Tentamen : Internationaal & Europees Belastingrecht
Datum : Donderdag 20 juni 2019
Beschikbare tijd : 3 uur (18.00-21.00 uur)
Opgesteld : Onder verantwoordelijkheid van prof. mr. dr. P.G.H. Albert
N.B.
Het tentamen bestaat uit 5 (vijf) genummerde pagina's. Controleer of deze alle aanwezig zijn.
Alle antwoorden moeten worden gemotiveerd, ook al wordt niet om een motivering verzocht.
Dat betekent dat vermeld moet worden op welk wets- en/of verdragsartikel het antwoord is
gebaseerd. De vermelding moet specifiek zijn (dus niet ‘art. 2’, maar ‘art. 2, lid 2, sub c’). Een
antwoord zonder vermelding van de relevante rechtsbron levert geen punten op.
Schrijf duidelijk, beknopt en bondig; voor (in de ogen van de correctoren) onleesbare tekst
worden geen punten toegekend.
Per vraag staat aangegeven hoeveel punten u voor de juiste beantwoording van een vraag
kunt krijgen. Deze bepunting is indicatief.
Gebruik uitsluitend door Nyenrode ter beschikking gestelde schrijfformulieren.
Er mag gebruik worden gemaakt van de in het onderwijsprogramma voorgeschreven wet- en
verdragsbundels, mits deze geen geschreven aantekeningen of annotaties (verwijzingen naar
wetsartikelen) bevatten. Geef aan of je de wettenpocket 2018 hebt gebruik of de wettenpocket
2019.
Er mag gebruik worden gemaakt van een ‘eenvoudige’ rekenmachine (dus zonder opties om
tekst en dergelijke in het geheugen op te slaan).
Normering:
Opgave 1 - 16 punten
Opgave 2 - 6 punten
Opgave 3 - 18 punten
Opgave 4 - 10 punten
Opgave 5 - 17 punten
Opgave 6 - 15 punten
Opgave 7 - 11 punten
Opgave 8 - 7 punten
Totaal - 100 punten
Veel succes!
1
, Opgave 1 (16 punten)
Feiten:
In deze opgave wordt verondersteld dat de huidige Italiaanse inkomstenbelastingwetgeving
overeenkomt met de Nederlandse Wet IB 2001 (inclusief art. 4 AWR).
Italië staat op het punt een fiscale regeling in te voeren, die ten doel heeft om rijke buitenlanders
naar Italië te lokken.
De nieuwe fiscale regeling houdt in dat een inwoner van Italië die aan de voorwaarden van de
regeling voldoet (zie hierna), in het desbetreffende jaar in Italië geen opgave hoeft te doen van (en
niet belast wordt voor) inkomensbestanddelen die een buitenlandse (niet-Italiaanse) bron hebben.
Een natuurlijke persoon maakt aanspraak op de nieuwe regeling, indien hij aan de volgende drie
voorwaarden voldoet:
a. hij bezit in Italië een eigen woning met een waarde in het economische verkeer van minimaal
€ 1 mln;
b. hij verblijft in het belastingjaar minimaal 243 dagen in Italië (8/12 x 365);
c. hij was geen inwoner van Italië (in de zin van de Italiaanse inkomstenbelastingheffing)
gedurende de afgelopen vier belastingjaren.
X (68; Nederlandse nationaliteit en altijd inwoner van Nederland geweest) wil van bovenstaande
Italiaanse regeling gebruik gaan maken. Daartoe verkoopt X zijn huis in Wassenaar en koopt hij
voor € 2 mln een gerenoveerde boerderij in Toscane. X heeft drie kinderen en zeven
kleinkinderen; deze wonen in Nederland (en blijven in Nederland wonen). Omdat X’ spieren wat
beginnen te verstijven, vindt X het geen straf minimaal 243 dagen in Italië door te brengen. De
overige 3-4 maanden zal X afwisselend bij een van zijn kinderen logeren. X verricht in Nederland
nog enkele zakelijke activiteiten.
