Divergent: Lichtstralen gaan uit elkaar.
Lichtbronnen: Evenwijdig: Lichtstralen blijven parallel.
Direct licht: Licht dat direct van een bron komt (zoals een lamp). Convergent: Lichtstralen komen samen.
Indirect licht: Licht dat gereflecteerd wordt door objecten. Kleuren en absorptie:
Diffuse terugkaatsing: Objecten absorberen een deel van het licht en kaatsen de rest terug.
Objecten zoals een digibord kaatsen licht in alle richtingen terug, waardoor we ze Witte objecten: Reflecteren alle kleuren.
kunnen zien. Blauwe objecten: Reflecteren blauw licht, absorberen de rest.
Zwarte objecten: Absorberen alle kleuren en reflecteren geen licht.
Par 2
Kernschaduw en bijschaduw:
Evenwijdige en divergente lichtbundels maken overal even donkere
Schaduw bij een evenwijdige lichtbundel: schaduwen.
Bij zonlicht buiten zie je je schaduw omdat je het directe zonlicht Meerdere lichtbronnen veroorzaken schaduwen met verschillende
blokkeert. donkerheid:
De schaduw is niet volledig donker door diffuse terugkaatsing van Kernschaduw: Donkerste deel waar geen direct licht
licht. komt.
De lengte van de schaduw hangt af van de stand van de zon: bij een Bijschaduw: Minder donker deel waar licht van één bron
lage zon is de schaduw langer. komt.
Schaduw bij een divergente lichtbundel:
Bij een lamp binnen kun je schaduwen op de muur maken door je
handen voor de lamp te houden.
De grootte van de schaduw verandert met de afstand van je handen
tot de lamp: dichterbij geeft een grotere schaduw, verder weg een
kleinere.
Par 3 Lenzen:
Spiegelwet:
Bij een spiegelende terugkaatsing kaatst het licht slechts in één richting terug.
De hoek van terugkaatsing is gelijk aan de hoek van inval (spiegelwet). Positieve lens (bol): Convergeert lichtstralen naar elkaar toe (figuur 1.13).
De normaal is de lijn loodrecht op de spiegel.
Terugkaatsing in de spiegel construeren:
Negatieve lens (hol): Divergeert lichtstralen uit elkaar (figuur 1.14).
Lichtstralen lijken uit het spiegelbeeld te komen. Brandpunt van een positieve lens: Punt waar evenwijdige lichtstralen na de lens
Constructiestappen: samenkomen. De afstand van de lens tot het brandpunt is de brandpuntsafstand. Hoe boller
1. Teken het spiegelbeeld door lijnen loodrecht op de spiegel door te trekken. de lens, hoe kleiner de brandpuntsafstand.
2.Teken een lichtstraal van het spiegelbeeld naar je oog (stippel achter de spiegel).
3.Teken de invallende lichtstraal van het voorwerp naar de spiegel.
Par 4 Afstanden:
Voorwerpsafstand: Afstand van voorwerp tot lens.
Mobiele camera's:
Beeldafstand: Afstand van lens tot beeld.
Positieve lens zorgt voor scherpe foto's.
Verkleind en vergroot beeld:
Licht van een object (zoals een roos) wordt door de lens gebroken en vormt een
Foto's: Beeld meestal kleiner dan het voorwerp, beeldafstand kleiner dan
convergente lichtbundel.
voorwerpsafstand.
Beeldpunten van het object vormen samen het totale beeld op een scherm.
Projectoren: Beeld groter dan het voorwerp, voorwerp dicht bij lens, beeldafstand
Beeld is scherp op één specifieke plaats; het scherm moet precies daar staan.
groter dan voorwerpsafstand.
Lens projecteert het beeld ondersteboven; software in de mobiel draait het beeld om.
Beeld construeren:
Gebruik constructietekening om de scherpte te bepalen:
Teken voorwerp als pijl en de lens als rechte lijn.
Lichtstraal vanaf bovenkant pijl door middelpunt lens.
Lichtstraal evenwijdig aan hoofdas, door brandpunt na de lens.
Derde lichtstraal als controle: door brandpunt links van lens, evenwijdig aan hoofdas
na lens.
Teken pijl vanaf hoofdas naar snijpunt van lichtstralen: dit is het beeld.
Par 5
Netvliescellen:
Lichtinval en oogstructuur:
Staafjes: Gevoelig voor grijstinten en beweging, voornamelijk aan de rand van het netvlies.
Kegeltjes: Gevoelig voor kleuren (geelgroen, rood, blauw), geconcentreerd achter de lens.
Lichtbundels van een voorwerp, zoals een bloem, vallen in je oog.
Het licht passeert het hoornvlies, pupil en ooglens voordat het het netvlies
bereikt. Zichtbaar licht:
De iris regelt de hoeveelheid licht door de pupilgrootte aan te passen.
Het hoornvlies convergeert het licht en de ooglens zorgt voor een scherp beeld op Het netvlies is gevoelig voor een klein deel van het lichtspectrum, zichtbaar licht.
het netvlies.
Het netvlies bevat lichtgevoelige cellen die signalen naar de hersenen sturen via
Zichtbaar licht bevat kleuren die we zien in een regenboog, ontstaan door lichtbreking in
waterdruppels.
de oogzenuw.
Onzichtbare straling:
Accommoderen:
Ultraviolette (UV) straling: Niet zichtbaar, kan de huid bruinen en bij overmaat huidkanker
Het oog past de bolling van de lens aan om scherp te stellen op voorwerpen op veroorzaken.
verschillende afstanden. Infrarode (IR) straling: Niet zichtbaar maar voelbaar als warmte, wordt uitgezonden door
Dichterbij: Lens wordt boller voor meer convergentie. warme objecten.
Verder weg: Lens wordt platter voor minder convergentie.