een kind verschillende fasen van motorische
ontwikkeling goed doorlopen, want door bewegen worden nieuwe zenuwbanen
aangelegd en verbeteren de verbindingen tussen hersengebieden (te lang is
Maxi-Cosi, niet kruipen, geen veterstrikken)
lees- en spellingsproblemen: ingewikkelde vaardigheid om te lezen, om te kunnen
lezen moet je:
- verschillen tussen klanken horen (pad of bad)
- verschillen tussen letters zien (zon of non)
- klanken tot een geheel samenvoegen (b-oo-m wordt boom)
als een kind dit kan, kan het leren lezen (van spellend vloeiend)
dyslexie: leerstoornis bij lezen en spellen, waar gebrek aan intelligentie of te weinig
onderwijs niet de oorzaak is, het is een verklankingsprobleem; moeite om wat hij ziet om
te zetten in gesproken woorden