X ontvangt jaarlijks een pensioenuitkering van € 150.000 (het pensioen is opgebouwd toen X in
Nederland in dienstbetrekking werkzaam was bij een Nederlandse bank).
Vraag a:
Ga ervan uit dat X zijn Toscaanse boerderij heeft betrokken en dat bovengenoemde Italiaanse
regeling op X van toepassing is. Mag Nederland de pensioenuitkering van € 150.000 in de heffing van
inkomstenbelasting betrekken?
Aanvullende feiten:
X ervaart het als belastend om gedurende 3-4 maanden per jaar bij zijn kinderen te logeren. Daarom
huurt hij vanaf het tweede jaar een appartement in Scheveningen met uitzicht op zee.
Vraag b:
Ga ervan uit dat bovengenoemde Italiaanse regeling ook in jaar 2 op X van toepassing is. Mag
Nederland de pensioenuitkering van € 150.000 in jaar 2 in de heffing van inkomstenbelasting
betrekken?
Aanvullende feiten:
Stel dat Nederland en Italië het verdrag Nederland-Italië 1990 onder het MLI hebben gebracht (zodat
sprake is van een ‘gedekt belastingverdrag’) en dat Nederland en Italië de doorwerking van de
bepalingen van het MLI voor hun belastingverdrag zonder voorbehoud hebben aanvaard.
Vraag c:
Ondergaat het antwoord op vraag a en b wijziging als gevolg van de toepassing van het MLI?
Aanvullende feiten:
Fabricio, de buurman van X in Toscane, heeft zijn hele leven in Italië gewoond. Hij kan niet
verkroppen dat X zijn Zwitserse bankrekening niet hoeft op te geven voor de Italiaanse fiscus en hij
(Fabricio) wel. Fabricio betoogt voor de Italiaanse Belastingdienst dat hij op grond van EU-recht
dezelfde fiscale behandeling moet krijgen als X.
Vraag d:
Bespreek of dit betoog hout snijdt.
2
Datum : Donderdag 20 juni 2019
Beschikbare tijd : 3 uur (18.00-21.00 uur)
Opgesteld : Onder verantwoordelijkheid van prof. mr. dr. P.G.H. Albert
N.B.
Het tentamen bestaat uit 5 (vijf) genummerde pagina's. Controleer of deze alle aanwezig zijn.
Alle antwoorden moeten worden gemotiveerd, ook al wordt niet om een motivering verzocht.
Dat betekent dat vermeld moet worden op welk wets- en/of verdragsartikel het antwoord is
gebaseerd. De vermelding moet specifiek zijn (dus niet ‘art. 2’, maar ‘art. 2, lid 2, sub c’). Een
antwoord zonder vermelding van de relevante rechtsbron levert geen punten op.
Schrijf duidelijk, beknopt en bondig; voor (in de ogen van de correctoren) onleesbare tekst
worden geen punten toegekend.
Per vraag staat aangegeven hoeveel punten u voor de juiste beantwoording van een vraag
kunt krijgen. Deze bepunting is indicatief.
Gebruik uitsluitend door Nyenrode ter beschikking gestelde schrijfformulieren.
Er mag gebruik worden gemaakt van de in het onderwijsprogramma voorgeschreven wet- en
verdragsbundels, mits deze geen geschreven aantekeningen of annotaties (verwijzingen naar
wetsartikelen) bevatten. Geef aan of je de wettenpocket 2018 hebt gebruik of de wettenpocket
2019.
Er mag gebruik worden gemaakt van een ‘eenvoudige’ rekenmachine (dus zonder opties om
tekst en dergelijke in het geheugen op te slaan).
Normering:
Opgave 1 - 16 punten
Opgave 2 - 6 punten
Opgave 3 - 18 punten
Opgave 4 - 10 punten
Opgave 5 - 17 punten
Opgave 6 - 15 punten
Opgave 7 - 11 punten
Opgave 8 - 7 punten
Totaal - 100 punten
Veel succes!
