Samenvatting CT OP 2.1a
College CT1
Computertomografie
Tomos = latijns voor doorsnijden. Geen metalen voorwerpen tijdens het onderzoek. Dit onderzoek
maakt plakjes van het lichaam.
CT-scan vs. Conventioneel röntgen
Hebben beide nog een röntgenbuis, detector en een generator (= zorgt ervoor dat de röntgenstraling
kan worden opgewekt). Wat niet wordt geabsorbeerd door het lichaam wordt opgevangen door de
detector.
Geschiedenis CT
Godfrey N. Hounsfield heeft de eerste Ct ontworpen in 1971.
Generatie 1
We hebben een röntgenbuis met een detector.
Pencilbeam: niks anders dan een dun lijntje straling. Om
de patiënt te bestralen moesten we van links naar rechts
voor één kant, de detector bewoog mee (translatie). Als
we één richting hebben gehad verplaatste hij zich een
beetje en ging vervolgens weer helemaal van links naar
rechts. Dit is een translatie – rotatie detector, dit duurde
heel erg lang.
Generatie 2
De röntgenbundel is nu breder gemaakt: fanbeam
kleine waaiervormige röntgenbundel en meer detectoren
aan de overkant zijn dan nodig, zodat je de bundel kan
opvangen. De bundel was nog niet breed genoeg en vond
nog steeds rotatie plaats. Translatie is wel sneller dan bij
de 1e generatie.
, Generatie 3
Fan-shaped beam
De waaierbundel wordt nog breder gemaakt, zo
breed dat we de volledige patiënt kunnen
ophangen. Er zijn ook meerdere detectoren
geplaatst aan de andere kant. Hierdoor is er geen
translatie meer nodig alleen maar rotatie.
Generatie 4
Fan-shaped beam
Er wordt aan de binnenkant overal detectoren
geplaatst dan hoef je alleen maar de röntgenbuis
rond te laten draaien en niet meer de detectoren.
Dit was niet betaalbaar omdat detectoren veel
geld kosten.
Continu rotatie
Er werd dus doorgegaan met de 3e generatie. Je moet röntgenstraling opwekken dus je hebt stroom
nodig, stroomkabels. De informatie op de detectors moet ergens naar toe kunnen gaan, met
bekabeling moest het terug. Er zaten dus kabels aan de röntgenbuis en aan de detector en dat
draaide rond, dat wil je niet hebben. Je moet de kabels niet meer direct aan de detectoren zetten,
maar dat er soort van slipring tussen zit. Die bevatten koolstof borstels die daarmee de energie en de
data overdracht kan regelen dan heb je geen kabels meer die meedraaien.
De CT-scan kon zich continu roteren spiraal hier door werd de scantijd drastisch verminderd.
Bredere detectoren
Je straalt een groter stuk van de patiënt tegelijk, dus de waaiervorm niet alleen in de breedte van de
patiënt maar ook in de lengte van de patiënt.
Fan beam: waaiervormige bundel
Cone beam: kegelvormige bundel
,Fan beam
Smalle röntgenbundel
Cone beam
Je kan meer detectoren tegelijk aanstralen en krijgt dus
meer informatie van de patiënt.
MDCT
Meerdere detector-rijen in de z-richting en honderden detector-elementen in de x/y richting van de
detector. Z richting is de richting van de patiënt.
Je geeft in korte tijd straling dus die
anode moet sneller werken en dus
wordt hij warmer dan bij conventioneel
en moet dit dus ook kunnen
verdragen. Detector bepaalt de kwaliteit
Matrix array detector
- Elementen van gelijke grootte.
- Worden gebruikt bij systemen vanaf 64-slice
Je kunt wel kiezen om de grootte van een element te bepalen bijvoorbeeld: je hebt een 64 x 0,5 mm
en zegt tegen de computer dan hij 32 x 1 mm mag gebruiken.
, Adaptive array detector
Elementen met variabele grootte: in het midden van de detector zijn er kleinere elementen, hoe
verder naar buiten gaat hoe groter de elementen worden.
Je hebt te maken van divergentie, je hebt schuine inval als je dan een loodshotje omhoog hebt staan
dan krijg je dabt space (valt niet op de detector elementen).
Collimatie
Kiezen van het aantal detectoren in de lengterichting die je aanstraalt.
Hoe komt het CT beeld tot stand?
CT heeft geen rechte inval, maar schuine inval. Dat moeten we gaan omrekenen want we willen
uiteindelijk die rechte plaatjes krijgen. Straling die niet geabsorbeerd is komt op de detector terecht,
verzwakking wordt per pixel berekend. Daar overheen moeten bepaalde profielen worden neergezet
om van uiteindelijke schuine straling rechte vakken te kunnen maken. Dat doen we door eerst ruwe
data te verzamelen. Die moeten we omzetten naar een plaatje. We scannen om ruwe data te
verzamelen zodat je een set ruwe data hebt van een patiënt. Daarna ga je met de computer
dwarsdoorsnedes maken. Die je vanuit de ruwe data kan berekenen.
Reconstructie methoden
- Iteratief: standaard zodat je juiste pixel een grijswaarde kunt geven.
- Filtered back projection: Vanuit iedere hoek ga je berekenen wat het object nu eigenlijk is.
Als je genoeg berekeningen maakt in een rondje dan kom je uit op het weefsel dat er zit.
We geven die grijswaardes een HU waarde, van daaruit krijg je een plaatje.
