Begrippenlijst Public Management
Hood 7 doctrines binnen het NPM:
1) Macht voor de managers
2) Prestatietargets
3) Focus op output
4) Kleinere organisaties
5) Competentie
6) Bedrijfsmatig denken
7) Budgetdiscipline
Sigma waarden: doelen, doelmatig. Houd het mager en doelbewust.
Theta waarden: eerlijk, rechtvaardig, rechtsstatelijk.
Labda waarden: veerkracht. Hou het robust en veerkrachtig
Greenmans put: Het verlagen van federale fund rates om liquiditeit te verhogen en het
nemen van risico’s te stimuleren. Een vorm van verborgen Keynesianisme: in plaats van
belasting betalen voor publieke goederen, leende de rijken geld aan overheden om tekorten
te financieren.
Rhetoric of reaction: elke beleidsverandering weg van marktlogica kan alleen leiden tot
nutteloosheid, perverse uitkomsten en systematisch gevaar.
Neoliberalisme: Het was een protest van toenemende regulering van het kapitalisme, een
reëel alternatief voor sociaal gereguleerd kapitalisme. De overheid moest markt creëren, dit
is een paradox (willen weinig ingrijpen staat, maar wel staat creëren markt).
Kernpunten:
- niet langer laisser-faire; maar activistisch worden (soms tegen agressieve aan)
- gericht op afbouw van de staat en sociale verbanden in marktrelaties
- de publieke sector als bedrijf zien
- Mensbeeld: homo hyper economicus
Paarse politiek: liberalen en socialisten kwamen in 1 politiek. Impliciete deal; (neo)liberalen
kregen hun marktwerking, en socialisten behouden hun verzorgingsstaat. Resultaat neer
effectiviteit van uitvoering.
Public Choice Theory: NPM omvat het publieke geloof dat overheden onverschillig,
inefficiënt en monopolistisch zijn en niet in staat zijn om formele doelen te behalen. Falen
van de overheid kwam doordat politici handelden uit eigenbelang, bureaucratie niet per se
een politieke richting uitdraagt maar ook ondervonden wordt aan eigenbelang van
bureaucraten/politici en bureaucraten meer in eigenbelang dan in efficiëntie handelen.
Transactie-kosten-economie: specifieke transactie karakteristieken koppelen aan
overheidsstructuren en algeheel besparen op kosten, door beperkte rationaliteit,
opportunisme en specifieke aanwinst. Ontstaan hybriden en hiërarchische martkten.
Gebaseerd op bestaande relaties, klassieke contracten.