1
, Opgave 1 (16 punten)
Feiten:
In deze opgave wordt verondersteld dat de huidige Italiaanse inkomstenbelastingwetgeving
overeenkomt met de Nederlandse Wet IB 2001 (inclusief art. 4 AWR).
Italië staat op het punt een fiscale regeling in te voeren, die ten doel heeft om rijke buitenlanders
naar Italië te lokken.
De nieuwe fiscale regeling houdt in dat een inwoner van Italië die aan de voorwaarden van de
regeling voldoet (zie hierna), in het desbetreffende jaar in Italië geen opgave hoeft te doen van (en
niet belast wordt voor) inkomensbestanddelen die een buitenlandse (niet-Italiaanse) bron hebben.
Een natuurlijke persoon maakt aanspraak op de nieuwe regeling, indien hij aan de volgende drie
voorwaarden voldoet:
a. hij bezit in Italië een eigen woning met een waarde in het economische verkeer van minimaal
€ 1 mln;
b. hij verblijft in het belastingjaar minimaal 243 dagen in Italië (8/12 x 365);
c. hij was geen inwoner van Italië (in de zin van de Italiaanse inkomstenbelastingheffing)
gedurende de afgelopen vier belastingjaren.
X (68; Nederlandse nationaliteit en altijd inwoner van Nederland geweest) wil van bovenstaande
Italiaanse regeling gebruik gaan maken. Daartoe verkoopt X zijn huis in Wassenaar en koopt hij
voor € 2 mln een gerenoveerde boerderij in Toscane. X heeft drie kinderen en zeven
kleinkinderen; deze wonen in Nederland (en blijven in Nederland wonen). Omdat X’ spieren wat
beginnen te verstijven, vindt X het geen straf minimaal 243 dagen in Italië door te brengen. De
overige 3-4 maanden zal X afwisselend bij een van zijn kinderen logeren. X verricht in Nederland
nog enkele zakelijke activiteiten.
X ontvangt jaarlijks een pensioenuitkering van € 150.000 (het pensioen is opgebouwd toen X in
Nederland in dienstbetrekking werkzaam was bij een Nederlandse bank).
Vraag a:
Ga ervan uit dat X zijn Toscaanse boerderij heeft betrokken en dat bovengenoemde Italiaanse
regeling op X van toepassing is. Mag Nederland de pensioenuitkering van € 150.000 in de heffing van
inkomstenbelasting betrekken?
Aanvullende feiten:
X ervaart het als belastend om gedurende 3-4 maanden per jaar bij zijn kinderen te logeren. Daarom
huurt hij vanaf het tweede jaar een appartement in Scheveningen met uitzicht op zee.
Vraag b:
Ga ervan uit dat bovengenoemde Italiaanse regeling ook in jaar 2 op X van toepassing is. Mag
Nederland de pensioenuitkering van € 150.000 in jaar 2 in de heffing van inkomstenbelasting
betrekken?
Aanvullende feiten:
Stel dat Nederland en Italië het verdrag Nederland-Italië 1990 onder het MLI hebben gebracht (zodat
sprake is van een ‘gedekt belastingverdrag’) en dat Nederland en Italië de doorwerking van de
bepalingen van het MLI voor hun belastingverdrag zonder voorbehoud hebben aanvaard.
Vraag c:
Ondergaat het antwoord op vraag a en b wijziging als gevolg van de toepassing van het MLI?
Aanvullende feiten:
Fabricio, de buurman van X in Toscane, heeft zijn hele leven in Italië gewoond. Hij kan niet
verkroppen dat X zijn Zwitserse bankrekening niet hoeft op te geven voor de Italiaanse fiscus en hij
(Fabricio) wel. Fabricio betoogt voor de Italiaanse Belastingdienst dat hij op grond van EU-recht
dezelfde fiscale behandeling moet krijgen als X.
Vraag d:
Bespreek of dit betoog hout snijdt.
2