College CT1
Computertomografie
Tomos = latijns voor doorsnijden. Geen metalen voorwerpen tijdens het onderzoek. Dit onderzoek
maakt plakjes van het lichaam.
CT-scan vs. Conventioneel röntgen
Hebben beide nog een röntgenbuis, detector en een generator (= zorgt ervoor dat de röntgenstraling
kan worden opgewekt). Wat niet wordt geabsorbeerd door het lichaam wordt opgevangen door de
detector.
Geschiedenis CT
Godfrey N. Hounsfield heeft de eerste Ct ontworpen in 1971.
Generatie 1
We hebben een röntgenbuis met een detector.
Pencilbeam: niks anders dan een dun lijntje straling. Om
de patiënt te bestralen moesten we van links naar rechts
voor één kant, de detector bewoog mee (translatie). Als
we één richting hebben gehad verplaatste hij zich een
beetje en ging vervolgens weer helemaal van links naar
rechts. Dit is een translatie – rotatie detector, dit duurde
heel erg lang.
Generatie 2
De röntgenbundel is nu breder gemaakt: fanbeam
kleine waaiervormige röntgenbundel en meer detectoren
aan de overkant zijn dan nodig, zodat je de bundel kan
opvangen. De bundel was nog niet breed genoeg en vond
nog steeds rotatie plaats. Translatie is wel sneller dan bij
de 1e generatie.
, Generatie 3
Fan-shaped beam
De waaierbundel wordt nog breder gemaakt, zo
breed dat we de volledige patiënt kunnen
ophangen. Er zijn ook meerdere detectoren
geplaatst aan de andere kant. Hierdoor is er geen
translatie meer nodig alleen maar rotatie.
Generatie 4
Fan-shaped beam
Er wordt aan de binnenkant overal detectoren
geplaatst dan hoef je alleen maar de röntgenbuis
rond te laten draaien en niet meer de detectoren.
Dit was niet betaalbaar omdat detectoren veel
geld kosten.
Continu rotatie
Er werd dus doorgegaan met de 3e generatie. Je moet röntgenstraling opwekken dus je hebt stroom
nodig, stroomkabels. De informatie op de detectors moet ergens naar toe kunnen gaan, met
bekabeling moest het terug. Er zaten dus kabels aan de röntgenbuis en aan de detector en dat
draaide rond, dat wil je niet hebben. Je moet de kabels niet meer direct aan de detectoren zetten,
maar dat er soort van slipring tussen zit. Die bevatten koolstof borstels die daarmee de energie en de
data overdracht kan regelen dan heb je geen kabels meer die meedraaien.
De CT-scan kon zich continu roteren spiraal hier door werd de scantijd drastisch verminderd.
Bredere detectoren
Je straalt een groter stuk van de patiënt tegelijk, dus de waaiervorm niet alleen in de breedte van de
patiënt maar ook in de lengte van de patiënt.
Fan beam: waaiervormige bundel
Cone beam: kegelvormige bundel
,Fan beam
Smalle röntgenbundel
Cone beam
Je kan meer detectoren tegelijk aanstralen en krijgt dus
meer informatie van de patiënt.
MDCT
Meerdere detector-rijen in de z-richting en honderden detector-elementen in de x/y richting van de
detector. Z richting is de richting van de patiënt.
Je geeft in korte tijd straling dus die
anode moet sneller werken en dus
wordt hij warmer dan bij conventioneel
en moet dit dus ook kunnen
verdragen. Detector bepaalt de kwaliteit
Matrix array detector
- Elementen van gelijke grootte.
- Worden gebruikt bij systemen vanaf 64-slice
Je kunt wel kiezen om de grootte van een element te bepalen bijvoorbeeld: je hebt een 64 x 0,5 mm
en zegt tegen de computer dan hij 32 x 1 mm mag gebruiken.
, Adaptive array detector
Elementen met variabele grootte: in het midden van de detector zijn er kleinere elementen, hoe
verder naar buiten gaat hoe groter de elementen worden.
Je hebt te maken van divergentie, je hebt schuine inval als je dan een loodshotje omhoog hebt staan
dan krijg je dabt space (valt niet op de detector elementen).
Collimatie
Kiezen van het aantal detectoren in de lengterichting die je aanstraalt.
Hoe komt het CT beeld tot stand?
CT heeft geen rechte inval, maar schuine inval. Dat moeten we gaan omrekenen want we willen
uiteindelijk die rechte plaatjes krijgen. Straling die niet geabsorbeerd is komt op de detector terecht,
verzwakking wordt per pixel berekend. Daar overheen moeten bepaalde profielen worden neergezet
om van uiteindelijke schuine straling rechte vakken te kunnen maken. Dat doen we door eerst ruwe
data te verzamelen. Die moeten we omzetten naar een plaatje. We scannen om ruwe data te
verzamelen zodat je een set ruwe data hebt van een patiënt. Daarna ga je met de computer
dwarsdoorsnedes maken. Die je vanuit de ruwe data kan berekenen.
Reconstructie methoden
- Iteratief: standaard zodat je juiste pixel een grijswaarde kunt geven.
- Filtered back projection: Vanuit iedere hoek ga je berekenen wat het object nu eigenlijk is.
Als je genoeg berekeningen maakt in een rondje dan kom je uit op het weefsel dat er zit.
We geven die grijswaardes een HU waarde, van daaruit krijg je een plaatje.